Koningsliefde in schimmenrijk

Thailand doet alsof er geen coup heeft plaatsgevonden. De bejaarde koning Bhumibol en zijn adviseur, de nog oudere generaal Prem, gaan nog bedenken hoe het verder moet.

Alles in Thailand draait om een paar erg oude mannen en alles is delicaat. Daar is in de eerste plaats de 79-jarige koning Bhumibol, bewonderd alom als een welhaast bovenmenselijke verschijning.

Maar meteen daarnaast is het zijn 86-jarige rechterhand, generaal Prem Tinsulanond, die met zijn koning wikt en weekt en beschikt.

Scène onlangs in Bangkok: een kleine duizend tegenstanders van de junta marcheren naar de dienstwoning van Prem. Bij monde van hun leider, Chanakarn Pandermwong vragen ze zich voor de villa af „waarom Prem de staatsgreep van 19 september heeft laten gebeuren”.

Twee dagen later in de zuidelijke stad Songhkla, geboorteplaats van Prem. De burgemeester heeft drieduizend mensen verzameld om steun te betuigen aan ereburger Prem. Rond het museum van de stad worden bomen gepland ter herinnering aan de grote verdiensten van Prem.

Prem blijft al die tijd onzichtbaar. Zoals steeds nadat deze man met zachte stem in 1988 aftrad als premier om als adviseur bij de koning in dienst te treden.

Dat mensen met wensen, klachten of adhesie bij hem aan het juiste adres zijn, staat buiten kijf. Zelfs de vrouw van de verjaagde premier Thaksin kwam niet bij de junta-leiders maar bij Prem vragen of haar man terug kon komen (dat kon hij overigens niet).

Een half jaar na dato voeren de machthebbers in Thailand een subtiel schimmenspel op. Er heeft geen druppel bloed gevloeid en hoewel de democratie tijdelijk aan de kant is gezet, gaat menigeen zijn gang. Er is af toe een betoging en een krant schreef deze maand nog doodleuk: „Militairen moet je nooit vertrouwen zodra ze eenmaal aan de macht zijn”".

En de militairen zelf? Oud-generaal Surayud is zichtbaar tegen zijn zin premier, maakt in persconferenties reclame voor zijn beleid en doet zijn best om een gunstiger pers te krijgen. Alsof het een democratie is en er nooit een staatsgreep was.

En bij elke gelegenheid herhalen hij en opperbevelhebber Sonthi dat er vóór het einde van het jaar weer een nieuwe grondwet zal zijn en democratie.

De omzichtigheid van het politieke spel hangt samen met de steun die koning Bhumibol aan de staatsgreep van 19 september heeft gegeven. Hij deed het de dag na de coup al via een uitgezonden audiëntie met de coupplegers en hij zei nog eens tegen hen met zoveel woorden op zijn jaarlijkse verjaardags-toespraak: „Sommigen van u zijn uit uw pensioenstatus gehaald om het land te redden, oude mensen met ervaring kunnen andere mensen helpen, mensen zonder ervaring kunnen het land naar de ondergang helpen.”

Ondertussen blijft het een hachelijke onderneming. De overgrote meerderheid juichte de staatsgreep aanvankelijk weliswaar toe en was opgelucht dat de populistische premier Thaksin het veld had moeten ruimen. De man had teveel polarisatie tussen stedelijke middenklasse en platteland gewekt, had naast nuttig werk ook wel erg veel ruimte gelaten voor zelfverrijking en corruptie.

Maar inmiddels is een half jaar verstreken. Van de grote aanklachten wegens corruptie tegen Thaksin is er nog geen enkele officieel door de openbare aanklager gepresenteerd.

Inmiddels zet het ministerie zijn kaarten op ‘majesteitsschennis’ in zes gevallen als belangrijkste beschuldiging tegen de verbannen ex-premier. Het zal buitengewoon lastig zijn om te bewijzen, want ook premier Thaksin was altijd verstandig genoeg om de koning te prijzen in de wetenschap dat kritiek het einde van elke carrière betekende – ook van de zijne.

De aanbidding van de koning kent geen grenzen. Bezoekers liggen in de geest van de traditie aan zijn voeten en bij de laatste feestelijkheden liet de televisie nog net zien hoe een aantal wit gerokte livreien de liftdeur voor de koning openhielden en zich vervolgens allemaal in deemoed aan zijn voeten vleiden.

Maar ondertussen is deze aanbidding de verdienste van Bhumibol zelf die in zestig lange jaren als koning hard heeft gewerkt, steeds te vinden was waar rampspoed het volk trof en energie heeft gestoken in allerlei plannen om het arme platteland en betere toekomst te bieden. Niet het instituut monarchie maar koning Bhumibol zelf is het object van bewondering – de monarchie stond bij zijn komst zestig jaar geleden zelfs in laag aanzien.

En daar schuilt ook het risico, want als hij overlijdt is zijn zoon Vajiralongkorn aan de beurt. Die heeft een demonstratief zwak voor vrouwen en auto’s en ook voor twijfelachtige transacties. Mensen zijn niet erg dol op hem en mocht de koning overlijden dan zit Thailand zonder een onbetwist instituut als laatste redmiddel.

De koning houdt niet van bloedvergieten en internationaal prestige telt. De kaste van vrienden en kompanen rondom Prem en de koning masseren hun autoritaire bewind weer geleidelijk aan naar de richting van een democratie. Tegelijkertijd kunnen ze daarom ook niet te hard van leer trekken tegen de nieuwrijke elite die in de jaren van Thaksin op de voorgrond is getreden. In een democratie valt dat immers niet allemaal meer te regisseren.

Politicoloog Thitinan Pongsudhirak van de Chulalongkorn-universeit in Bangkok: „Terugkeer van de democratie leidt bijna zeker tot de terugkeer van vertrouwde gezichten en vrienden van Thaksin”.

En wie weet, van Thaksin zelf. Het zou de raadselachtige onzekerheid van de generaals althans kunnen verklaren: toen de vrouw van Thaksin laatst een miljoen dollar wilde overmaken om haar Londense appartement op te knappen, was de vraag of ze dat geld zomaar uit Bangkok kon overmaken. Ze sprak met Prem en het kon.

De generaal bejubelen bij elke gelegenheid het vaderland en gokken op een sfeer waarin de verbannen Thaksin als een vaderlandsloze zakkenvuller wordt gezien, die de gevoelige telecomindustrie aan het buitenland uitleverde, enkel en alleen om er zelf rijker van te worden.

De radio- en televisiezenders waar het leger greep op heeft, zenden vóór en na alle programma’s patriottische beelden en liederen uit.

Maar of het werkt?