Zelf noemt Stein haar schilderen hysterisch

Grote ronde poppenogen staren je vanaf het schilderij Gwoopy Luv (2007) aan. Ze draaien hypnotiserend in het rond, net als de ogen van Kaa, de slang uit de Disneytekenfilm The Junglebook. In de marge van het schilderij staat een schim van een meisje dat over haar schouder loert, met een oog dat er zowel gesloten als geopend tegelijk uitziet. Welkom in de wereld van Lucy Stein (Oxford, 1979).

Lucy Stein, die de Glasgow School of Art en de Ateliers bezocht, heeft een goed jaar achter de rug. In 2006 was ze samen met Jo Robertson genomineerd als duo Blood ‘n’ Feathers voor de Engelse Beck’s Futures Award, een prijs voor Britse kunstenaars in opkomst. Ook was Stein, die in Amsterdam woont en werkt, een van de winnaars van de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst.

Zelf noemt Stein haar manier van schilderen hysterisch. Daarbij denk je aan groteske, drukke schilderijen in de meest onvoorstelbare kleuren. Maar dat valt nogal mee. Stein schildert meisjes. Op haar expositie bij Galerie Martin van Zomeren zijn ze allemaal popperig en een beetje gemeen. Het zijn meisjes uit Steins directe omgeving, die ze bijvoorbeeld tegenkomt tijdens haar dagelijkse zwemuurtje. De figuurtjes in Speedo badpak bevolken tenminste twee schilderijen: Competitive Twat en Panda Thighs. De merknaam penseelde ze pardoes over de badpakken van de meisjes heen.

Stein hanteert een expressionistische schilderstijl met dikke lagen en uitlopende verf – een manier van schilderen die je veel vaker bij mannelijke kunstenaars als Armen Eloyan of Erik van Lieshout ziet. Maar Steins expressionisme is gecontroleerder, haar figuren zijn redelijk zuiver ingetekend. Er zit een vleug Pop Art in: ze voegde in eerder werk stripfiguren als Betty Boop toe, of uit een glossy gescheurde pagina’s. Steins werk wordt wel feministisch genoemd, vanwege de focus op vrouwbeelden. Ook dat predicaat hysterisch dat Stein zichzelf aanmeet, duidt op een feministisch besef. Van oorsprong is hysterie een aandoening die de uitvinder ervan, Freud, exclusief voor vrouwen had bedacht. Steins hysterie zou dan een geuzennaam kunnen zijn. Maar of Steins schilderijen puur persoonlijk zijn of dat ze met haar werk een eendimensionaal vrouwbeeld bekritiseert, blijft in het midden.

Waarschijnlijk bedoelt Stein met hysterisch schilderen dat ze zo schildert als ze leeft: direct, problematisch en zonder blad voor de mond. Ze schildert de woorden ‘20 mg’ op het doek Fear of Flying, een verwijzing naar een dosis kalmerende middelen. (En, toevallig of niet, de titel van een feministisch boek van Erica Jong uit 1973.) Ze schildert een rij meiden in Mellow Crusty Yellows: de eerste in de rij is ronduit spookachtig, de volgende staat wijdbeens en gaat voor niemand opzij. Ze roepen een gevoel van beklemming op. Op The Invincible Summer within zag een depressie er nog nooit zo vrolijk uit: een ineengedoken meisje heeft zich achter neonroze knieën verstopt. Door die knieën is dat melodramatisch beeld toch een klein feestje.

Stein heeft voorkomen dat haar werk een loodzware afrekening is met zichzelf en de wereld. Maar het blijft toch gissen naar haar angsten en dromen. Stein gebruikt schilderkunst als een gecodeerd dagboek. Als je kijkt, zie je bijna wat ze bedoelt. Maar het lukt haar niet de toeschouwer mee te voeren in de sfeer in de schilderijen. Ja, de poppenogenmeisjes zijn eng, maar ze zijn ook een cliché. Af en toe gaat ze verder, zoals in Mellow Crusty Yellows. Daar weet ze een ongrijpbaar gevoel van onbehagen af te beelden op zo’n manier, dat je je ongemakkelijk gaat voelen. En waarom? Dat is nou juist zo spannend om na te gaan.

Lucy Stein, Calorific. T/m 7 april in Galerie Martin van Zomeren, Prinsengracht 276, Amsterdam. Inl: 020 420 8129, www.gmvz.com