Stil maantje

Met beide handen aan de mond vroeg ik aan mijn buurman wat hij van de wedstrijd verwachtte. Maar de buurman verstond mij niet, teveel kabaal om ons heen. Opnieuw verstuurde ik de vraag met veel luchtverplaatsing zijn kant op. Buurman keek mij licht vertwijfeld aan, zo te zien niet geheel zeker of hij mij goed had begrepen. Toch wel, leek hij te besluiten, en hij riep iets terug dat ik niet kon thuisbrengen. Ik knikte beleefd terug. Altijd leuk, een voorbeschouwing in een voetbalstadion.

Om mijn oren buitelden de muzikale klanken over elkaar heen. Ergens in de Kuip moest iemand achter de knoppen zitten met in zijn hoofd de opdracht niemand met elkaar te laten praten. Levensliederen, stadionrock, mededelingen, alles vloeide in elkaar over om vooral geen stilte te laten vallen. (Net als in de rust en na afloop, trouwens.) Drie liedjes voordat de matadoren het veld op zouden lopen, stonden de twee vertolksters van de volksliederen al klaar in wapperende jurken. De regie, bezeten van geluid, liet niets aan het toeval over. Als de nacht verdwijnt, zong Jan Smit, en voordat de Volendamse bard klaar was, galmde Bloed, zweet en tranen van André Hazes al lekker vet langs de rijen. Boem-boem-pats! boem-boem-pats! sloegen de plastic vlaggetjes massaal de maat op We will rock you van Queen.

Buurman en ik keken elkaar aan. We dachten hetzelfde, dat weet ik zeker. We verlangden terug naar de tijd dat met een onbekende naast je een gesprek kon beginnen over wat je zou gaan zien of net gezien had. Verder niets bijzonders, gewoon een keuveltje over voetbal. We berustten. Tot in de kleinste stadions is het niet meer de bedoeling dat mensen iets tegen elkaar zeggen.

Ik keek omhoog. Een half maantje zag neer op het fluorescerende gras. Ik wou dat ik dat maantje was, dacht ik. Geen typhusherrie en toch een mooi uitzicht.

Tijd voor de nationale hymnen. De stadionspeaker verzocht de aanwezigen respect te tonen. Respect, ja die was goed. Buurman en ik stonden op en hoorden Nederlandse supporters brullen en fluiten dwars door het Roemeense volkslied heen. Nooit zijn Oranje-fans stil tijdens buitenlandse volksliederen, waarom zouden ze. Het Wilhelmus kreeg natuurlijk wel massale bijval. En we waren nog niet aanbeland bij de punt achter …heb ik altijd geëerd of daar baste Lee Towers ons al toe met You’ll never walk alone. Dat waren de supporters ook helemaal niet van plan. Gezien de teksten op vlaggen die ze hadden meegenomen – groeten uit afgelegen dorpen – kwamen ze van ver en ze waren niet gekomen voor een eenzame wandeling, ook niet voor een keuveltje.

De scheidsrechter floot voor de aftrap. Eindelijk rust aan mijn kop.