De zijspan als eeuwig middelpunt

Daniël Willemsen (31) is vijf keer wereldkampioen zijspancross geworden. Hij zocht nieuwe inspiratie om door te gaan. Hij vond die in een andere bakkenist en een innovatief chassis.

Waar in willekeurig welke tak van sport een vijfvoudige wereldkampioen de status van eenvoudige sterveling zou zijn ontstegen, woont Daniël Willemsen in een gewone straat, in een gewone doorzonwoning, tussen gewone mensen in het gewone Achterhoekse dorp Lochem. En om vijf uur komt hij gewoon thuis van zijn werk, het vuil nog aan zijn handen. De zijspancrosser heeft geen verbeelding, al is hij een fenomeen.

Willemsen is vergroeid met de plek waar hij en zijn twee jaar jongere broer Marcel zijn grootgebracht. De nieuwbouwwijk is zijn biotoop, daar kent hij elke straatsteen. En daar wil hij niet weg, zelfs niet voor zijn Duitse vriendin Diana. Samenwonen vond Daniël een voortreffelijk idee, maar dan wel in Lochem. „Ik ga niet naar Duitsland”, luidde het voorbehoud op zijn liefdesverklaring, waarna de keus voor zijn vriendin beperkt bleef tot een lat-relatie of een verhuizing. Ze koos voor Lochem, waar intussen de adressen voor een taalcursus op tafel liggen. „Want de Nederlandse taal is verrekte moeilijk”, zegt ze nog steeds in vloeiend Duits.

Het ontbreken van statussymbolen zegt veel over de levenshouding van Willemsen, die het adagium van ‘doe maar gewoon, want dan doe je al gek genoeg’ tot zijn motto heeft verheven. Die pose past ook bij de zijspancross, waar de contacten laagdrempelig worden gehouden. In een rennerskwartier is ook het publiek welkom en kan met iedere coureur een praatje worden gemaakt, zelfs met de vijfvoudige wereldkampioen, de ridder in de orde van Oranje Nassau en de man naar wie in zijn woonplaats nu al een straat is vernoemd. In Lochem bestaat sinds twee jaar het Daniël Willemsenpad, vanzelfsprekend een zandweg, die leidt naar het circuit van de plaatselijke motorclub. „Maar bij een wedstrijden moeten al gauw 5.000 mensen over die weg”, zegt Willemsen.

Aan waardering geen gebrek, vindt de meervoudige kampioen. Of toch. Op één verkiezing heeft hij het niet: die van sportploeg van het jaar van sportkoepel NOC*NSF. Dat hij tijdens het laatste Sportgala niet tot drie genomineerden behoorde vond hij al merkwaardig, maar dat zijn naam zelfs niet voorkwam op de longlist van NOC*NSF waar uit journalisten hun keus konden maken, deed de deur dicht. Willemsen liet uit protest verstek gaan bij de verkiezing, hoewel die verzetsdaad onopgemerkt bleef. De zijspancrosser is nog steeds verongelijkt. „Wat hadden we meer moeten presteren? We werden Nederlands, Europees en wereldkampioen. Man, 2006 was een uniek jaar.”

Ondanks de euforie over zijn prestaties heeft Willemsen vorig jaar sterk getwijfeld over een vervolg van zijn carrière. Hij zocht nieuwe inspiratie na zeven Nederlandse, vier Europese, vijf wereldtitels en meer dan 100 manche-overwinningen. „Ik zit vanaf mijn vijfde op een motor en heb alles al een keer meegemaakt. En als de motor heel bleef, wonnen we vorig jaar elke wedstrijd redelijk gemakkelijk. Er was amper competitie. Ik mag graag winnen, maar ik wil wel strijd leveren.”

Maar uit welke overwegingen besloot Willemsen door te gaan? „Omdat ik met een andere bakkenist rijd. Dat is de Zwitser Reto Grütter, een jonge vent van 22 jaar. Ik vind het leuk om iemand op te leiden. Ik heb hem vorig jaar al ontdekt toen hij nog samen reed met zijn landgenoot Uli Müller, die is gestopt. Goed ventje, dat alleen nog feller moet worden, zo van: kom maar op met die springbult, of dat knipgat. Hij is nog te lief. Grütter is ook niet zo’n powerbeest als Verbrugge. Daar staat tegenover dat hij lenig en taai is.”

Maar de samenwerking met Grütter was uiteindelijk niet doorslaggevend voor Willemsens besluit om ten minste nog één jaar door te gaan. Dat is het nieuwe chassis, dat hij zelf heeft ontwikkeld en als een spectaculaire innovatie bestempelt. „Ik heb de geometrie aanpast, zodat de wieldruk anders is verdeeld. En ik heb heel licht materiaal gebruikt. In plaats van 220 kilogram weegt de zijspan nog maar 180 kilogram. Ik kan je verzekeren dat zoiets scheelt als je het voorwiel door diepe gaten moet trekken. Ik liep al enige jaren rond met het idee het chassis te verbeteren, maar ik vond bij de motorfabrikanten geen gehoor. Te tijdrovend en te kostbaar, waren altijd de argumenten bij afwijzing. Dan doe ik het zelf wel, heb ik uiteindelijk gezegd. Past ook mooi in het constructiebedrijf dat ik drie jaar geleden ben begonnen. Als het chassis een succes wordt, wil ik het op de markt brengen.”

Overigens was het de tweede keer dat Willemsen aan stoppen dacht. Sterker, hij was in 2000 al gestopt nadat hij in Italië over de kop was geslagen en zijn broer en bakkenist Marcel een dwarslaesie opliep. Daniël bleef zitten met een schuldgevoel, omdat hij de stuurman was. „Ik was helemaal klaar met de motorsport; een dwarslaesie was het me niet waard. Marcel heeft me uiteindelijk overgehaald door te gaan, maar het heeft zeker een jaar geduurd voordat de angst was verdwenen en ik weer een beetje plezier in het crossen kreeg. Marcel kan weliswaar weer lopen, maar helemaal goed komt het nooit meer. En als bakkenist kon hij zeker niet verder. Bijzonder jammer, want mooier als met Marcel zal het nooit meer worden.”

Nieuwe impulsen in een nieuw seizoen, hoewel Willemsen niet had verwacht dat hij afscheid van zijn bakkenist Verbrugge zou nemen. Maar de salariseisen van de Belg waren dusdanig hoog, dat Willemsen naar eigen zeggen geen keus had. „Ik had graag met hem verder gewild, omdat de resultaten goed waren. Maar zijn eisen waren onacceptabel. Hij dacht waarschijnlijk dat ik na de vijfde wereldtitel financieel was binnengelopen. Nou, verre van dat. Het was aanvankelijk zelfs de vraag of ik de 100.000 euro voor het jaarlijkse budget wel bij elkaar zou krijgen. Al had ik hem het gevraagde bedrag willen betalen, dan had ik het niet gekund. Verbrugge speculeerde erop dat ik geen vervanger voor hem zou kunnen vinden. Daarmee heeft hij zijn hand overspeeld. Ik vind het in zekere zin triest voor Sven, want hij vond evenmin emplooi bij andere zijspanrijders en moet zich nu behelpen bij clubwedstrijden van de Belgische bond.”

Willemsen beseft terdege dat hij met de vervanging van Verbrugge door Grütter een risico neemt. Maar daartegen heeft hij zich ingedekt door een stille afspraak te maken met een andere bakkenist. Willemsen: „Ik kan niet zeggen wie dat is, omdat hij nog met een ander samenwerkt. Maar ik heb een overeenkomst gesloten dat hij in geval van nood inspringt. Ja, hij kan dan weg, omdat hij niet contractueel vastligt. Nee, van die afspraak is Grütter niet op de hoogte. Maar ik moet wel zo handelen omdat het me eventueel de wereldtitel kan kosten. Er staat veel op het spel. Nee, het is niet fair, dat besef ik. Maar als rijder is het ondenkbaar om te stoppen; het is gebruikelijk dat je dan ergens een vervanger tevoorschijn tovert. En omdat ook mijn concurrenten in noodgevallen altijd een nieuwe passagier vinden, veronderstel ik dat ook zij een geheime afspraak met een andere bakkenist hebben.”

Die houding typeert het kleine wereldje van de zijspancrossers, waar veel kameraadschap heerst, maar wheelen en dealen tot de mores behoort. Het komt voort uit een vorm van bescherming, omdat zijspancross een dure sport is en het niet meevalt geld bij sponsors los te weken. Zelfs voor de primus inter pares Willemsen is het jaarlijks een toer om de benodigde ton bij elkaar te schrapen. Want ook dat moet hij zelf doen; managers zijn een uitzondering in de zijspancross. Willemsen: „Weet je wat zo moeilijk is? Om bij een bedrijf op directieniveau een afspraak te maken voor een presentatie. Zonder kruiwagen ben je kansloos, is mijn ervaring. Of ze denken dat ik de hoofdprijs kom vragen, ik weet het niet. Maar dat is niet zo, want ook kleine sponsors zijn meer dan welkom.”

Zo moeilijk de entree bij potentiële sponsors is, zo gemakkelijk vond Willemsen een plaats in een team voor deelname aan de Dakar-rally, waarin de zijspancrosser dit jaar zijn debuut maakte. Als solorijder, wat hem juist voor het Yamaha-team zo aantrekkelijk maakte. Een wereldkampioen zijspancross die alleen gaat rijden, genereert nu eenmaal veel publiciteit. De sponsor ziet Willemsen volgend jaar graag terugkeren in de Dakar-rally, maar de coureur zelf heeft zijn bedenkingen, hoewel hij een voortreffelijk debuut maakte met een 48ste plaats in het algemeen klassement en een tiende plaats in zijn klasse. Maar eenmaal in Dakar zei Willemsen: ‘Dit is eens maar nooit meer’. „Het was vooral mentaal ver-schrik-ke-lijk zwaar”, vertelt de Lochemer, die bovendien de laatste etappes met een lichte hersenschudding reed, omdat hij hard op zijn hoofd was gevallen. „Er waren momenten dat ik dacht: waar ben ik aan begonnen. En als ik een onderweg een bordje ‘Lochem rechtsaf’ was tegengekomen, zou ik die afslag zonder nadenken hebben genomen. Ondanks alles ben ik blij ‘Dakar’ te hebben gereden. Ik ben er mentaal sterker uitgekomen en heb nog maar eens ondervonden hoe belangrijk discipline is.”

En beheersing zal Willemsen het komende seizoen – dat op Tweede Paasdag in Oldebroek begint met de Grand Prix van Nederland – nodig hebben in de strijd met zijn grootste concurrent, de Let Kristers Sergis. Beheersing achter het stuur, maar ook daarbuiten, want Willemsen en Sergis zijn elkaars grootste vijanden. „Dat is gekomen toen ik met Marcel in 1999 voor het eerst wereldkampioen werd. Met protesten hebben ze dat proberen te verhinderen. Wij zouden hulp van buitenaf hebben gehad. Maar dat was onzin.”

De broers Willemsen hebben dat opgevat als een oorlogsverklaring en sindsdien is het hommeles. „Nee, ik wissel geen woord met Sergis, we negeren elkaar”, zegt Willemsen. „En tijdens de race gaat het hard tegen hard. Zodanig dat we elkaar wel eens raken. Nee, niet bewust, maar om een positie te veroveren. Hoe ik Sergis zou omschrijven? Als een Russisch type: nors, star, halsstarrig en iemand die weinig lacht. Nee, bepaald geen jongen om gezellig een biertje mee te drinken.”