Chinese kruiden

Een jonge, geadopteerde vrouw schrijft over haar ervaringen met Nederlandse mannen.

Een van mijn vriendinnen liet haar borsten vergroten maar ze durfde het niet aan haar ouders te vertellen, dus tegen pa en ma zei ze dat ze Chinese kruiden had geslikt. Op een dag was ik bij haar thuis en bij het avondeten fluisterde haar vader: „Weet jij waar ze die kruiden

vandaan haalt?”

„Eh, nee”, zei ik, „ik denk uit de apotheek, of misschien zijn ze wel te koop bij de Etos.”

Ze heette Lea en ik ben nooit verliefd op haar geweest zoals op een man, maar ik bewonderde haar wel. Ze was net iets stoerder dan ik, net iets intelligenter en ze wist voor alles een oplossing.

Toen ik een tijd genoeg had van studeren, relaties en familie zijn we met zijn tweeën naar Azië gegaan. Lekker cliché, met de charter naar Thailand. Het was een supergoedkope groepsreis en elk hotel waar we kwamen zat vol dronken Nederlanders, Belgen en Duitsers.

Net als ik hield Lea van aandacht van mannen, maar anders dan ik was ze vooral dol op aandacht van rijke mannen. Ik heb wel eens een vriendje gehad met geld, maar de meeste van hen hadden net zoveel als ik, dus zeg maar niets.

Eén vriendje speelde het klaar om als hij me uitnodigde voor het eten de kosten van de ingrediënten bij elkaar op te tellen en bij het toetje zei hij dan: „Kyung-Soon, ik krijg nog vijf vijftig van je. Heb je het gepast?”

Lea zei van die dingen als: „Ik begrijp niet dat mensen zeggen dat macht eenzaam maakt. Ik ben dol op macht. Vooral over mannen.”

Maar soms kon ze ook zeggen: „Je vindt me toch niet slecht?”

En twee uur later vertelde ze: „Het is een beetje een taboe om de liefde als spel te zien. Veel mensen denken dat de gevoelens van anderen niet controleerbaar zijn, maar dat is omdat ze het spel niet beheersen.”

Ik antwoordde dan: „Ja, ja. Zo is dat.” Zelf beheerste ik het spel ook niet bijster goed.

In het derde hotel waar we kwamen ontmoetten we een Engelsman en Lea vond hem interessant, voornamelijk omdat hij de indruk wekte over geld te beschikken.

Volgens Lea moest je een vriendje hebben met wie je een beetje kon pronken. Ze zei: „Geen vrouw zit te wachten op een man met een kantoorbaan van negen tot vijf. Je kunt zo gelukkig zijn als je wilt, maar als je geen verhaal over je leven te vertellen hebt, is het allemaal niets.”

De Engelsman beweerde ‘music producer’ te zijn, maar wat hij precies deed zijn we nooit te weten gekomen.

Onze groepsreis liep ten einde en Lea besloot langer in Thailand te blijven. Ik twijfelde, maar op het laatste moment koos ik voor het geregelde Nederlandse leven. Na vier maanden kwam Lea ook uit Azië terug. Ze was veranderd. Ze luisterde vooral naar de stem van de aarde. Zo af en toe bezoek ik haar nog en dan vertelt ze hoe ze één probeert te worden met de kosmos.

En dan herinner ik me altijd weer dat ik nooit verliefd op haar ben geweest zoals op een man, maar dat ik haar wel bewonderd heb.

Kyung-Soon van Gelder