De macht in Nigeria begint bij God

Wie het wil maken in de Nigeriaanse politiek, kan niet zonder God. Politieke en spirituele macht zijn met elkaar verbonden. „Voor ik deze 200 miljoen dollar overmaak, ga ik eerst even langs bij de bisschop.”

De stadionlampen, de tropische hitte, de zwetende massa en de opzwepende toespraken vanaf het podium. In het voetbalstadion van Lagos voelt God op deze vrijdagavond heel dichtbij. Gelovigen lopen kriskras door elkaar heen, als een dolgedraaide mierenhoop. Ze heffen hun handen ten hemel, slaan zichzelf op het hoofd, of vragen op hun knieën om hulp van boven. „Opdat Nigeria weer zal bloeien. Heer zegen deze natie.”

Veertigduizend deelnemers kwamen af op dit ‘Gebed voor Nigeria’. Een bijeenkomst zo massaal dat iedere politicus die bij de verkiezingen op 21 april vertrekkend president Olusegun Obasanjo hoopt op te volgen, er alleen van kan dromen. Wie gehoord wil worden, komt hier. Zoals Yakubu Gowon, militair leider van Nigeria van 1966 tot 1975. Hij grijpt de hand van een van de zes priesters op het podium en predikt met ze mee. „Als de mens tot niets in staat blijkt in dit land, op wie anders kunnen we dan nog vertrouwen dan God? Iedereen heeft dit land al opgegeven. Alleen de Heer niet. Prijs de Heer.” Het stadion scandeert, wat geen politicus hier ooit te horen krijgt: „Amen”.

De politieke en spirituele macht zijn in Nigeria onlosmakelijk met elkaar verbonden. De kerk heeft iets te bieden dat de staat niet heeft, en vice versa. Maar wat? Op zoek naar het antwoord van die vraag nemen we op een zaterdagmiddag de snelweg van Lagos naar Ibadan. Dit wordt wel de highway to heaven genoemd, vanwege de duizenden kerken die er de afgelopen tien jaar in de berm van de weg zijn gebouwd. Een explosie van Onafhankelijke Afrikaanse kerken heeft hier plaatsgevonden. De kerken staan beter bekend als charismatische of pinksterkerken. The Holy African Trinity Church. The Living Christian Bible Mission. The Grace Assembly. Een op de drie Nigerianen is inmiddels lid van een van deze kerken.

Nergens anders wordt het falen van de notoir corrupte Nigeriaanse staat beter getoond dan op deze weg naar de hemel. Op vierbaans wegen rijden auto’s met zijn achten naast elkaar, deur aan deur. Wegen leiden langs huisvuil en krotten. De lucht erboven ziet tegen zonsondergang zwart van de vervuiling, van puffende dieselmotoren en ratelende generatoren die de onbetrouwbaarheid van de nationale stroomvoorziening moeten opvangen.

Pas na de afslag naar het stadje Ota sterft de herrie langzaam weg. „Welkom in Kanaänland”, zegt de toegangspoort. Dit is de kerk van bisschop David Oyedepo en zijn Faith Tabernacle, een van de grootste gebedshuizen in het land. Beter bekend als de Kapel van de Winnaars. „Are you a winner”, vraagt elke sticker op elke auto die hier binnenrijdt.

Hier worden de straten geveegd en schoongespoten. Hier liggen honderden vierkante meters groene weide om het auditorium met zitplaatsen voor 50.000 man. Het grootste ter wereld, pocht de website. Want virtueel bestaat de bisschop ook. De kerk heeft een eigen hotel, twee restaurants, een universiteit voor drieduizend studenten en een campus. Bij de bank kunnen volgelingen eenvoudig leningen en verzekeringen afsluiten. In de kantoorgebouwen van spiegelglas maken ruim 2000 werknemers (in pak en stropdas) carrière. Dit is de NV Jezus.

„Wij laten zien dat Nigeria wel kan slagen”, zegt de bisschop terwijl hij met zijn vuist op de notenhouten armleuning van zijn driezitsbank slaat. „Het kan wel.” Hij ontvangt zijn bezoek als een president. De vlag van Nigeria en die van zijn kerk, staan achter zijn stoel. Hij laat zich rondrijden in een vloot van limousines. Hij heeft zijn eigen vliegtuig. Hij werd multimiljonair dankzij de verkoop van zijn boeken (hij schreef er bijna honderd), video’s en giften van zijn volgelingen.

Is dat niet smakeloos in een land met zoveel armoe? „Waarom? Je moet het goede voorbeeld tonen. Ik ben een rolmodel. Als ik het kan, kan iedereen het.” Rijkdom is hier niet iets om je voor te schamen. Een leider met geld, is een geslaagde leider. Een leider die niks heeft, kan niks geven.

Zo ziet ook Jimmy Ibrahim dat, naar verluidt een van de vijf rijkste zakenmannen van Nigeria. Hij heeft zich op deze zondagochtend in zijn gepantserde Hummer met bewakers naar de kerk laten rijden. Hij pakt zijn mobiele telefoon. „Ik sta op het punt om 200 miljoen dollar over te maken voor een investering. De bank wacht om mijn sms’je. Maar ik moet eerst met de bisschop praten. Succes zonder spirituele leiding bestaat niet.”

De pinksterkerken werden groot tijdens de opeenvolgende militaire dictaturen in Nigeria. Transformatie door gebed, was de slogan. Kerken vormden een onofficiële oppositie tegen de islamitische leiders uit het noorden. De aanstelling van de christen Olusegun Obasanjo in 1999 zagen ze als het antwoord op hun gebeden. Bisschop David Oyedepo prees Obasanjo waar hij kon. „U heeft de levens van miljoenen geraakt” zei de bisschop op diens vijftigste verjaardag. „We danken God voor uw leven. De bisschop beaamt zijn warme relatie met de president met een veelbetekenende glimlach. „We zijn goede vrienden.” Het buitenverblijf van de president ligt om de hoek van de kerk.

De kerken geven christelijke leiders legitimiteit en zoeken naar politieke invloed. De Christian Association of Nigeria (CAN) eiste deze maand (vergeefs) dat presidentskandidaten eerst door de kerk goedgekeurd zouden moeten worden. „Als christenen zich niet met politiek bemoeien […] zullen de demonen hun kansen grijpen’’, aldus CAN. Zo proberen de kerken politiek tegenwicht te geven aan het islamitische noorden, waar de meeste Nigeriaanse leiders vandaan komen.

Obasanjo gebruikt de kerken om zijn legitimiteit te onderbouwen. Tijdens zijn jaren in gevangenschap zou hij „wedergeboren’’ zijn. Zijn terugkeer op het politieke toneel (hij was staatshoofd van 1976 tot 1979) werd vergeleken met de wederkomst van de Messias. Een goddelijk plan.

Politieke macht komt in Afrika zelden zonder een vleugje spiritualiteit. De Ghanese president JJ Rawlings kwam in 1979 aan de macht als ‘Jezus junior’. De Zaïrese president Mobutu Sese Seko liet zich door de staatstelevisie afbeelden als een God die gezeten op zijn wolkje over het land waakte. Een leider zonder contact met de geestenwereld is geen leider.

„Misschien zijn we nog niet wie we zouden moeten zijn, maar we zijn in elk geval niet zo slecht af als we waren”, knipoogt de bisschop in zijn preek naar de afgelopen zeven jaar onder Obasanjo. De kerk zit afgeladen vol met vrouwen in hun mooiste jurken en mannen in het zondagse pak. De volgende president komt waarschijnlijk uit het noorden en zal een moslim zijn. Voor de christelijke zuiderlingen staan opnieuw onzekere tijden voor de deur. Dan is alleen de kerk nog veilig.