De laatste aftrekpost

Aan uitvaart kan aardig wat worden verdiend. Een baan als bankpresident kan meehelpen.

De organisatoren van de Uitvaartbeurs eind vorig jaar hadden vooraf op zo’n 1.000 bezoekers gerekend. Maar er kwamen meer dan 3.500 mensen langs in de St Bavokerk in Haarlem. Stervensdruk kopte de plaatselijke krant, het Haarlems Dagblad. Het tekent de toegenomen belangstelling voor de dood en in het bijzonder hoe de uitvaart geregeld zal worden.

Nu al kan worden vastgelegd dat er na uw verscheiden straks geen koffie en cake maar wijn en tapas worden geserveerd. Ook het uitzoeken van een mooi plekje voor de teraardebestelling of de urn hoort erbij. Wordt het een graf alleen onder een grote conifeer of liever met het hele gezin naast de vijver in een familiegraf?

In alle gevallen is het zaak de wensen tijdig vast te leggen. Een zorgvuldige planning van de eigen uitvaart kan bovendien fiscaal voordeel opleveren. De kosten in verband met een overlijden zijn fiscaal aftrekbaar onder het kopje buitengewone kosten, ze worden samengevoegd met onder andere de ziektekosten. Wie zelf bij leven een regeling treft voor bijvoorbeeld het aankopen van een graf, een grafsteen of een plaats in de urnenmuur kan daardoor een aanmerkelijke aftrekpost creëren.

Wel moeten de kosten een bepaalde drempel overschrijden. Deze is persoonlijk en wordt – kort gezegd – berekend door 11,5 procent van het verzamelinkomen (van u en uw fiscaal partner) te nemen. Het verzamelinkomen omvat de inkomsten uit alle drie de boxen tezamen, vóór aftrek van persoonsgebonden kosten.

Van het drempelbedrag mag de premie van de ziektekostenverzekering worden afgetrokken. Voor dit jaar is dit 1.059 euro per persoon (2006: 1.015 euro); het is niet van belang wat werkelijk is betaald voor de basispremie. Bij de uitkomst moet eventueel ontvangen zorgtoeslag worden opgeteld.

De uitkomst vormt het drempelbedrag, buitengewone kosten moeten boven dit bedrag uitkomen om aftrekbaar te zijn. Let op dat de kosten die worden afgetrokken direct betrekking hebben op het overlijden en niet buitensporig zijn. Over dat laatste oordeelt de fiscus; waarbij in aanmerking wordt genomen wat gebruikelijk is in de gegeven omstandigheden, inkomen en leefstijl. De uitvaart van de voormalig president van de Europese Centrale Bank wordt verondersteld meer te kosten dan die van een gemeenteambtenaar. Wie het berekent zal merken dat aftrek alleen loont als deze buitengewoon zijn.

Met alleen de verzekering voor begrafenis of crematiekosten wordt de drempel zelden bereikt. Dit kan wel het geval zijn als er een (familie)graf wordt aangekocht dat lang wordt aangehouden. De grafkosten bedroegen in 2006 gemiddeld 1.784 euro, berekende uitvaartverzekeraar Monuta.

Het gaat om de totale grafkosten; waarin onder andere de kosten van een eigen graf gedurende twintig jaar en de kosten van het begraven zijn opgenomen. De kosten voor een familiegraf kunnen veel hoger oplopen, zeker als het graf voor de lange termijn is bedoeld. Dat laatste is belangrijk. De bron van veel misverstanden rond het familiegraf ligt met name in het feit dat een familiegraf niet wordt gekocht, maar wordt gehuurd.

In de wet heet het ‘uitsluitend recht op een graf’. De eigenaar koopt weliswaar het recht om te beslissen welke overledene(n) in het graf komen, maar wordt daarmee geen eigenaar van het graf of de grond. Eigenaar blijft altijd de eigenaar van de begraafplaats, vaak de gemeente. Er zijn nog maar heel weinig begraafplaatsen die zogenoemde ‘eeuwigdurende’ graven uitgeven, graven die niet geruimd worden. De huurperiode voor een graf duurt meestal maximaal twintig of dertig jaar.

Dit staat ook vermeld in het grafrecht. Daarna is tegen betaling meestal verlenging voor telkens tien jaar mogelijk. De praktische uitwerking daarvan kan echter lastig zijn. Wie verzorgt de betalingen als u en uw eventuele partner er niet meer zijn? Afhankelijk van de voorwaarden in de grafakte loopt aan het einde van de rechtsperiode het grafrecht af. Meldt niemand van de nabestaanden zich, dan kan de gemeente besluiten het graf te ruimen.

Dit betekent in de praktijk meestal dat de resten worden herbegraven in een gezamenlijk graf. Een en ander kan voorkomen worden door hier afspraken over te maken binnen de familie, bijvoorbeeld door voor het behoud van het graf in de verre toekomst een stichting op te richten. Ook is het mogelijk de Stichting Grafzorg Nederland – een stichting zonder winstoogmerk – het beheer over het graf te geven. De stichting zorgt dan – tegen betaling – voor verlenging van de grafrechten en onderhoud.

Door dit vast te leggen wordt niet alleen zekerheid gegarandeerd, maar ook een aantrekkelijke aftrekpost gecreëerd. Ook hier is het duidelijk dat de kosten binnen het redelijke moeten blijven; de fiscus staat geen aftrek over praalgraven toe. Ook gaat het uitsluitend om aankoopkosten. Voor de onderhoudskosten kan binnen de stichting een regeling worden getroffen. Maar deze onderhoudskosten zijn niet fiscaal aftrekbaar.