Getalbegrip uit Afrika 2

De krasjes op het (eerste) Ishangobotje staan mijns inziens niet voor getalsymbolen zoals wij die kennen, maar voor woorden die gesproken werden toen de krasjes gekerfd werden (`Getalbegrip uit Afrika`, W&O 17 maart). Toch is er wel wat over te zeggen, door het onderzoek naar veel voorkomende patronen in de woordvorming van telwoorden. In het algemeen zijn de woorden voor 1 t/m 5 geheel onafhankelijk van elkaar (niet etymologisch verwant). Na 5 zijn er de volgende mogelijkheden:

- opnieuw gaan tellen met 6 als 5 +1, 7 als 5 + 2 etc.

- verdubbeling: het woord voor 6 wordt afgeleid van dat voor 3 (en 2), 8 van 4, 10 van 5.

- nieuwe woorden geheel los van die voor 1 t/m 5.

Combinaties van de genoemde systemen komen vaak voor.

Als er naar taalfamilies gekeken wordt zijn er voorkeurssystemen. In de Indo-Europese familie is het stelsel overwegend tientallig op één uitzondering na: het (Proto-)Indo-Europese woord voor 8 is een afgeleide (dualvorm) van het woord voor 4. De variant met 6 als 3 + 3 is zeer zeldzaam. Bij Bantoetalen heb ik die maar twee keer gezien.

Mijn interpretatie van de krasjes:

De volgorde van de groepjes krassen in de middenkolom van de figuur in het artikel is 3 6 4 8 10 5 5 7. De verdubbeling is duidelijk, maar de afsluiting met 5 en 7 past daar niet in. De kerver wilde met de opeenvolging van 5 en 7 krasjes laten zien dat het woord voor 7 in zijn taal de combinatie van woorden voor 5 en 2 was. Ik veronderstel dat naast de 3 krasjes op het botje, dat daar flink beschadigd is, rechts nog 1 krasje stond en links 2 krasjes om de telwoorden 1 en 2 weer te geven.

In de rechtse kolom moet 11 dan gelezen worden als 10 + 1, 21 als 20 + 1, 19 als 20-1 en 9 als 10-1. Een telwoord voor 9 afgeleid van 10-1 komt in Niger-Congo talen voor en ook 19 als 20-1 (Yoruba).

Van bovenaf wordt het dan [2?], 12 (10+2), 13 (10+3), 17 (15+2) en 18 (15+3).