De druk van het stereotype

Martine Zuidweg

Psycholoog Jelte Wicherts onderzocht groepsverschillen in prestaties op intelligentietests. Op 6 maart promoveerde hij op dit onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam. Stereotype beelden over de eigen groep blijken de scores te beïnvloeden.

IQ-testen onderschatten volgens u vaak de intelligentie van allochtone kinderen. Hoezo?

“We hebben onze moderne analysetechnieken losgelaten op bestaande data van IQ-testen. Daar komt toch wel een schokkend resultaat uit. Algemeen wordt aangenomen dat je de antwoorden op taaltestjes binnen een IQ-test beter buiten beschouwing kunt laten als je iets wilt zeggen over de intelligentie van etnische minderheidsgroepen. Maar wij concluderen dat ook de andere IQ-scores niet te vertrouwen zijn. De scores van een allochtoon kind vallen lager uit dan de scores van een autochtoon kind met precies dezelfde intelligentie. Ik heb wel een vermoeden hoe dat komt. Neem de geheugenvragen. Kinderen krijgen bijvoorbeeld een plaatje te zien van een kat die ze een sprookjesnaam moeten geven uit een eerder vermeld rijtje namen. Het ligt voor de hand dat die sprookjesnamen minder bekend zijn bij allochtone kinderen. Je kunt wel een goed geheugen hebben maar als je Doornroosje niet kent, kun je die naam moeilijk onthouden.”

U heeft ook onderzocht of stereotype denkbeelden de testprestaties beïnvloeden. Hoe werkt dat?

“Dan hebben we het over de angst om onbedoeld te voldoen aan een negatief stereotype. Zo blijken de wiskundeprestaties van vrouwen slechter als je ze vóór de test herinnert aan het stereotype dat vrouwen minder goed zijn in wiskunde. Wij hebben bij ruim 280 eerstejaars psychologie verschillende wiskundetestjes afgenomen. Tegen de ene groep zeiden we: je gaat nu een wiskundetest maken waarop eerder man-vrouw verschillen zijn gevonden. Een andere groep kreeg te horen: je krijgt nu een wiskundetest waarop mannen en vrouwen hetzelfde scoren. Tegen de derde groep zeiden we niets. In de eerste groep zag je de scores van de vrouwen echt achteruit gaan. We konden met onze analysetechniek gewoon zien dat daar iets geks aan de hand was. We vermoeden dat de extra druk van het stereotype inwerkt op je werkgeheugen: je bent niet alleen angstiger, je hebt ook last van afleidende gedachten: o jee, ik word beoordeeld op mijn vrouw-zijn.”

Hebben allochtone leerlingen last van het stereotype dat ze minder slim zouden zijn?

“Dat hebben we onderzocht bij 300 havo-3-leerlingen, de helft van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Antilliaanse herkomst. Ze kregen op twee verschillende manieren een test aangeboden. In de ene situatie werd de test echt een intelligentietest genoemd en werd vooraf gevraagd naar de etnische achtergrond van de leerlingen: waar zijn je ouders geboren, wat is je tweede taal. In de andere situatie werd de test gewoon als taak aangeboden en pas achteraf gevraagd naar de etnische achtergrond. Opvallend is dat we vooral een effect vonden bij de betere allochtone leerlingen. De slimme leerlingen uit de allochtone groep gingen in de eerste situatie echt achteruit. Dat is ook wel te verklaren. Als je heel vaak slecht scoort op testjes ga je je daarvan distantiëren, maar een goede leerling krijgt een flinke deuk in z’n zelfvertrouwen als zijn prestaties een keer minder goed zijn. Dus de angst van betere leerlingen om het slechter te doen vanwege hun achtergrond is groter. Er staat voor hen meer op het spel.”

Als IQ-testen vaak niet de daadwerkelijke intelligentie meten, wat moeten we er dan nog mee?

“Het is ook weer niet zo dat die testen helemaal niet meten wat ze moeten meten. En we kunnen met goede statistische analysetechnieken wel nagaan of de test bij verschillende groepen hetzelfde meet. Alleen: die analyses worden lang niet altijd gedaan bij Nederlandse IQ-testen. Onderzoek naar de geschiktheid van Nederlandse IQ-testen voor allochtonen laat nogal te wensen over. Ook een probleem is dat onze IQ-testen worden ontwikkeld door commerciële bureaus. Die hebben niet zo veel belang bij zo’n grondige analyse.”

Een geruststelling dat we met z’n allen steeds slimmer worden.

“Het IQ van de Nederlandse bevolking stijgt elke generatie. De stijging zit ’m vooral in de scores op testjes met figuren en patronen. Ik vermoed dat dat komt doordat mensen nu meer bekend zijn met dit soort visueel materiaal door televisie, computerspelletjes. Kleuters spelen met speelgoed dat lijkt gekopieerd van intelligentietestjes. Kinderen leren dus van jongsaf aan met dit soort figuren te werken. Logisch dat je dan hogere scores krijgt, maar ben je ook echt veel slimmer? Je bent in elk geval beter in het maken van een IQ-test.”