Hoe Polen zijn is droom aan het verknoeien

In plaats van het EU-lidmaatschap aan te grijpen om het land een geweldige zet voorwaarts te geven, kijkt de Poolse coalitieregering achterom. De demonen uit de Europese geschiedenis steken de kop weer op.

Adam Michnik

Hoofdredacteur van het Poolse dagblad ‘Gazeta Wyborcza’. Auteur van ‘Brieven uit de vrijheid’. Gasthoogleraar aan Princeton University.

Op een avond in januari 1940 konden de inwoners van het bezette Polen op hun illegale radio’s een toespraak van Winston Churchill beluisteren. „In het bittere, steeds zwaardere conflict dat voor ons ligt’’, zei Churchill, „zijn wij vastberaden om alles op alles te zetten en zullen wij voor niemand onderdoen in onze inzet voor de gemeenschappelijke zaak.

De grootse steden Warschau, Praag en Wenen mogen in de diepste ellende de hoop niet laten varen. Hun bevrijding staat vast. De dag zal komen dat in heel Europa de vreugdeklokken weer luiden en dat zegevierende naties – hun vijanden meester en hun lot in eigen hand – in gerechtigheid, naar traditie en in vrijheid een huis met vele woningen zullen ontwerpen en bouwen, waar plaats zal zijn voor iedereen.’’

Voor diegenen onder ons die in onze jaren van democratische oppositie tegen het communistische bewind de beproevingen van ondergrondse activiteiten en gevangenschap hebben doorgemaakt, is die vreugdevolle dag vier jaar geleden gekomen, toen de Polen in een landelijk referendum met beslissende meerderheid besloten zich aan te sluiten bij de Europese Unie. Een jarenlang levend gehouden droom werd werkelijkheid.

Wat hield die droom in? Geen dictatuur maar democratie, geen monopolie maar pluralisme, geen wetteloosheid maar wetten, geen censuur maar persvrijheid, geen conformisme maar verscheidenheid, geen prikkeldraad maar open grenzen, geen dominante ideologie maar verdraagzaamheid, geen blinde gehoorzaamheid maar creativiteit, geen armoede en achterstand maar kansen op welvaart en ontwikkeling. En als laatste en voornaamste droomden wij van het recht van de mens op waardigheid, van een einde aan de tijd waarin alle mensen horig waren aan de staat.

Tijdens het Poolse referendum over toetreding vier jaar geleden bleek die droom voor de Polen het overtuigendst. Maar nu de droom voor het grijpen ligt, maken Polen en andere Oost-Europese landen aanstalten hem de rug toe te keren.

Van de drie partijen in de coalitieregering die anderhalf jaar geleden na landelijke verkiezingen in Polen aan de macht kwam, was de voornaamste, Recht en Rechtvaardigheid, intern verdeeld over de Poolse toetreding tot de Europese Unie. De twee andere waren ronduit sceptisch. De bestuurlijke staat van dienst van deze partijen is buitengewoon schamel; de details zijn pijnlijk om over te praten.

In plaats van het EU-lidmaatschap aan te grijpen om het land een geweldige zet voorwaarts te geven, kijkt de Poolse coalitieregering achterom en beweegt zij zich achterwaarts. In een toespraak tot het Europese Parlement heeft een politicus van een van de coalitiepartijen de dictatuur van Antonio Salazar in Portugal en die van Francisco Franco in Spanje geprezen; ook heeft hij een openlijk antisemitisch boekje gepubliceerd. In een droge zomer heeft een groep parlementariërs van de coalitie het parlement opgeroepen om te bidden om regen.

Een soortgelijke groep heeft voorgesteld om Jezus Christus uit te roepen tot koning van Polen. Op dit eigenaardige vertoon van vroomheid hebben Poolse bisschoppen scherpe kritiek geuit.

De regerende coalitie hanteert een eigenaardige mengeling van de conservatieve retoriek van George W. Bush met de politieke praktijken van Vladimir Poetin. Aanvallen op de onafhankelijke nieuwsmedia, beknotting van het maatschappelijk middenveld, centralisatie van de macht en overdrijving van de gevaren in binnen- en buitenland – op al die punten vertoont de politieke stijl van de huidige leiders van Polen en Rusland sterke overeenkomsten. Intussen worden in het Poolse buitenlandse beleid de betrekkingen met Rusland en Duitsland gekenmerkt door een obsessie met gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog, zoals het concentratiekamp in Auschwitz en de massamoord op Poolse officieren door de sovjets in het bos bij Katyn.

Door zulke obsessies raakt Polen in een isolement en steken de demonen uit de Europese geschiedenis de kop weer op.

Populisme kan de gedaante aannemen van nostalgisch postcommunisme of van anticommunisme met bolsjevistische trekken; het kan ook beide tendenties in zich verenigen.

De gemeenschappelijke kern is angst voor verandering en een vlucht voor de vrijheid. De verliezers van de overgang vanuit het communisme nemen wraak op de overwinnaars.

Misschien heeft het feit dat de mensen die de overgang hebben geleid blind waren voor het leed van de verliezers, de weg geëffend voor het verkiezingssucces van de populisten. Maar na de verkiezingen lukt het de populisten nog steeds niet om te voldoen aan de verwachtingen van hen die rekenen op het hemelse manna.

Terwijl dit alles gaande is, zijn de concrete resultaten van de toetreding van Polen tot de Europese Unie vrijwel uitsluitend positief.

Het geld van de Europese Unie heeft de Poolse economie nieuw leven ingeblazen en haar infrastructuur tot ontwikkeling gebracht – kortom, het heeft Polen gemoderniseerd. Voor de Polen staan de andere landen van de EU open: zij vinden er werk, ze gaan er studeren, ze leren er de wereld kennen. De EU is voor de Polen één groot avontuur. Uit alle peilingen blijkt dat de steun voor de EU stabiel is en dat de steun voor de regerende coalitie slinkt.

De Europese Unie is voor haar nieuwe lidstaten niet alleen een leverancier van materiële hulp, maar ook een toonbeeld van democratische tradities en een politieke cultuur op basis van pluralisme en verdraagzaamheid. Haar canon van waarden – die stamt uit de tradities van het christendom en de Verlichting, van democratisch en antitotalitair denken – is alom bekend. Het is aan de nieuwe EU-leden om hun voordeel te doen met die waarden en het beste van hun eigen waarden aan de Unie te schenken.

Europa is namelijk zelf een project in uitvoering, en Polen en de overige nieuw toegetreden landen kunnen, als zij willen, veel tot zijn ontwikkeling bijdragen. Enkele van de jongste kwesties waarop de EU antwoorden zoekt zijn de plaats van het christendom in het openbare leven en de beperkingen van het multiculturalisme in verband met de aanwezigheid van de islam. Ook het Europese buitenlandse beleid is voortdurend in beweging, vooral wat de betrekkingen met de Verenigde Staten en Rusland betreft.

Voor een Pool is het zonneklaar dat een sterke Euro-Atlantische alliantie hoop biedt voor vrije landen. Daarom moet Polen helpen de anti-Amerikaanse fobieën in Europa te overwinnen – in het belang van de EU én van Polen.

Het buitenlandse beleid van de Europese Unie – vooral ten aanzien van Rusland en andere post-sovjetlanden – kan profiteren van de ervaringen van Polen, maar alleen als de Poolse regering zelf bereid is die ervaringen te benutten. Wil zij dat? Ik ben er niet zeker van.