Wie krijgt de chirurg?

Toby Litt: Hospital. Hamish Hamilton, 511 blz. € 19,65. Een Nederlandse vertaling verschijnt komend najaar bij Anthos.

Toby Litt is bij de H. Met de beginletters van zijn boektitels gaat hij het alfabet af en na twee verhalenbundels en vijf romans is er nu zijn achtste boek Hospital, een prachtige ziekenhuisroman over het einde van de wereld.

Zoals het hoort in een ziekenhuisroman is het ziekenhuis die wereld, en het is natuurlijk meteen in het begin al de vraag wie van de zusters de knappe chirurg krijgt en wie van de chirurgen in ander opzicht het knapst is. Maar Hospital is ook een sprookje, een droomvertelling en een verhaal over de gekte van geloof. En gelukkig een keer zonder modieus gekat op moslims – het christendom en Freud, onder andere, mogen ook wel weer eens geplaagd worden.

Maar bovenal is Hospital een verheerlijking van het verhaal, een eerbetoon aan het vertellen van verhalen. Litt is zelf een knap verteller en weet elementen uit allerlei (101, om precies te zijn – op tobylitt.com staat een lijst) bekende en minder bekende boeken, schilderijen en films door zijn roman te weven.

Het zou niet goed zijn om op deze plaats te veel over het verloop van Litts verhaal te verklappen. Het eind van de wereld begint in elk geval als er per traumahelikopter een onbekende, bewusteloze, waarschijnlijk stervende blanke man van ongeveer halverwege de dertig wordt binnengebracht. Een jaar of 33, zeg maar. Er is ook een jongetje bij met buikpijn, dat per ongeluk een appelpitje heeft ingeslikt en nu bang is dat er een appelboom in zijn buik groeit. Misschien is het jongetje wel de uit het lichaam ontsnapte ziel van de stervende man, want in het begin lijkt niemand hem te zien als hij zo snel mogelijk het ziekenhuis uit wil vluchten, naar zijn moeder toe. Als ze maar niet boos is! Goed plan trouwens, want het ziekenhuis is een hel – en dat wordt erger.

Litt doseert zijn informatie zo vakkundig dat je alleen maar wilt doorlezen. En doordat er voortdurend halfbewust dingetjes te herkennen zijn uit de 101 invloeden die hij citeert, lijkt het vaak alsof het boek je eigen droom zou kunnen zijn. Was het maar waar, wat zou je dan mooie observaties hebben, in je slaap. Dat oude mannen denken dat ze oud zijn geworden, bijvoorbeeld, omdat ze één moment niet hebben opgelet – en dat ze voortdurend piekeren over wannéér dat dan was. Of dat je, zoals een kankerpatiëntje zegt, geen honger hoeft te hebben om chocola te eten. You just have to be alive.