De logica is vertrokken

De waarschuwingslichten flitsen nog rood, maar de beleggers zien ze niet meer. Op de Amsterdamse beurs stijgen de koersen. De correctie van begin maart is al weer goed gemaakt.

Slechte ervaringen worden nergens zo snel vergeten als op de effectenbeurs. Ook het negeren van slecht nieuws en potentiële dreigingen lijkt een handelsmerk van de moderne belegger.

Ten minste, dat lijkt zo. De AEX-index in Amsterdam stijgt weer, sloot gisteren met 510,50 weer ruim boven de 500-puntengrens en is de correctie van begin maart te boven. Alsof de situatie op de Amerikaanse markt voor hypotheekverstrekkers, de directe aanleiding voor de dalende koersen begin deze maand, beter is geworden. En staat de Amerikaanse economie er nu beter voor? Is de situatie op de valutamarkt beter voor het Europese bedrijfsleven? Daalt de olieprijs soms?

Nee, is het antwoord op deze vragen en dus zouden de beurzen in Europa eigenlijk moeten dalen. Deze stijgen de laatste weken echter. Gedreven door met name het fusie- en overnamegeweld dat in volle hevigheid woedt. In Amsterdam helpt een mogelijke fusie de koersen: ABN Amro praat met Barclays en de koers van zwaargewicht ABN is fors gestegen. Het is niet moeilijk te bedenken wat het aandeel van de bank zal doen mocht de fusie afketsen en er geen andere partner inspringen.

De logica is ver te zoeken op de Europese beurzen. De olieprijs is bezig aan een opmars. Die heeft te maken met de gespannen situatie rond Iran, dat sinds vorige week Britse mariniers gevangen houdt die zich in de Iraanse territoriale wateren zouden hebben opgehouden. Iran is de vierde olieproducent ter wereld en de markt vreest dat de rel de olietoevoer uit het land kan beïnvloeden.

Het komt vaker voor dat politieke spanningen in de regio de olieprijs opstuwen. De landen aan de Perzische Golf behoren tot de grote olie-exporteurs en de dreiging van een onderbreking in deze export heeft een directe impact op de oliemarkt. De prijs van een vat Brent-olie uit de Noordzee steeg gisteren naar 68,25 dollar, ruim een dollar boven de prijs van donderdag en het hoogste niveau sinds begin september.

Logica dicteert dat als de olieprijs stijgt, de meeste aandelenkoersen dalen. Dure olie kan leiden tot hogere inflatie, een lagere koopkracht voor de consument en lagere bedrijfswinsten (behalve voor olieconcerns). Vorig jaar was deze beweging te zien, maar in maart ging een hogere olieprijs juist gepaard met hogere koersen.

Deze week konden beleggers ook niet vrolijk worden van de uitlatingen van Ben Bernanke, president van het Amerikaanse stelsel van centrale banken (Fed). Bernanke zei dat de onzekerheden voor de grootste economie van de wereld waren toegenomen en voegde eraan toe dat de Fed vooralsnog de rente onveranderd zal laten. Dat de economische groei in Europa het goed doet is een tegenwicht hiervoor. En dat wordt kennelijk zwaar gewaardeerd door beleggers.

Behalve de duurdere olie kan de stijging van de euro die bedrijfswinsten in Europa, en zeker in Nederland, onder druk zetten. Nu het eerste kwartaal ten einde is zullen de beursgenoteerde ondernemingen de resultaten publiceren. En zij kunnen bekendmaken dat ze last hebben van de stijging van de euro tegenover de dollar. De euro stond gisteren op 1,33 dollar nadat het eerder deze week rond de 1,34 dollar noteerde.

De internationale zakenwereld betaalt elkaar in dollars, maar de bedrijven in Europa krijgen nu minder euro’s voor deze dollars. Natuurlijk, veel bedrijven dekken zich in tegen dit soort bewegingen, maar ook dit hedgen wordt duurder. Bovendien kan een langdurig zwakke dollar leiden tot een dalende export naar de VS, omdat de Amerikaanse koopkracht daalt.

Maar de vele negatieve signalen lijken de meeste beleggers vooralsnog niet te deren. De AEX stond gisteren weer in de plus.