Hoe de kartelpolitie van arme vertalers centen afsnoept en grote bedrijven laat gaan

Een toezichthouder, kritisch op de cent en ruimhartig in miljarden, constateert

Maarten Huygen.

Dostojevski en Tolstoj schreven meeslepende essays en romans en de nieuwste vertalingen zijn heel leesbaar, ja zelfs geroemd. Toch heeft de kartelpolitie van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de NMa, een foutje ontdekt. Klein weliswaar maar groot genoeg om alle literaire vertalers in rep en roer te brengen. Vertalers van grote literaire werken hebben namelijk met de uitgevers een vaste prijs afgesproken voor hun geploeter. Ieder verdient hetzelfde binnen een bepaalde taal, bijvoorbeeld 5,9 eurocent per woord voor Engels en Hongaars. Maar dat zijn prijsafspraken, kartels, en dat mag niet. Het bestaansminimum van de literaire vertalers wordt behandeld als de kartels van de grote bouwfirma’s.

Voor een wakkere ambtenaar staat zo’n ontdekking gelijk aan het vinden van een ring met geslepen glas. Als je er maar ver genoeg vanaf blijft staan, schittert het als diamant. Dat is toezicht op afstand. Dus trok de kartelpolitie verheugd ten strijde. Van Bouwfraude naar het Centenkartel.

Een fraudeuse is Györgyi Dandoy, vertaalster Hongaars tegen het misdadig bevonden minimumtarief van 5,9 eurocent. Zij vertaalde onder anderen Konrád. Het zijn moeilijke boeken. De te vertalen schrijvers kosten veel concentratie en ze is er ook mee bezig als ze niet achter haar bureau zit. Zij doet over zo’n boek van ongeveer 100.000 woorden een half tot driekwart jaar. Daarmee harkt ze maar liefst zo’n 5900 euro bruto binnen. Omgerekend is dat een jaarinkomen van 9000 tot 12.000 euro bruto. Daar blijft na aftrek van kosten en lasten minder van over dan wat een fulltime schoonmaker bij elkaar veegt en die heeft niet eens gestudeerd. Gelukkig verdient Dandoy wat bij en heeft ze een echtgenoot die aan het gezinsinkomen bijdraagt.

Veel vertalers zijn hoogopgeleide, getrouwde vrouwen met een passie voor literatuur. Je kunt hen als marktpartijen zien of als cultuurdragers die weinig vragen. Marijke Versluys schat dat ze met het lagere Engelse tarief van 5,9 eurocent per woord en subsidie, 30.000 euro per jaar verdient – bruto wel te verstaan. Genoeg om alleen van te leven maar dat hoeft niet. Dankzij het inkomen van haar echtgenoot konden ze de studie van de kinderen betalen.

Dandoy vindt dat Nederlanders zich te veel beperken tot Angelsaksische literatuur. In het communistische Hongarije, waar ze vroeger woonde, werd literatuur ‘uit de hele wereld’ gelezen. Ze wil schoonheid naar Nederland brengen.

De overheid weet dat vertalen niet overhoudt. Het Fonds voor de Letteren is opgericht om de beste vertalers bij te spijkeren. En toch kwamen de NMa-functionarissen tussenbeide. Het Fonds is weliswaar te danken aan de belastingbetaler maar het werd verzelfstandigd. Een belangrijk strijdpunt schijnt de vraag te zijn of het dan nog wel een overheidsinstelling is. De juristen verschillen hierover van mening. Kennelijk is twijfel al genoeg om het de gesubsidieerden lastig te maken.

Ook romanschrijvers, dichters, toneelschrijvers en scenaristen zijn getroffen door de bureaucratische bliksem, want hun schamele opbrengsten staan in een modelcontract. De royalty’s voor boeken lopen op van 10 tot 15 procent van de betaalde oplage, een fel bevochten recht van de verenigingen van schrijvers. De meeste auteurs houden er hooguit een paar duizend euro aan over. Lucratief is schrijven meestal niet.

Het modelcontract schaadt niemand omdat het een minimumregeling is voor de zee aan schrijvers en vertalers in Nederland. Uitgevers en vertalers kunnen ervan afwijken als ze het willen en dat gebeurt. Sommige uitgevers betalen het minimumtarief niet. De meeste literaire uitgevers vinden dit systeem prettig omdat het voorspelbaar is en omdat de toppers hun inkomen enigszins met de mindere goden delen.

Maar volgens de NMa moet iedere auteur zijn eigen inkomen bij de uitgever bevechten. Dan houden de vele auteurs met een klein publiek weinig meer over. Bestsellerauteurs hebben nauwelijks nog een plafond. Met als gevolg minder titels in de boekhandel. Een paar Angelsaksische bestsellers en zeker geen Hongaarse boeken. De vrije markt van de NMa biedt de klant weinig keuze. Van Letterenfraude naar Letteren-Lidls.

Voor veel literatoren en vertalers was het prettig, zo’n kant-en-klaarcontract. Zakelijk zijn de meesten niet, want ze besteden hun tijd liever aan schrijven. Maar als het aan de NMa ligt, moeten ze allemaal over de tarieven onderhandelen. Iedere nieuwe schrijver kan een eigen agent nemen, die dan de helft van de schamele opbrengst kan afvangen. De auteurs zijn verplicht tot calculerend marktgedrag, zoals passagiers die na de invoering van de nieuwe taxiwet voor het station moest gaan pingelen voor de goedkoopste taxi. Tot ongenoegen van alle partijen.

Over de mislukte taxiwet was tenminste nog democratisch besloten. Maar de NMa mag ook uit eigen beweging ingrijpen en de vertrouwde praktijk omgooien op grond van wat simpele regeltjes die overal opgaan. Degenen die de waarde van literatuur in kleine oplagen aan jonge NMa-juristen probeerden uit te leggen praatten tegen een muur. De NMa onderhandelt in stilte met uitgevers en verenigingen van auteurs en vertalers over een oplossing. Met een nieuwe wet kan de praktijk worden gelegaliseerd maar de formulering is moeilijk. Er komt misschien een nieuwe toezichthouder, de zoveelste onvoorspelbare macht met een grote staf ambtenaren. Tot dan, mondje dicht, want de NMa kan zomaar een boete opleggen en de schrijvertjes kunnen minder betalen dan bouwfirma’s.

De NMa kan juridisch best gelijk hebben, maar er zijn zoveel grote zaken. Krantenconcerns, thuiszorginstellingen en zorgverzekeraars mogen ongeremd fuseren. Fusies worden nu eenmaal eerder toegestaan dan prijsafspraken. Banken verminderen als bij afspraak hun service aan de klanten. Fuserende energiebedrijven lachen de NMa uit. De NMa heeft een bescheiden budget, terwijl de concerns beschikken over pelotons dure advocaten. Die winnen vaak bij de rechter. Maar over de literatuur en haar schrijvertjes heeft de NMa alle macht en daarom bestrijdt ze kartels van 5,9 cent.