Arib moet kiezen

De discussie over de nevenfunctie in Marokko van het PvdA-Kamerlid Arib is niet gesloten. Nu zijn het kritische Marokkanen die zeggen dat Arib geen twee landen kan dienen.

Abdelmahid Beyuki, oprichter van de Vereniging van Marokkaanse Migranten in Spanje, is gaan verzitten. Tijdens de vergadering in het schitterende gebouw van de adviesraad voor de mensenrechten in de Marokkaanse hoofdstad Rabat zat hij even recht tegenover een portret van wijlen koning Hassan II, symbool bij uitstek van het systeem dat Beyuki ooit ontvluchtte. Moet hij, nu hij terug is in zijn vaderland als lid van een migrantenwerkgroep, zijn voormalige kwelgeest recht in de ogen kijken? Hij verdraait zijn stoel zodat hij de andere kant op kijkt. Daar hangt het portret van Hassans zoon, de huidige koning Mohammed VI. „Van de twee koningen is hij de minst erge.”

Beyuki is één van de zeventien migranten – ondernemers, wetenschappers, politici en journalisten – die door de Adviesraad voor de Mensenrechten in Marokko gevraagd zijn zitting te nemen in een werkgroep, die de raad adviseert. Deze werd nog opgericht door Hassan II die zich in het buitenland wilde presenteren als verlicht vorst. Maar dat de raad nu de hulp kan inroepen van voornamelijk linkse migranten, die voorheen Hassans totalitaire bewind bestreden, is te danken aan het liberalere beleid van Mohammed VI. De werkgroep brengt advies uit over de oprichting van een Hoge Raad die de belangen van Marokkanen in het buitenland moet gaan behartigen.

Het is deze werkgroep van Beyuki en consorten die begin deze maand inzet was van een bitter debat in de Nederlandse Tweede Kamer. Geert Wilders, leider van de Partij voor de Vrijheid, eiste dat Khadija Arib, lid van de fractie van de Partij van de Arbeid én van de Marokkaanse werkgroep, één van deze twee lidmaatschappen eraan zou geven. Zijn eis werd niet gehonoreerd. Een Kamermeerderheid zag geen belangenconflict tussen Aribs werk in Nederland en in Marokko en vond de op 15-jarige leeftijd naar Nederland gekomen Marokkaanse juist een belangrijk voorbeeld voor migranten. Als Kamerlid is zij een toonbeeld van integratie en vormt zij het levende bewijs dat ook allochtonen hoge posities kunnen bereiken.

Een Kamermeerderheid ervoer de actie van Wilders als een frontale aanval op moslims – Wilders ontwaarde eerder immers een ‘tsunami van islamisering’ in Nederland. Zij wilde de discussie over Aribs nevenfunctie om die reden eigenlijk niet voeren. Maar prominente leden van de Marokkaanse gemeenschap vroegen zich wel af of Arib er verstandig aan doet de Marokkaanse koning – direct of indirect – te adviseren.

Tot dusver hebben critici van Marokkaanse herkomst zich stil gehouden om „de populist” Wilders niet in de kaart te spelen. Het neemt niet weg dat zij hem „helaas” gelijk moeten geven. „Ik wil Wilders niet de munitie aanreiken om iemand in de Kamer af te slachten, laat staan Khadija Arib, maar rationeel heeft hij gelijk”, zegt Mohamed Majdoubi, raadslid van GroenLinks in het Amsterdamse stadsdeel Osdorp. „Arib moet kiezen, vind ik.” Mustapha Mejjati, voorzitter van de Nederlandse afdeling van de wereldwijde organisatie Amome van Marokkanen in het buitenland, denkt er nauwelijks anders over. „Ik ben het nooit met Wilders eens, maar wat dit betreft heeft hij een punt. Een Nederlands parlementariër moet zich niet met dit soort werk inlaten.” Mejjati, SP-stemmer, vindt dat Arib Marokkanen in Nederland schade toebrengt. „Nu is het vertrouwen van Nederlanders in Marokkanen helemaal weg.”

Dat de kwestie niet voor iedereen even eenduidig is als voor de meerderheid van de Tweede Kamer, blijkt ook uit de beslissing van Fatiha Saidi, de Belgische evenknie van Arib. Zij bedankte voor de uitnodiging om deel te nemen aan de Marokkaanse werkgroep, omdat zij dit onverenigbaar acht met haar parlementaire werk. „Ik heb nee gezegd omdat deelname me strijdig lijkt met mijn positie als volksvertegenwoordiger. Ik ben gekozen door de Belgische bevolking. Dan kan ik in institutioneel opzicht geen geografische grens overschrijden. Die twee sporen botsen. Mevrouw Arib maakt deel uit van een Marokkaanse instelling, die werkt voor de koning. Dat kan niet.”

Saidi weet „hoe moeilijk het kan zijn als volksvertegenwoordiger van buitenlandse afkomst” en twijfelt niet aan de goede bedoelingen van Arib. Maar zelf wil ze de schijn van belangenverstrengeling voorkomen. „Arib maakt een fout.” Hetzelfde zegt zij over haar collega Mohammed Boukourna, net als Saidi lid van de Belgische Parti Socialiste en volksvertegenwoordiger. Hij had wel zitting genomen in de werkgroep maar schortte zijn lidmaatschap op na het debat over Arib in Nederland. Naar eigen zeggen niet omdat er een belangenconflict zou zijn, maar omdat hij al zijn tijd wil besteden aan zijn campagne voor de komende verkiezingen.

Het Osdorpse raadslid Mohamed Majdoubi van GroenLinks zegt dat Arib zichzelf niet in een situatie had mogen brengen waarin ze eventueel belangen moet afwegen. „Neem de kwestie van de Westelijke Sahara. Onafhankelijkheid is voor veel Marokkanen onbespreekbaar. Stel dat de Nederlandse regering besluit de onafhankelijkheidsstrijd van Polisario te steunen, dan kan dat een conflict opleveren.”

Zelfs in de boezem van de PvdA klinkt kritiek uit Marokkaanse monden. Zoals die van Mohamed Dahmani, PvdA-lid en consulent bij FNV Bondgenoten. „Arib moet zich bij haar leest houden. Deze twee werkzaamheden zijn niet te combineren.’’

Ook Saïd Harfaoui, van de vereniging AEMS, die 4.000 migranten in Nederland vertegenwoordigt uit de Marokkaanse Sahara, denkt er zo over. „De Nederlandse belangen lopen niet gelijk aan de Marokkaanse.” Hij voegt eraan toe: „We moeten hierover een serene discussie kunnen voeren.’’

Mustapha Mejjati, van Amome, ziet niet alleen de dreiging van botsende belangen. Hij is ook bang dat Marokko met de oprichting van de Hoge Raad, die de belangen van Marokkanen in het buitenland moet gaan behartigen, de integratie van migranten in Nederland zal belemmeren. „De bedoeling van de koning is dat er nauwere contacten tussen Marokko en jonge migranten in het buitenland komen. Maar de jeugd moet een plek zien te vinden in Nederland. Ze moeten integreren.”

Voorstanders van de door de koning gewenste Hoge Raad zeggen dat die kan helpen om de problemen op te lossen van de drie miljoen Marokkanen in het buitenland als zij met de Marokkaanse overheid en wetgeving te maken krijgen. Tegenstanders vrezen dat de Raad vooral bedoeld is om greep te blijven houden op de migranten. Het belang daarvan is niet gering. Met hun deviezen zorgen de expats voor maar liefst negentien procent van het bruto binnenlands product van Marokko.

Afgelopen november belichtte koning Mohammed VI zelf de twee „dimensies” van de Hoge Raad in een toespraak. En voedde hij de controverse. Enerzijds wees hij op de voortrekkersrol die Marokkaanse expats kunnen vervullen in het democratiseringsproces van Marokko. Anderzijds zei hij dat de Raad zou bijdragen aan het behoud van hun culturele en religieuze identiteit, en sprak hij de hoop uit dat de migranten ‘authentiek Marokkaans’ zouden blijven.

Kamerlid Naima Azough (GroenLinks), eveneens van Marokkaanse afkomst, nam afgelopen weekeinde in Rabat deel aan een door de werkgroep georganiseerde conferentie. Zij maakt geen deel uit van de werkgroep maar zegt de combinatie van twee functies van Arib „prima” te vinden, zolang er geen belangenconflict blijkt. Maar zij weet „helemaal niet” of er een Hoge Raad moet komen. „Ik vind het best als een organisatie praktische problemen aanpakt, maar als het de bedoeling is nationalisme en loyaliteit te promoten, dan zeker niet.”

Onduidelijk is nog wat de bevoegdheden van de Hoge Raad precies zullen worden en wie er in gaan zitten. Daarover moet de werkgroep van Arib adviseren. Arib en haar collega’s brengen ook de problemen van migranten met de Marokkaanse autoriteiten in kaart.

Zo buigt de werkgroep zich over de wens van veel migranten om actief en passief stemrecht te krijgen in hun land van herkomst. Ook wil de werkgroep de koning adviseren over het heikele thema van de dubbele nationaliteit. Een meerderheid is voorstander van keuzevrijheid om de Marokkaanse nationaliteit op te geven. Dat is nu vrijwel onmogelijk: eens een Marokkaan, altijd een Marokkaan is het devies.

Veel leden hebben zelf ook grote twijfels over hun bijdrage aan de werkgroep. Niet wegens mogelijke belangenverstrengeling, maar omdat zij zich afvragen zij er wel goed aan doen mee te werken met een koning, wiens vader hen jarenlang heeft vervolgd. De Marokkaanse migrant Brahim Ouchelh uit Parijs bijvoorbeeld: „Ik vraag mij elke dag af of mijn bevriende medestrijders die onder de dictatuur van de vorig koning Hassan II werden gemarteld en gedood, deze medewerking aan de monarchie niet regelrecht zouden afkeuren.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Mohamed Majdoubi wordt in de artikelen Arib krijgt kritiek van Marokkanen en Arib moet kiezen (31 maart, respectievelijk pagina 1 en 33) opgevoerd als raadslid in Osdorp van GroenLinks. Hij is lid van GroenLinks, maar heeft sinds maart vorig jaar zijn eigen fractie.