Surfen op een rolwolk

Gavin Pretor-Pinney: De Wolkengids. De Bezige Bij, 344 blz. €19,90

Eén ding is zeker: wie De Wolkengids heeft gelezen kan niet meer gewoon naar de lucht kijken. Het is onmogelijk je niet te laten meeslepen door het enthousiasme van Gavin Pretor-Pinney, zelf pas sinds 2003 nepholoog (wolkenenthousiast), of ook wel nimbomaniak genoemd. Omdat hij bang was dat er geen publiek zou komen bij één van zijn lezingen, gaf hij deze als titel ‘De Intreerede van het Verbond van Wolkenliefhebbers’. De zaal zat vol en na de lezing kwamen verschillende toehoorders naar hem toe om te vragen hoe ze lid konden worden. Zo ontstond The Cloud Appreciation Society, die inmiddels 7.500 leden telt in meer dan dertig landen en een prachtige website beheert. Aanvankelijk werd De Wolkengids door niet minder dan 28 uitgevers in Engeland afgewezen, maar de moed van nummer 29 werd beloond: vorige zomer groeide het boek uit tot een bestseller en er zijn inmiddels vele vertalingen verschenen.

De Wolkengids is een verzameling anekdotes, observaties, wetenschappelijke en kunstzinnige weetjes over wat Leonardo da Vinci ‘lichamen zonder oppervlak’ noemde. Pretor-Pinney volgt weliswaar de al meer dan tweehonderd jaar oude indeling naar wolkentypen met cumulus-, stratus- en cirruswolken en hun ondersoorten, maar ik raakte al snel het overzicht kwijt in die stortbui aan Latijnse termen. Dat maakt weinig uit. Het is een feest om te lezen over de iconografie van wolken in de schilderijen van Mantegna of Piero della Francesca, over het opwekken van regen met behulp van chemische middelen – door de Amerikanen in Vietnam en Laos om de aanvoer van goederen langs de Ho Chi Minh-route te bemoeilijken – en over het nut van wolken bij het voorspellen van aardbevingen. Of neem het adembenemende verslag van een piloot die van veertien kilometer hoogte met een parachute naar beneden kwam en in een cumulonimbus terecht kwam.

Pretor-Pinney is een fanaat. Hij zoekt uit welke soort makreel zijn naam gaf aan de schaapjeswolken, die in Engeland een ‘mackerel sky’ worden genoemd. Ook trok hij naar een afgelegen gebied in Australië dat bekend staat om de Morning Glory, een honderden kilometers lange rolwolk, waar zweefvliegers op kunnen surfen. Hier en daar is zijn taalgebruik wat overdreven, bijvoorbeeld waar hij de voortdurend veranderende stratocumulus vergelijkt met de zangeres Cher in haar hoogtijdagen, maar dat zij hem vergeven. Mijn enige echte bezwaar is dat het boek niet in kleur is uitgegeven, maar het is tegenwoordig mode om bestsellers later uit te geven in een luxe, volledig geïllustreerde editie, dus dat komt wel goed.