‘Vrede’ Ivoorkust na Afrikaanse oplossing

President Gbagbo van Ivoorkust heeft zijn vroegere tegenstander de rebellenleider Soro in zijn regering opgenomen. ‘Een Afrikaanse oplossing voor een Afrikaans probleem.’

Eerst waren ze vrienden, toen elkaars grootste vijand, en nu gaan ze als bondgenoten samen het land besturen. De twee slimste strategen van Ivoorkust, president Laurent Gbagbo en rebellenleider Guillaume Soro, stonden gisteravond handenschuddend voor de camera’s om de benoeming van Soro tot premier te vieren. Vergeten lijkt de tijd dat Gbagbo de 35-jarige rebellenleider uitschold voor terrorist. Weggezakt lijkt ook de woede waarmee Soro zijn voormalige tegenstander met Hitler vergeleek. Het moddergooien is voorbij.

Het is weer eens vrede in Ivoorkust. Begin deze maand werd het veertiende vredesakkoord in vijf jaar gesloten. Dit keer waren er maar twee ondertekenaars, in plaats van de stoet politici die bij eerdere onderhandelingen werden betrokken. Soro, die zich na een mislukte staatsgreep in 2002 de noordelijke helft van het land heeft toegeëigend. En Gbagbo, die over het zuiden regeert en voor niets of niemand wijkt. Met het verdrag van Ouagadougou, naar de hoofdstad van Burkina Faso waar het getekend werd, heeft Gbagbo zich op sluwe wijze ontdaan van de buitenlandse bemiddelaars die hem sinds het begin van het conflict op de vingers kijken. Eindelijk, verklaarde hij triomfantelijk, „een Afrikaanse oplossing voor een Afrikaans probleem”, gevonden door gewoon van man tot man te onderhandelen. De enige tussenpersoon kon amper een buitenstaander genoemd worden: president Blaise Compoaré van Burkina Faso liet niet alleen toe dat de rebellen op zijn grondgebied in 2002 een staatsgreep tegen Gbagbo beraamden, hij voorzag hen ook van wapens. Bovendien vochten Burkinese voetsoldaten mee. Maar daar werd wijselijk over gezwegen bij het ontkurken van de champagne.

Na talloze vruchteloze pogingen vrede te stichten, kan de internationale gemeenschap weinig anders dan applaudisseren. De Verenigde Naties, die vergeefs hebben geprobeerd Gbagbo’s macht met resoluties in te perken, meldden deze week het akkoord te ‘prijzen’. Ook de Afrikaanse Unie, die het ene na het andere staatshoofd op de kibbelende Ivorianen afstuurde, was lovend.

Minder amused zijn de leiders van de twee belangrijkste oppositiepartijen, die door de nieuwe alliantie op een zijspoor zijn gezet. Voor hun vertrouwelingen zal in Soro’s kabinet weinig ruimte zijn. Waarnemers zijn gematigd optimistisch. Het akkoord heeft een goede kans van slagen, zeggen ze, maar haast is geboden. Soro wordt premier nummer drie sinds de eerste eenheidsregering aantrad in 2003. Na de zwakke Seydou Diarra wordt nu ook het politieke zwaargewicht Charles Konan Banny de laan uitgestuurd. Beide premiers werden naar voren geschoven door de internationale gemeenschap, maar slaagden er niet in concessies van Gbagbo af te dwingen. Gbagbo dreef hen behendig in het nauw.

De meeste afspraken in ‘Ouagadougou’ zijn niet nieuw: het verdrag leunt sterk op eerdere overeenkomsten. Ivorianen zonder geboortebewijs moeten een identiteitsdocument krijgen waarmee ze straks een stemkaart kunnen aanvragen. De rebellen in het noorden en de regeringsmilities in het zuiden moeten ontwapenen. Ambtenaren en rechters, massaal gevlucht in 2002, moeten terug naar het noorden om hun werk te hervatten. Als dat voor elkaar is, kunnen er presidentsverkiezingen worden gehouden. Die zijn inmiddels twee jaar over tijd. Het is allemaal al eens eerder gezegd, maar tot nu toe vonden Gbagbo en Soro het niet nodig om zich aan hun beloftes te houden. Akkoord op akkoord werd beschimpt, genegeerd of gesaboteerd. Het verschil, nu, is dat ze alleen zichzelf de schuld kunnen geven als ook dit verdrag weer in de prullenbak belandt.

Wél nieuw is de eis om de bufferzone af te schaffen en te vervangen door een ‘groene lijn’ van uitkijkposten. De bufferzone is een door het Franse leger ingestelde strook niemandsland van oost naar west die de grens tussen rebellenland en regeringsgebied markeert en bewaakt wordt door VN-militairen. Ondanks patrouilles lijden de dorpen in de bufferzone zwaar onder hun status als neutraal gebied. Regelmatig worden er boeren ontvoerd door rebellen die wat willen bijverdienen. Maar het verzoek om de zone op te heffen lijkt niet ingegeven door bezorgdheid over de bevolking. Gbagbo zei vorig jaar al dat de VN jammerlijk hadden gefaald en wat hem betreft konden vertrekken uit Ivoorkust. De VN-Veiligheidsraad buigt zich in mei over de toekomst van de missie. Het Franse leger, dat op papier onder VN-vlag opereert, reageerde verheugd. Het liet vorige week weten de 4000 man sterke vredesoperatie met 500 man te reduceren „gezien de verbetering van de veiligheidssituatie”. Ivoorkust is een blok aan het been: de missie kost Parijs een miljoen euro per dag.

Het eerste, met veel fanfare aangekondigde resultaat van het verdrag is een gezamenlijke legerleiding. Het is nog de vraag of de rebellen echt van plan zijn hun kalasjnikovs in te leveren, want zonder wapens verliest Soro zijn overtuigingskracht. Paradoxaal genoeg zijn Gbagbo en Soro het er ook over eens dat het VN-wapenembargo zo snel mogelijk opgeheven moet worden.