Falende grazers

Jammer dat het artikel van Rypke Zeilmaker in de NRC van 24 maart de titel `Falende grazers` heeft meegekregen. Feitelijk gaat het hier om falende natuurbeheerders, die grazers misbruiken voor een (te) beperkt natuurbelang. De een wil meer grazers voor de parnassia, de ander juist minder voor de noordse woelmuis. Vanuit dergelijke tunnelvisies moet begrazing wel op een teleurstelling uitlopen. Begrazing door paarden, runderen, herten of wisenten is zoveel meer dan een middel voor natuurbeheerders. Het is bovenal een natuurlijk sleutelproces in veel ecosystemen. Er blijken duizenden soorten direct of indirect van afhankelijk te zijn. Dat is in ieder geval onze ervaring, na bijna twintig jaar lang honderden begrazingsprojecten te hebben opgezet in binnen- en buitenland. De resultaten zijn spectaculair en vaak onverwacht. Lang verdwenen levensgemeenschappen en soorten keren terug in de Gelderse Poort, langs de Grensmaas of rond het Naardermeer.

Inderdaad raken er soms karakteristieke soorten in de verdrukking bij het nieuwe begrazingsregime. Geen probleem. Desnoods uitrasteren, totdat ze wel in het gebied hun plek weten te vinden. Onderdeel van het leerproces. Inmiddels is helder dat grazers zelden bosontwikkeling tegenhouden, en vaak zelfs bevoordelen doordat ze de kiemomstandigheden van struiken en bomen verbeteren. Maar storm, ziekten of bevers kunnen elders weer open plekken doen ontstaan.

Of dit beeld overeenstemt met natuur uit een ver verleden is misschien een interessante academische vraag, maar weerhoudt ons er niet van ons op de toekomst te verheugen. In die zin zijn wij ook nieuwsgierig wat de wisentenproef in het Kraansvlak bij Haarlem gaat brengen. Dit wordt een van de eerste plekken in Europa waar we deze Europese bizon kunnen bestuderen zonder bijvoedering, om weer een stukje van de Nederlandse natuurpuzzel te leren kennen. Zoveel leuker dan kijken naar maaimachines.