Cellenblokken als museum over repressie

Bijna elke Europese familie leed onder Stalin of Hitler. In het Roemeense stadje Sighetu Marmatiei werd Elie Wiesel gedeporteerd en werden intellectuelen en politici opgesloten.

De brug over de Tisa naar Oekraïne is kort geleden heropend, maar Sighetu Marmatiei maakt nog steeds de indruk van een marktstadje aan het einde van de wereld. ‘Sziget’ betekent eiland in het Hongaars en het lang tot Hongarije behorende stadje Sighet, zoals het meestal door de bewoners wordt genoemd, schurkt tussen drie rivieren tegen de grens aan.

Net als in menige Noord-Franse stad zie je veel vervallen panden, die aan het begin van de twintigste eeuw voor deftig hadden kunnen doorgaan. Je struikelt er over de nieuwe en nog niet voltooide christelijke kerken: luthers-evangelisch, rooms-katholiek, Roemeens-orthodox, Oekraïens-orthodox, Grieks-orthodox. Maar de sfeer is een beetje doods en weinig in overeenstemming met de voorname architectuur.

Nergens anders in het huidige Roemenië woonden voor 1944 percentueel zo veel joden. Ir. Hari Markus, voorzitter van de nu ongeveer 150 mensen tellende Joodse gemeenschap, schat het aantal op 17.000 voor de oorlog, ongeveer 85 procent van de bevolking. Van de 50.000 joden in de hele provincie Maramures keerden er slechts 12.000 terug.

Markus: „Veel van de asjkenazische joden uit Sighet die de oorlog overleefden wonen nu in Antwerpen. Van de voormalige sjtetl is niet veel over. Een van de acht synagogen, die van de familie Kahane, staat er nog, eigenlijk alleen omdat die als opslagplaats werd gebruikt. Met steun uit Nederland, georganiseerd door dominee Sjirk van der Zee, hebben we het gebouw uit 1884 grotendeels kunnen herstellen. Maar een rabbijn hebben we hier niet meer, eigenlijk nergens meer in Roemenië buiten Boekarest.”

Volgens Markus, die drietalig (Jiddisch, Duits, Roemeens) opgroeide in de Oost-Roemeense stad Iasi, begon de shoah hier laat, in april 1944, doordat Sighet destijds onder Hongaars bestuur stond. Het resultaat was wel heftiger dan elders, waar sommige joden eerst naar dwangarbeiderskampen werden gezonden. De meeste treinen vanuit Sighet reden direct naar de vernietigingsoorden.

Onder de gedeporteerden bevond zich een vijftienjarige scholier, die later als de Amerikaanse schrijver Elie Wiesel het woord holocaust voor het eerst in de nu bekende betekenis zou gebruiken. Het geboortehuis in Sighet van de Nobelprijswinnaar voor de Vrede 1986 is ingericht als piepklein museum, waar wordt gewaarschuwd tegen het gevaar van onverschilligheid voor het verleden.

Een ander museum in Sighet doet datzelfde op veel grootschaliger basis. De nogal geïsoleerde ligging maakte het stadje van 1948 tot 1952 tot ideaal verbanningsoord voor anticommunistische politici en intellectuelen. De voormalige gevangenis waar ze werden opgesloten is sinds 1992 ingericht als Museum ter Nagedachtenis van de Slachtoffers van het Communisme en van het Verzet. De Raad van Europa heeft het museum samen met Auschwitz en het Normandische Vredesmuseum aangewezen als de drie Instellingen voor het Europese Geheugen.

Van die drie is Sighet verreweg de onbekendste. Vaclav Havel en Stéphane Courtois, Frans historicus en auteur van Zwartboek van het Communisme (1997), spraken hun waardering uit voor dit bijzondere museum.

De cellenblokken uit de jaren veertig zijn zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat bewaard. Lopend over de galerijen van drie verdiepingen kan de bezoeker van cel tot cel gaan. Elke cel richt zich op een aspect van onderdrukking en verzet. De nadruk ligt uiteraard op Roemenië. We maken kennis met verzetsgroepen uit de Karpaten, ons onbekende politici en schrijvers, met lange lijsten van kampen en gevangenissen. Maar ook internationale onderwerpen hebben een eigen cel, zoals Charta 77, de Hongaarse opstand en de conferentie van Jalta.

Bijzondere indruk maken de pen- en potloodtekeningen van inwoners van Bessarabië, grofweg de huidige zelfstandige republiek Moldavië, die door de Sovjetautoriteiten werden afgevoerd naar Siberië. Twee van die tekeningen schetsen het transport, dat tot grote verontwaardiging van de Bessarabiërs in veewagons plaatsvond. Eronder staat het jaartal: 1955.

Stéphane Courtois is heftig bekritiseerd omdat hij in zijn voorwoord fascistische en communistische repressie met elkaar in verband bracht. In Sighetu Marmatiei, waar het stof van de vergeetboeken wordt afgeblazen, lijkt hij zijn gelijk te krijgen.

De Engelstalige website van ‘The Memorial of the Victims of Communism and of the Resistance’ is te vinden op www.communismsvictims.info/en