Lente! Vogels baltsen. Terrassen raken vol. De kosmos regeert

Aan het begin van het voorjaar overdenkt Kester Freriks de romantiek van het heelal in de Utrechtse sterrenwacht Sonnenborgh

De koepel van sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht, de oudste van Nederland, schuift open. Het is een donkere, heldere avond vol sterren, en dat niet alleen. Door de Merz-telescoop is planeet Saturnus te zien met zijn kleurrijke ringen. Het optische werktuig dateert uit 1863 en haalt Saturnus met zijn ringen dichterbij. Mijn blik schiet de ruimte in. Voor mijn gevoel tot in de verste uithoek. Maar dat is natuurlijk niet waar. Sterrenkundig medewerker Geert Kuitenbrouwer laat de telescoop enkele minuten op een vaste plaats staan. Plots is Saturnus uit het ingenieuze stelsels van lenzen verdwenen: „Zo snel zijn de bewegingen in het heelal”, zegt hij.

Het uitspansel, sterrenkaarten en sterrenbeelden, maanstanden en verduistering, schijngestalten, sterren en planeten, de zon die slechts een kleine middelmatige ster is, universum en eindeloosheid: het zijn begrippen die bij ieders jeugd horen. Ik herinner me een natuurscène: op een wilde kampeertocht door Auvergne sloeg ik de tent op hoog op een heuvel. Ik had zojuist Nooit meer slapen (1966) van W.F. Hermans gelezen, een roman die gaat over de vermeende inslag van een meteoriet. Student in de geologie Alfred Issendorf wil dat in het hoge noorden bewijzen. Maar faalt hierin. Als troost krijgt hij van zijn moeder manchetknopen, vervaardigd van meteoriet.

Op die glasheldere augustusnacht in Frankrijk was de sterrenhemel zo dichtbij, dat ik het idee had in die duizelingwekkende koepel van flitsend vuurwerk te worden gezogen. Ik zag de meteorieten in lichtende lijnen de aarde naderen.

Het begrip aardscheerders, ook zoiets prachtigs. „Dagelijks staat de aarde bloot aan een onophoudelijk bombardement vanuit de ruimte”, verklaart de ruimtedeskundige het woord. „Puin, rotsbrokken, meteorieten en ander materiaal naderen met reusachtige snelheid de aarde, maar de meeste branden op in de atmosfeer.” Museum Sonnenborgh laat foto’s zien van vijf inslagen van een meteoriet in Nederland, namelijk Utrecht, Dordrecht, Uden, Glanerbrug en Ellemeet. Hermans zat er dus niet zover naast dat meteorieten inslagen veroorzaken, ook in Nederland.

Robert Wielinga is hoofd Sonnenborgh, museum en sterrenwacht. De sterrenwacht werd in de negentiende eeuw opgericht als Sterrenkundig Instituut van de Universiteit van Utrecht. Tegelijkertijd ontstond hier in 1854 het KNMI met meteoroloog C. Buys Ballot als hoofd. Utrechtse sterrenkundigen onderzochten eigenlijk een ster heel nauwkeurig: de zon. Tegen de wanden van de Weer en Zon-zaal is de zonneatlas geprojecteerd met het langste zonnespectrum van de wereld. Zonlicht is hier in de kleuren rood, geel, paars, groen en violet uiteengerafeld.

Nu is Sonnenborgh een publiekssterrenwacht en telt 25.000 bezoekers per jaar. De historische instrumenten die het museum telt, spreken tot de verbeelding. Met behulp van een instrument in de Meridiaan-zaal nam de waarnemer sterpassages waar. Hiermee kon vroeger exact de tijd vastgesteld worden als ook de hoogte waarop de ster de meridiaan passeert, die op 5 graden en zeven minuten oosterlengte door de sterrenwacht snijdt.

De mooiste opmerking van Geert Kuitenbrouwer is de volgende: „We kunnen tot op een fractie van een seconde nauwkeurig de oerknal benaderen en steeds verder teruggaan in de tijd. Maar wat zich afspeelde vlak voor de big bang en op het moment zelf, daar komen we waarschijnlijk nooit achter.”

Astronomen zullen zich altijd de drie volgende vragen stellen: Is er elders leven in het heelal? Hoe oud is het heelal? En: hoe is het heelal ontstaan? In de intimiteit van de koepel, die je bereikt over een smal steil trappetje, waan je je al dichter bij het heelal. Het observatorium is gebouwd op een van de hoge, oude Utrechtse bolwerken.

Op dit moment is de lente aangebroken. Alsof dat geen grootse natuurgebeurtenis is: door het samenstel van krachten in de ruimte bereikt die kleine, gemiddelde ster weer de evenaar, en in elke plantenbak en tuin breekt de groeikracht los. Vogels baltsen. Stadsbewoners zoeken in luchtige kledij terrassen op. De kosmos regeert.

Bij astronomie behoren getallen die het menselijk begrip te boven gaan. De big bang vond 14 miljard jaar geleden plaats. We kijken 1 miljard kilometer ver weg naar de Orion-nevel in ons eigen Melkwegstelsel. De lichtdeeltjes verplaatsen zich met 300.000 km per seconde. En dan de veelzeggende observatie: het licht van de zon bereikt ons na acht minuten. Dus als we de laatste zonnestralen vangen van net over de horizon is de zon al onder.

De zon heeft nog 5 miljard jaren te gaan, leren we, en hij heeft er ook 5 miljard achter de rug. Het heelal met zon, maan, sterren, aarde en planeten is een stabiel geheel. Dat is geruststellend. Als de koepel laat in de avond weer dichtschuift, is het alsof ik de lichtende sterrenbeelden nog steeds tegen de binnenzijde zie.

Informatie op: www.sonnenborgh.nl. Kijk op www.sterrenkunde.nl voor informatie over publiekssterrenwachten in Nederland.