Het Westen heeft een spirituele impuls nodig

Het Westers secularisme gaat voorbij aan de vragen waarvoor iemand komt te staan zodra hij vrij is om te kiezen en zijn eigen koers te varen. Daarom moet het Westen niet alleen putten uit het humanisme, maar ook uit gematigde godsdienstige overtuigingen.

Amitai Etzioni

Doceert sociologie aan de George Washington universiteit in Washington DC. Deze dagen verschijnt zijn boek ‘For a Muscular, Moral Foreign Policy’.

De Verlichting heeft veel westerse opiniemakers zozeer in haar ban dat de golf van religie in de wereld ofwel wordt genegeerd, ofwel eerder als een grote bedreiging wordt gezien, dan wel als een belangrijke bron voor een ethisch reveil in de samenleving. Natuurlijk is door tal van commentatoren opgemerkt, vooral na 11 september 2001, dat de opkomst van een gewelddadige islam zich niet beperkt tot de Arabische wereld, maar duidelijk in alle moslimlanden aan de orde is, van Indonesië tot Turkije. Alleen hebben maar weinigen gewezen op het belang van de overvolle kerken in de vroegere communistische landen in Oost-Europa en Rusland, op de tientallen miljoenen die in China het geloof hervinden en op de groeiende aanhang van allerlei godsdienstige groeperingen en sekten overal ter wereld.

De mondiale betekenis van deze ontwikkelingen manifesteert zich in iets wat anders vrijwel onbeduidend zou zijn: het Amerikaanse Bureau voor Internationale Ontwikkeling herziet de leerboeken die gebruikt worden op Afghaanse en Iraakse scholen. De medewerkers hebben uit deze teksten de passages geschrapt waarin de Talibaan en Saddam worden bejubeld, maar wisten niet zo goed welke waarden ze er dan in moesten opnemen en hebben toen maar besloten zich op het onderwijs van wis- en natuurkunde en Engels te richten. Maar zulke seculiere lesstof gaat niet in op diepgravende thema’s waar godsdiensten zich wel op richten: wat is een rechtschapen leven? Wat zijn onze plichten jegens onze familieleden, vrienden en andere leden van de gemeenschap? Is de dood een dreigend einde dat we moeten vrezen of niet meer dan een overgang naar een beter oord? Zijn we werkelijk beter af naarmate we over steeds meer goederen beschikken? En kunnen diegenen van ons die het op de markt ‘niet maken’ toch nog diepe bronnen van zelfrespect aanboren?

Het westerse secularisme gaat aan deze thema’s grotendeels voorbij. Het consumptiehedonisme heeft zijn eigen aantrekkingskracht, al merken steeds meer mensen dat ze de race niet kunnen volhouden. Vandaar de groeiende vervreemding op het platteland en onder de migranten naar de steden – onder het merendeel van de bevolking dus – in ontwikkelingslanden als India en China. Het Westen bezingt terecht de waardigheid van het individu en de waarde van zelfbeschikking en mensenrechten. Maar in wezen zijn dit ideologieën die dienstdoen als dwingend tegengif tegen overmatige overheidsbemoeienis en gericht zijn op zelfbestuur. Ze gaan niet in op de vragen waarvoor iemand komt te staan, zodra hij vrij is om te kiezen en vrij is om zijn eigen koers te varen naar zijn bestemming en zijn doel.

Het gebrek aan antwoorden op deze transcendente vragen is de voornaamste reden dat het Westen almaar verder achterop zal raken in de mondiale botsing van geloofssystemen. Theoretisch kan het Westen een veel rijkere verzameling waarden ontwikkelen door uit het seculiere humanisme te putten, zolang het maar veel meer gewicht toekent aan de positieve ethische categorieën van Immanuel Kant en het begrip sociale gerechtigheid van John Rawls, in plaats van zich op libertaire noties van de vrije keuze te richten. Maar de godsdienstige opleving in de hele wereld, behalve West-Europa, wekt sterk de indruk dat ook het Westen uit godsdienstige bronnen zal moeten putten om iets te kunnen zeggen op de diepgaande vragen waarmee mensen worstelen, vooral zodra ze in hun grondbehoeften hebben voorzien.

Verlichte mensen behandelen de godsdienst vaak als een overblijfsel uit het verleden, rijk aan passie en arm aan rede, de vijand van vooruitgang en vrijheid. Maar in plaats daarvan kan het Westen beter onderscheid leren maken tussen gematigde, menselijke godsdienstige interpretaties en fundamentalistische met een hang naar geweld. De eerste laten zich in met belangrijke transcendente thema’s inzake onze plichten jegens elkaar en onze kosmische bestemming, en proberen mensen eerder te overtuigen dan hen te dwingen zich aan de godsdienstige beginselen te houden. Ook onder christenen zijn wel mensen die geloven dat hun godsdienst ‘geen vrede, maar het zwaard komt brengen’, maar veel meer van hen zouden eerder ‘de andere wang toekeren’; en sommige joden geloven wel dat God hun de Westelijke Jordaanoever heeft nagelaten, maar de meesten geloven toch dat ze land voor vrede zouden moeten ruilen. Zo zijn er ook moslims die de jihad als een oproep tot heilige oorlog beschouwen, maar anderen volgen de wijdverbreide uitleg van de jihad als een geestelijke reis tot zelfverheffing en verkiezen raadpleging van de gemeenschap als beslisser over godsdienstige normen [shura] boven een theocratie onder leiding van mullahs.

Het zou weleens kunnen dat het Westen niet alleen uit een verrijkt humanisme moet putten maar ook uit gematigde godsdienstige overtuigingen, wil het niet de strijd om de sympathie van het merendeel van de wereldbevolking verliezen. Het heeft meer behoefte aan een geestelijke dan aan een militaire impuls.