Tijd om je witte stilettohakken uit de kast te halen

De lente is losgebarsten in Moskou, en daar zijn de Russen een beetje raar van geworden. Het gebeurt ook wel erg plots hier, die lente. Het ene moment ligt er een laag sneeuw, het volgende moment is het vijftien graden en tijd om je witte stilettohakken (de lentedracht van veel Russische vrouwen) uit de kast te halen.

Sommige delen van de natuur doen ook nog niet mee. Veel meren en vijvers zijn nog bevroren. Maar aan die meren zitten dan wel mannen in hun blote bast. Een vreemd gezicht.

Een ander teken dat het lente is: bijna alle Russen lopen over straat met een bos katjes in hun hand. Het is een accessoire, zoals een handtas. De katjes worden verkocht bij de metrostations, door oude vrouwtjes. Daarnet zag ik een vrouwtje dat niet alleen katjes (de bloemen) verkocht, maar ook katjes (de dieren). Inmiddels was de lente ook zo in mijn hoofd gevaren, dat ik bijna een katje (het dier) kocht.

Om mee te doen aan het algemene lentegevoel, zijn mijn broer en ik gisteren naar het Zilveren Woud gefietst, een bruinig bos vlakbij zijn huis.

Niet dat fietsen naar een woud een typisch Russisch lentegebruik is; niemand fietst hier, en niemand heeft enig mededogen voor fietsers.

In het Zilveren Woud posteerden wij ons op een kleed met thee en koekjes, en keken toe hoe de Russen de lente vierden.

Vanuit een hoek van het bos klonk hard, oerachtig geschreeuw. Ik durfde niet te gaan kijken, bang dat de zoveelste revolutie er was uitgebroken.

Mijn broer ging wel, en kwam rapporteren dat een aantal Russische mannen, slechts gekleed in hun onderbroekjes, aan de oever van het half bevroren meer kreten aan het slaken waren en om de beurt in het water sprongen.

De andere mensen in het woud waren vooral tieners in groepsverband, die halveliterblikken bier dronken en met scooters het meer in probeerden te rijden. Ook gooiden ze af en toe een blok ijs naar elkaar. Verder waren er oma’s met kleinkinderen. De oma’s rookten fanatiek ketting terwijl de kleinkinderen met dikke wintermutsen op aan de rand van het meer speelden.

Ik sprak mijn verbazing uit over de wintermutsen, omdat het erg warm was en alle andere mensen half ontkleed waren. „De kinderen houden hier hun muts op tot 1 mei”, zei mijn broer stellig.