‘Consumeren is troost op de korte termijn’

Uit de behoefte om minder individueel met kunst bezig te zijn vormen Ellemieke Schoenmaker, Iris van Dongen en Josepha de Jong de groep Kimberly Clark. Rotterdam is de speelplaats voor hun acties.

Een voor een druppelen de drie meiden van Kimberly Clark de Rotterdamse expositieruimte TENT. binnen. Ze lijken op de poppen in hun installaties: rode lippen, een wit trainingsjakkie en alledrie roken ze. Waarschijnlijk hebben ze zelf de pakjes Marlboro light leeggerookt die onderdeel uitmaken van hun grote installatie Crusade, Rotterdam, die is gemaakt van afval, hout, een halve auto en wat fietsen. Bovenop staan twee vrouwfiguren, poppen, met een lat in de handen. Als je vanuit de goede hoek kijkt, vormen de latten een kruis.

Kimberly Clark is een personage van een half jaar oud, en wordt gevormd door de beeldend kunstenaars Ellemieke Schoenmaker (1969), Iris van Dongen (1975) en Josepha de Jong (1977). Snel en doeltreffend verovert het drietal de kunstwereld: ze waren al te zien op Art Rotterdam, de Breeder projects in Athene, de Frieze Art Fair in Londen, de Armory Show in New York en binnenkort gaan ze naar de Biënnale van Athene. Nu maken ze deel uit van de groepsexpositie Risky Business . Volgend jaar krijgen ze een solo-expositie bij Galerie Diana Stigter.

Kimberly Clarks aantrekkingskracht ligt in de ongebreidelde avonturenzin, zo zien we in TENT. In de video Hooley (2006/2007) flitsen op een dreunende hardcore beat foto’s van de drie voorbij, terwijl ze bij nacht en ontij door de stad trekken: potloodventend in sexy lingerie en struinend door bouwputten. De stad is hun speelplaats, en als goedgeklede hooligans op hoge hakken, perfect in de make-up, laten ze zien dat ze hun mannetje staan. Hun performance reduceert het boek Stout van schrijfster Heleen van Royen en lingerieontwerpster Marlies Dekkers tot een suf theekransje.

„Die vuilnisbelt van Crusade, Rotterdam staat voor de overvloed in deze maatschappij”, zegt Josepha. „We zijn met z’n allen oerconsumenten geworden”, voegt Ellemieke toe. Dat de installatie een religieuze uitstraling heeft, komt volgens Iris omdat „we archetypes gebruiken, beelden uit het collectief geheugen.” Religie intrigeert het trio, maar dan vooral als punt van kritiek. Iris: „Religie associeer ik met schaamte en lijden. Daarom heb ik er een hekel aan.” Ellemieke: „Wat me wel trekt zijn de rituelen, en de geborgenheid die religie kan bieden. Consumeren biedt ook troost, maar alleen op de korte termijn.”

Omdat het kunstenaarschap een intiem en eenzaam proces is, hadden alle drie de kunstenaars de behoefte om samen te werken. Eerst was er het idee om een band op te richten. Uiteindelijk werd het Kimberly Clark. „Ik had de behoefte om minder individueel bezig te zijn”, zegt Iris van Dongen, bekend van haar getekende portretten van langharige gothic meisjes. „Als ik teken, zit ik uren in mijn atelier, ingetogen aan het werk.” De naam werd door Ellemieke verzonnen: „Als puber reed ik uit geldgebrek zwart in de trein. Ik bedacht alvast een schuilnaam voor als ik betrapt zou worden: Kimberly Clark, de merknaam van het toiletpapier in de trein.”

De poppen in de installaties zijn soms ruig of ronduit brutaal, met opgeheven middelvinger, dan weer laveloos en verloren, of juist vol dronken overgave zoals in Swansong . Bestaande etalagepoppen hebben met kneedbare putti hun eigen gezicht en lichaamshoudingen gekregen. Ze hangen tegen vuilnisbakken of kratten bier, de ogen dicht, in trainingspak. De poppen zijn gestolde weergaven van scènes die Kimberly Clark eerder op straat heeft uitgevoerd. „Zo hebben we eens onze broek laten zakken voor het politiebureau”, vertelt Iris. „We willen provoceren, al gaat het ons niet om het opzoeken van grenzen, maar om het uiteindelijke beeld dat onze acties oplevert.”

Gekke humor en een sarcastische zelfreflectie, dat is wat Kimberly Clark wil tonen. Ellemieke: „Als je als vrouw je blote kont laat zien, is dat natuurlijk heel vreemd.” Regels zijn er om aan je laars te lappen. Josepha: „Ik kan er niet tegen als andere mensen bepalen hoe je je moet gedragen.” En dus trekt Kimberly Clark zich nergens iets van aan. Als een echte kwajongen leeft ze zich uit. Is Kimberly Clark een inhaalslag aan het maken, is ze feministisch? Iris reageert wat geïrriteerd: „Waarom zou je meteen feministisch moeten zijn als drie vrouwen samenwerken?” Toch, geeft ze toe, begeeft Kimberly Clark zich op een terrein dat voorheen vooral door mannen werd gedomineerd; het exploreren van de stedelijke buitenruimte en het achterlaten van sporen. Daarvan maakte Clark haar eigen variant: met gestifte lippen trokken de drie door de stad, muren zoenend en zo overal grote rode vlekken achterlatend. Iris: „Rotterdamse kunstenaars als Erik van Lieshout, Marc Bijl en Jeroen Jongeleen zijn ook actief in de openbare ruimte, met ingrepen, graffiti en stickers. Zij hebben ons geïnspireerd. Wat dat betreft is Kimberly Clark typisch Rotterdams. Deze stad heeft een rauwheid die ons uitdaagt. Als Rotterdam een lief oud stadje was geweest, hadden we dit werk nooit gemaakt.”

Kimberly Clark. T/m 20 mei in TENT. CBK Rotterdam, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. Inl: 010-4135498, www.tentplaza.nl