Automobilist wenst meer dan mooie stations

Auto en trein zijn altijd elkaars concurrenten geweest. Het was lange tijd taboe te zeggen dat auto en trein elkaar nodig hebben. Terecht doorbreekt NS dit taboe in deze krant van 21 maart. Want de kortste deur-tot-deur reistijd behaal je tegenwoordig in een reis waarin het gebruik van auto en trein goed op elkaar is afgestemd.

Hoe krijg je een automobilist de trein in? Hoogfrequente treindiensten en het opwaarderen van enkele stations tot hoogwaardige overstappunten, zoals NS voorstelt, is een goede stap. Maar er moet meer gebeuren om de automobilist echt te verleiden.

Zo moet elk treinstation goede parkeerfaciliteiten krijgen voor auto en fiets. Nu staan veel P&R-terreinen voor 8 uur `s ochtends al vol. Daarmee is de trein geen alternatief voor de file. Zorg dus op ieder station voor meer dan voldoende parkeerplaatsen. Dat is niet alleen een taak van NS, maar ook van regionale overheden.

De automobilist moet bovendien in de auto al online informatie kunnen krijgen over files en aansluitende treindiensten: verrijk bijvoorbeeld de TomTom met OV-informatie. En bied rijders van lease-auto`s een keuzemogelijkheid: reizen per trein, auto of een combinatie trein+auto. Een kwestie van leasecontracten omzetten naar een systeem met een individueel mobiliteitsbudget; de medewerker vult zelf de keuze tussen auto of trein in.

In de toekomst reis je niet meer met de auto óf trein, maar met de auto én trein. Met regie op publieke- en marktinitiatieven en een NS die openstaat voor private initiatieven, moet het mogelijk zijn de capaciteit van weg en spoor beter te benutten en de reiziger beter ten dienste te staan.