Wat de oorlog kost

De oorlog in Irak kost de Verenigde Staten acht miljard dollar per maand. Deze schatting is gemaakt door de Irak Studiegroep van de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken, James Baker. Eind vorig jaar bracht de onafhankelijke, door het Congres ingestelde commissie haar bevindingen en adviezen over de oorlog naar buiten. Baker waarschuwde voor uit de hand lopende financiering. De oorlog, zei hij, kan Amerika uiteindelijk tweeduizend miljard dollar gaan kosten. Een paar maanden na Bakers opmerkingen is het de oorlogsfinanciering waardoor president George W. Bush in het nauw wordt gebracht. Het geld raakt op en het Congres lijkt vastberaden hier politiek munt uit te slaan.

Er spelen twee zaken: een noodwet waardoor 120 miljard dollar voor de oorlog wordt vrijgemaakt en een datum voor Amerikaanse troepenterugtrekking uit Irak. Met een ingewikkeld binnenlands-politiek spel én de vraag of in Irak een militaire oplossing überhaupt nog mogelijk is, laat Washington zich in de kaart kijken.

Vroeg of laat moest het daar een keer van komen, omdat ‘Irak’ steeds meer controverses oproept. Maar militair gezien is het onverstandig om zo luid en duidelijk data voor terugtrekking te noemen, gelet op de chaos in Bagdad en de verantwoordelijkheid die de Amerikanen voorlopig dragen voor ordehandhaving. De Republikeinse senator John McCain had gelijk met zijn opmerking dat de aankondiging van het einde van de oorlog „een recept voor een nederlaag is”. In Washington worden twee data genoemd: 31 maart en 31 augustus 2008.

Achteraf is het des te betreurenswaardiger dat Bush de adviezen van Bakers studiegroep heeft genegeerd. Baker noemde weliswaar ook een einddatum – begin 2008 – maar deed dat in een militair verantwoorde context. De Amerikaanse gevechtsbrigades zouden zich volgens hem over een jaar kunnen terugtrekken, maar eenheden voor commando-operaties, training en logistiek zouden juist moeten blijven ter ondersteuning van de Iraakse krijgsmacht. Kort gezegd: de meerderheid met haar algemene missie gaat naar huis, maar tal van gespecialiseerde teams moeten blijven.

Het dreigt nu een heel andere kant uit te gaan. Met twee data voor troepenterugtrekking is duidelijk wat onverhoopt de Amerikaanse strategie wordt: verlies pakken en wegwezen. Dat is nu juist wat met Irak moet worden vermeden, om het land en de regio niet verder te destabiliseren. Washington is een militaire verplichting aangegaan. En ook al wint Amerika deze oorlog niet, het kan in ieder geval proberen er een waardig politiek en diplomatiek vervolg aan te geven. Maar dat kan alleen als in Irak de zaken militair fatsoenlijk worden afgewikkeld – fatsoenlijk in de zin van James Bakers advies.

Het Congres en president Bush liggen op ramkoers over (nood)wetgeving en de financiering van de oorlog. Een keer ten goede zit er niet in, maar Bush kan de schade beperken door het wetsvoorstel te vetoën en een onvermijdelijke datum voor troepenterugtrekking zo lang mogelijk in het midden te houden.