Hun generatie ver vooruit

De Amerikaanse zwemmer Michael Phelps wil volgend jaar acht gouden olympische medailles winnen in Peking, één meer dan zijn landgenoot Mark Spitz op de Spelen van 1972 in München. Spitz: „De hele wereld gaat komend jaar kijken of hij kan wat hij wil.”

Waar zwemmer Michael Phelps verschijnt, waart meestal ook de geest rond van Mark Spitz, zoals in Melbourne. En dat niet alleen. De grote meester zelf, 57 jaar inmiddels, is deze week getuige van een van de meest wonderbaarlijke goldrushes uit de geschiedenis.

Phelps’ dominantie is zó groot, net als die van zijn grote inspirator in de jaren zeventig, dat niemand ervan zou opkijken als het fenomeen uit Baltimore zijn baantjes lopend over het water aflegt als het hem wordt gevraagd.

Acht medailles wil Phelps volgend jaar halen in Peking, één meer dan Spitz in 1972 in München. En Spitz, die destijds al zijn titels haalde met een wereldrecord, hoopt dat zijn record eraan gaat. „Michael Phelps heeft een kans, maar er zijn een hoop dingen die moeten kloppen”, zei Spitz deze week in Melbourne.

Sinds hij het talent in Phelps herkende, steunt Spitz zijn jonge achtervolger in diens zoektocht naar de heilige graal in het zwemmen. Beide legendes ontmoetten elkaar voor de Spelen van Athene, toen Spitz bij de Amerikaanse trials in Long Beach een gouden medaille uitreikte aan Phelps. „Eén van de mooiste momenten uit mijn loopbaan”, zei Phelps.

Net als bij andere sporten is het moeilijk vergelijkingen te maken tussen twee zwemmers uit verschillende tijdperken. Veel zwemmers zijn al vergeleken met Spitz. Phelps zei zelf vorige week nog bescheiden dat hij graag de grootste zwemmer aller tijden wil worden.

Maar voor sommigen is hij dat al. De Amerikaanse coach van oud-topzwemster Inge de Bruijn, Paul Bergen, vindt dat Phelps Spitz al voorbij was gestreefd tijdens de Spelen van Athene (2004), waar Phelps zes gouden en twee bronzen medailles won. „Kijk naar de verschillende nummers waar Phelps zich op moet voorbereiden”, stelde Bergen. „Hij beperkt zich niet tot twee slagen, zoals Spitz.”

Die refereerde deze week aan de verschillen met vroeger. Hoewel Spitz tijdens de Spelen van 1968 al twee keer goud had gewonnen, kon de zwemmer uit Californië zich rustig voorbereiden op ‘München’. „Ik zat bij een wedstrijd gewoon op de tribune en zei dan: Oh, ik moet over vijf minuten zwemmen, mag ik er even langs?”, zei Spitz woensdag in Melbourne in een gesprek met persbureau AP. „Dan wandelde ik zo naar het zwembad, niemand die me tegenhield.”

Phelps wordt voor zijn races zorgvuldig afgeschermd van de buitenwereld door een batterij van coaches, agents, bewakers, medici, starttrainers, sportpsychologen – en niet in de laatste plaats door de keiharde hiphop- en rapmuziek die hij zich tot vlak voor de start in de oren laat blazen.

Spitz was destijds amateur, omdat de olympische reglementen niet toestonden dat atleten geld verdienden met sport. Overigens liep hij na ‘München’ alsnog binnen met reclamespotjes en tv-optredens, hoewel zijn beoogde carrière in Hollywood door gebrek aan talent al snel strandde.

Phelps, 21 jaar, is al lang multimiljonair; de bonus van 1 miljoen dollar die zijn sponsor Speedo hem in het vooruitzicht stelt voor het breken van Spitz’ record, is een aardige bijverdienste.

In de 21ste eeuw, waarin een honderdste van een seconde – als het tegenzit – een miljoen dollar kan schelen, is het ondenkbaar dat een topzwemmer met een snor op het startblok klimt, zoals Spitz deed in zijn tijd. Elke haar die Phelps en zijn collega’s op hun lichaam ontdekken wordt met buitensporig geweld uit de huid getrokken. Vervolgens persen de zwemmers zich in hun ultra-aerodynamische Fastskin-zwempak.

Net als Phelps trok Spitz al op jonge leeftijd veel aandacht door het ene na het andere wereldrecord te zwemmen op zijn favoriete afstanden. Bij Spitz waren dat de 100 en 200 meter vrij en de 100 en 200 meter vlinder.

In de aanloop naar de Spelen in Mexico, toen hij tien wereldrecords brak, voorspelde Spitz dat hij zes keer goud zou halen; het werden er ‘slechts’ twee. Bovendien won hij geen enkel individueel nummer.

Hij haalde zijn gram vier jaar later in München, met tijden die de zwemwereld op zijn kop zette. Spitz legde de 200 meter vrije slag in 1972 af in 1.52,78. Phelps raffelde hetzelfde nummer deze week af in een wereldrecord van 1.43,86.

De unieke prestaties van Spitz werden destijds volledig overschaduwd door de terroristische actie tegen de Israëlische ploeg door een Palestijnse groepering, waarbij elf atleten omkwamen.

Spitz, van joodse afkomst, verdween daarna snel uit München en zette een streep onder zijn carrière, 22 jaar oud. Nog jaren werd de wereld daarna geconfronteerd met reclamefoto’s van een lachende Mark Spitz, vaak in zwembroek, met zeven gouden medailles om zijn nek; iedereen wilde hem hebben, van de California Milk Advisory Board tot Speedo.

In 1989 maakte hij op 39-jarige leeftijd een even opmerkelijke als hopeloze comeback. Spitz besloot na een sabbatical van ruim 17 jaar een poging te doen zich te kwalificeren voor de Spelen van Barcelona (1992), maar zijn strijd tegen jonge sterren als Matt Biondi werd een afgang.

Eén ding hebben Spitz en Phelps gemeen: ze zijn hun generatie ver vooruit. Net als Spitz destijds doet Phelps het deze week voorkomen alsof hij zijn races alleen maar hoeft uit te zwemmen voor een nieuw wereldrecord.

Spitz heeft bewondering voor zijn landgenoot, vooral door de druk waaronder hij staat. „Of je nu iets met zwemmen hebt of niet”, zei Spitz tegen AP, „de wereld gaat komend jaar kijken of hij kan doen wat hij wil doen”.