‘Ik vraag geen afkoopsom’

Uitgeversconcern PCM kwam deze week weer in Nederlandse handen. Gesprek met bestuursvoorzitter Ton aan de Stegge. „Die krant van Ton komt er. En het zal de beste zijn.”

Ton aan de Stegge, bestuursvoorzitter van PCM, zit in zijn werkkamer in Amsterdam. Aan de andere kant van de glazen wand zit Philip Alberdingk Thijm, directeur dagbladen van PCM. Hij zal over acht dagen ontslagen worden, maar dat weet hij nog niet. Ton aan de Stegge weet het ook niet.

Het is maandag 19 maart, een week voordat PCM door de Stichting Democratie en Media zal worden teruggekocht van Apax. Dat zijn de Britse investeerders die in drie jaar tijd 150 miljoen euro aan PCM verdienden. Ton aan de Stegge zal vertellen hoe hij een jaar geleden door Apax werd gekozen om PCM te gaan leiden. Een man die rijk was geworden in de telecom en niets van kranten wist. Hij zal ook vertellen over de twee miljoen euro die hij door Apax verdiende en wat hij daarvan vindt. Maar het gesprek begint bij zijn moeder.

„Ze kreeg zeven of acht miskramen, ze dacht dat ze geen kinderen zou krijgen. En toen kwam ik. Toen ik drie was, begon ze een sigarenzaak, in Hilversum. Dat was in 1958. Mijn vader was kok. Mijn ouders hebben hun hele leven hard gewerkt, nooit een cent uitgegeven. Alles was voor mij, voor later. Toen ze overleden – mijn moeder eind 1999, mijn vader begin 2000 – lieten ze me 180.000 gulden na.”

Dat had u toen niet meer echt nodig.

„Nee.” Hij krijgt tranen in zijn ogen. „Mijn moeder was al heel lang dement. Mijn vader wilde haar niet meer zien, hij kon er niet tegen. Maar aan het eind werd hij ook dement. Hij ging naar hetzelfde tehuis als mijn moeder. Ze herkenden elkaar. Ze vonden elkaar weer leuk.”

Wat wilden ze dat u later zou worden?

„Pastoor. Tot mijn twaalfde heb ik gedacht dat ik naar het seminarie zou gaan. Maar toen begon ik belangstelling voor meisjes te krijgen. Ik ging naar het Alberdingk Thijm College, naar het gymnasium. Daarna naar het atheneum. Eerst b, later a. Ik heb school nooit leuk gevonden. Ik deed alleen iets als het me interesseerde. Er was veel dat ik niet interessant vond.”

Wat deed u wel graag?

„Sporten. Voetballen. En ik leerde al jong mijn latere vrouw kennen. Zij was zestien, ik zeventien. We zijn tweeëndertig jaar samen geweest, vijf jaar verkering meegerekend. Na mijn eindexamen had ik geen idee wat ik zou gaan doen. Ik ben gaan werken, bij Moret & Limperg. Daarnaast deed ik de accountantsopleiding. Na drie jaar had ik best een leuk salaris, 1.800 gulden bruto. Toen moest ik in dienst. En daarna besloot ik om in de automatisering te gaan. Uit een paar testen was gebleken dat ik daar extreem geschikt voor was.”

Hij werkte zestien jaar bij Volmac en daarna negen maanden bij Getronics. Hij moest weg, omdat hij het niet eens was met de strategie. Zo heet dat in het zakenleven. Wat de echte reden was, wil hij niet zeggen. Alleen dit: „Mijn ethiek was anders. Bij Volmac was het: je krijgt een opdracht omdat je de beste bent. Bij Getronics was het: omdat je de handigste bent. Ik moet zeggen dat ik er veel geleerd heb.”

Wat dan?

„Dat je een netwerk van relaties moet opbouwen en daarin je klanten moet zoeken. Sympathie kweken, zodat ze aan jou de voorkeur geven, ook al ben je voor hen niet de beste.”

Dat wist u toen nog niet?

„Ik zal een anekdote over mijn vader vertellen, van vlak voordat ik trouwde. We mochten een bestekcassette kopen, in de mooiste zaak van Hilversum. Mijn vader wilde korting. Dat kon niet. Toen vroeg hij naar de manager en hij ging net zo lang door tot hij toch die korting kreeg.”

En zo doet u het ook?

„Toen ik nog niet echt veel geld had, wilde ik bij A-Point in Amsterdam een tweedehands Porsche kopen. Het was in mijn Telforttijd, maar ze wisten niet wie ik was. Wekenlang onderhandelde ik over de prijs, tot ik mijn zin had. Toen kwam er een stuk over mij in Quote. De verkoper van A-Point belde me op, ze hadden in een deuk gelegen. Zij maar denken dat ik geen cent had en nu bleek ik de directeur van Telfort te zijn!”

Hij kwam bij Telfort in 1999, in de tijd dat telecombedrijven miljarden schulden maakten en toch hoge beurskoersen hadden. Maar na 2000 was het voorbij. Telfort, eerst meer dan acht miljard gulden waard, werd in 2003 voor 22 miljoen euro verkocht aan Greenfield Capital Partners, een Nederlandse investeringsmaatschappij.

Dat was het begin van de rijkdom van Ton aan de Stegge. Hij kreeg, voor minder dan een miljoen euro, een belang van tien procent in Telfort. Een jaar later nam Marcel Boekhoorn, miljardair geworden door bedrijvenhandel, voor 300 miljoen euro Telfort over. Weer een jaar later ging Telfort voor ruim een miljard naar KPN. Ton aan de Stegge verdiende aan deze rally, zoals dat heet, 65 miljoen euro.

De droom van elke zakenman.

„Opeens waren er allemaal jubelverhalen over mij, hoe goed ik dat gedaan had. Maar als ik ergens lof voor verdien, dan is het voor hoe ik Telfort heb teruggebracht tot de essentie. Telfort werd: waar voor je geld, Nederlands, simpel. En we deden iets wat not done was in telecom: ons netwerk openstellen voor Albert Heijn en de Hema. De rest ging vanzelf.”

Het was geluk?

„Wat ik heb geleerd in deze business is dat de waarde van een onderneming weinig met de werkelijkheid te maken heeft en alles met perceptie.”

U kocht een Aston Martin Vanguish en een landgoed.

„Marcel zei tegen me: hoeveel geld je ook ergens uithaalt, je moet één cadeau voor jezelf kopen. De gevoelswaarde van de deal beleef je dan iedere keer weer door dat cadeau. Dat was de Aston Martin. En dat huis kocht ik omdat ik wilde verhuizen. Ik was het jaar daarvoor gescheiden en ik woonde nog in Hilversum. Er waren daar te veel herinneringen.”

U was bevriend geraakt met Marcel Boekhoorn?

„Wat is bevriend? Ik heb een zwak voor hem. Door zijn energie, zijn vrolijkheid, zijn zakelijk instinct. En we delen een grote interesse in Formule 1-racen.”

Hoe beviel het om niet meer te werken?

„Ik dacht: nu ga ik leuke investeringen doen met leuke mensen. Maar die moeten dan wel je pad kruisen. Er kwamen oud-Volmac-collega’s die nergens geld konden krijgen voor hun ideeën en als laatste escape bij mij aanklopten. En dan moest ik uitleggen waarom ik er ook niets in zag. Mijn huisarts zei: je verveelt je. Ik ben in die tijd ook ziek geweest.” Een herseninfarct, maar daar wil hij niet over praten.

En toen?

„Skill Capital, een Engelse headhunter die voor investeringsmaatschappijen werkt, vroeg of ik weer een baan wilde. Ik zei: heel graag. Anderhalve week later belden ze. Ze zochten potentieel voor een uitgever in Nederland, in opdracht van Apax. Later bleek dat het om PCM ging. Ik zei: wat moet ik met een uitgever? Er kwam een verhaal over een nieuwe, digitale wereld en over de veranderingen die nodig zouden zijn, en dat dan samen met mijn achtergrond. Ik zou waarde kunnen toevoegen. Ik zei: oké, creatieve deal, ik wil er wel over praten.”

Ze vroegen u ook om zelf te investeren in die uitgever?

„Dat was later. Apax dacht: hoe maken we het interessant voor hem? Ze wilden dat ik een fors belang nam, er werd gesproken over een tot vijf miljoen euro. Maar de andere aandeelhouder van PCM, de Stichting Democratie en Media, wilde dat absoluut niet hebben. De Stichting wil niet dat het management financieel gedreven wordt. Ik zei: het maakt mij niet uit, ik hoor het wel.”

Deed het u zo weinig?

„Ik wilde graag. Een bedrijf dat ertoe deed, en managerial een uitdaging. Wat ik ook mooi vond: dit was de echte wereld, met echt geld dat echt verdiend moet worden. Het verbaasde me alleen dat Apax het wilde hebben. Normaal weet een investeringsmaatschappij hoe er waarde kan worden gecreëerd en wat de exit zal zijn. Dit was een onduidelijk verhaal. Voor mij was het verder niet relevant. Als PCM nu 500 miljoen waard was en over vijf jaar nog steeds, prima. Voor Apax lag dat anders.”

Daarom wilde Apax graag dat u zou investeren. De man die van 22 miljoen een miljard kon maken, zou nu ook wel iets verzinnen.

„Dat was ongetwijfeld de gedachte.”

Er kwam een aandelenparticipatieplan voor alle managers van PCM.

„Om loyaliteit te creëren, ja. Het was de bedoeling dat ik daar aan meedeed.”

En dat deed u ook?

„Ik deed de toezegging. Eerst moest duidelijk zijn wat de waarde van de onderneming was. De feitelijke betaling was pas in het najaar van 2006.”

Voor of na het bod van de Stichting Democratie en Media op de aandelen van Apax?

„Dat weet ik niet.”

Na dat bod was uw inleg van ruim twee ton opeens twee miljoen waard. En dat zou u niet meer weten?

„Dat bod was iets tussen de aandeelhouders, daar wist ik verder niets van. Ik heb me er niet in verdiept.”

Later zegt de directeur Sociale Zaken van PCM dat op 12 december 2006 was vastgesteld wat de managers moesten betalen voor de aandelen. De Stichting Democratie en Media had toen al geprobeerd om Apax uit te kopen, maar de onderhandelingen waren afgebroken. Ze begonnen weer in januari. Ton aan de Stegge kocht zijn aandelen in december. Philip Alberdingk Thijm deed dat ook, met een lening van PCM van 107.100 euro. Zijn inleg was een maand later een miljoen waard.

Nu weer Ton aan de Stegge.

Kan hij zich voorstellen dat het participatieplan binnen en buiten PCM tot grote verontwaardiging leidde?

„Ja, dat snap ik. Maar dat plan was in 2004 door Apax en de Stichting vastgesteld. Dan kun je later niet opeens zeggen: toch maar niet, want de uitkomst bevalt ons niet en eigenlijk past het niet zo goed bij dit type bedrijf.”

De hoofdredacties van de kranten van PCM moesten van Apax ook meedoen. Die hebben geweigerd.

„Prima dat ze zo standvastig waren. Maar het management van PCM zag het probleem blijkbaar niet.”

De werknemers van PCM zijn nu heel boos.

„Als ik aandeelhouder was geweest van PCM, dan had ik alle werknemers laten meedoen. Ik kom uit een omgeving waarin dat de gewoonte was.”

De werknemers hebben u nu gevraagd om die twee miljoen euro niet uit het bedrijf te halen.

„Ik kan dat geld wel terugstoppen, maar dan word ik aandeelhouder en daar wil de Stichting juist vanaf. Dus wat moet ik nou doen? Wat ik zo merkwaardig vind: dat niemand zich afvraagt wie hier de schuld van heeft. Wie heeft er gekozen voor Apax? Ik niet. Mijn voorganger ook niet.”

U bedoelt: het was de Stichting?

Hij knikt.

Later zegt Theo Strengers, commissaris van PCM namens de Stichting, dat het de schuld van het vorige management is dat Apax aandeelhouder van PCM kon worden. „Het management wilde dat wij een deel van onze aandelen verkochten, want PCM moest zakelijker worden en grotere investeringen doen. Eerst een financiële partij erbij en dan naar de beurs. We hebben er à contrecoeur in toegestemd.”

Nu weer Ton aan de Stegge. Die liet zich benoemen door Apax.

U heeft verstand van kranten uitgeven?

„Ik niet. Maar de onderneming wel. Er zit een enorme innovatieve kracht in de onderneming. Het merkwaardige is dat we geneigd zijn om dat zelf niet zo te zien. We maken de mooiste kranten van Nederland en niemand hier die er trots op is. Dat wil zeggen: de mensen van Volkskrant zijn trots op de Volkskrant, de mensen van NRC op NRC en die van Trouw op Trouw. Maar PCM is het paaltje waar iedereen tegenaan schopt.”

En dat verbaast u?

„Wat ik nu ga zeggen is gevaarlijk, maar ik zeg het toch. PCM is te dominant. De rol van PCM moet geminimaliseerd worden. Een financiële holding, zo onzichtbaar mogelijk, met daaronder zelfstandige bedrijven rondom de krantentitels. PCM is niet één grote happy family. Het is een groep concurrenten. Laat die dan ook met elkaar concurreren.”

Wat is tot nu toe uw toegevoegde waarde geweest voor PCM?

„Goh ja, goeie vraag.” Hij grijnst.

„Wat ik kan, is mensen challengen. Als jij tegen mij zegt: ik heb een briljant plan, dan zeg ik: dat zeg je wel, maar het kan ook zo. Als jij dan zegt dat ik gelijk heb, ga je de fout in. Ik wil dat je plan zo goed is dat je bij je argumenten blijft. Nu de gratis krant die we gaan maken. De mensen die me kennen, hebben de afgelopen maanden veel gelachen. Want plan één werd het niet en plan twee werd het ook niet. Maar zij weten: die krant van Ton komt er. En het zal de beste zijn.”

Dus wat andere mensen zwalken noemen, is uw manier om uw doel te bereiken?

„Ja. En ik zeg ook doelbewust dat het oorlog is in krantenland. Ik wil reacties uitlokken. Alles en iedereen beweegt nu, in een wereld die tachtig jaar niet bewogen heeft. Je kunt van De Pers vinden wat je wilt, maar als het Marcel Boekhoorn lukt om zijn krant thuis te gaan bezorgen, heeft dat een enorm effect. Als wij met Dag komen, zal dat ook een enorm effect hebben. Hoe blijven we ons daarnaast onderscheiden met kwaliteitsjournalistiek, zodanig dat mensen ervoor willen betalen. Dat is de uitdaging.”

Is het een spel van u en Marcel Boekhoorn?

„Wat voor spel?”

Twee vrienden, Boekhoorn en u, rijk geworden in de nieuwe economie, zoeken weer een doel in hun leven.

„Zo zie ik dat niet. Voor mij telt dat ik me met iets bezighoud dat ertoe doet.”

En dit doet er meer toe dan belminuten verkopen aan Albert Heijn.

„Dat is wel heel denigrerend. Laat ik het zo zeggen: bij Telfort was ik trots op het bedrijf, niet op het product. Hier is dat anders. Het product is nu veel tastbaarder. Maar dan nog heb ik meer met de mensen die dat product maken dan met het product zelf.”

U leest de kranten?

„Ik ga niet roepen dat ik elke dag alle kranten lees en dat ik er zo van hou, want dat is niet zo. Ik las altijd al NRC en Het Financieele Dagblad en ik kijk nu regelmatig in de Volkskrant en in Trouw.”

Het gesprek, dat op dinsdag 20 maart werd voortgezet, eindigt met de vraag of de Stichting hem nog wel als bestuursvoorzitter wil hebben als Apax weg is. Het antwoord – „ze claimen dat ze gelukkig met me zijn” – is een week later, op dinsdag 27 maart, al weer achterhaald. Op die dag wordt bekend dat de Stichting PCM wil laten fuseren met de Noordelijke Dagblad Combinatie, uitgever van de Leeuwarder Courant. Theo Strengers, commissaris van PCM namens de Stichting, bevestigt dat het de bedoeling is om Ton aan de Stegge over een maand of zes te vervangen door de bestuursvoorzitter van die Combinatie, Jan de Roos.

Dinsdag 27 maart is ook de dag waarop Theo Strengers tegen Philip Alberdingk Thijm zegt dat hij weg moet. Hij doet dat op de kamer van Ton aan de Stegge met al die glazen wanden. „Net aquaria”, zegt Theo Strengers de volgende dag. „Hier zitten de haaien, daar de pluimvissen.”

Over dat ontslag wil hij niet veel zeggen. „We zijn nog in de afhandeling.” Over Ton aan de Stegge praat hij wel. „Ik heb me vorig jaar met hand en tand tegen zijn benoeming verzet. Zo’n geldman moeten we niet hebben, dacht ik. Ik was wel voorstander van de benoeming van Alberdingk Thijm. Die kwam bij Het Financieele Dagblad vandaan. Wij verwachtten veel van hem. Maar het heeft anders uitgepakt.”

Ton aan de Stegge viel u mee?

„Zijn onbevangenheid en onafhankelijke gedrag zijn buitengewoon verfrissend. Alberdingk Thijm heeft hard over zijn arbeidsvoorwaarden onderhandeld. Ton aan de Stegge vond alles best.”

Waarom wilt u hem niet houden?

„Ik vind dat PCM straks weer een bestuursvoorzitter moet hebben die alles van het krantenbedrijf weet.”

Ton aan de Stegge, op 27 maart: „Ik zit hier zolang mensen denken dat ik hier nuttige dingen kan doen. Als ze denken dat iemand anders het beter kan, prima. Dan ben ik weg.”

Vraagt u een afkoopsom?

Hij lacht. „Nee, ik vraag geen afkoopsom.”

En op 28 maart, als hij weet dat Philip Alberdingk Thijm ontslagen is: „Hij was kansloos toen de politieke spelletjes waar dit bedrijf zo goed in is, zich tegen hem begonnen te keren. Aan het eind werd hij doelbewust beschadigd. Daar kan niemand tegenop.” Een paar dagen voor het ontslag stonden in het weekblad de Groene Amsterdammer details over de lening die Alberdingk Thijm bij PCM had gesloten om aandelen te kunnen kopen.

Had u dan niet iets aan die politieke spelletjes moeten doen?

„Ik heb geen zin om daar mijn tijd aan te verdoen.”