Single

Zo om de vijf jaar staat er in Nederland een vrouw van boven de dertig uit het artistiek-intellectuele milieu op die roept: „Waarom kunnen vrouwen als ik niet aan de man komen?”

Meteen ontstaat er een levendig debat in de media, dat zich algauw toespitst op de vraag: „Waarom kan déze vrouw niet aan de man komen?”

Daarna hoor je nooit meer iets over de kwestie, tot de volgende vrouw opstaat.

De afgelopen dagen was de beurt aan Winnie Terra, een 33-jarige freelance journalist en single uit Amsterdam. Zij mocht een opiniepagina in de Volkskrant vullen. Daarna bood Het Parool haar twee pagina’s aan en stortten de radiorubrieken zich op haar.

Het resultaat van dit publiciteitsoffensief was gisteravond een uitverkochte De Balie in Amsterdam, voor zeker tachtig procent gevuld met al of niet happy vrouwelijke singles. Men mocht luisteren naar enkele deskundigen en, vooral, naar Winnie Terra zelf, die zo vrijmoedig was zich op het podium te laten analyseren door een heuse psychiater – wat niet alleen vrijmoedig maar ook vrij moedig was.

Maar leverde het ook wat op? Weet je als single na zo’n avond wat je te doen staat? Al die vrouwen waren meer te weten gekomen over Winnie Terra, maar ook over zichzelf? Ik betwijfel het.

Ik was vooral nieuwsgierig naar de sessie met de psychiater, Oscar Markx. Zulke sessies kende ik alleen uit de literatuur en de films van Woody Allen. Natuurlijk vloekt openbaarheid met de vertrouwelijkheid die bij de psychotherapie hoort, maar het was een interessant experiment voor één keer de deur van de spreekkamer wagenwijd open te zetten.

Binnen de kortste keren lag een deel van Winnies ziel en (on)zaligheid open en bloot op het podium. In de media had zij een zelfbewuste indruk gemaakt. Vrouwen moeten ophouden met al dat datinggedoe op internet, schreef zij. „Misschien hebben we eens een paar afspraken, maar de reeks teleurstellingen weegt hier niet tegen op.” Vrouwen, vond ze, moesten weer meer oog krijgen voor ‘de man in de publieke ruimte’, met wie ze kon flirten en praten „zonder dat er een energie van desperaatheid om ons heen hangt”.

Aardig gezegd, maar hoe ontmoet je zo’n publieke man? En hoe houd je een relatie met hem goed? Op die praktische vragen kregen de aanwezige singles geen antwoord. Wél hoorden ze Winnie tegen haar psychiater vertellen dat het al in haar jeugd was fout gegaan. Haar moeder had te veel op de noodzaak van onafhankelijkheid gehamerd, te vaak gezegd: niet zwanger worden. „Onzin”, vond Winnie dat achteraf, „want je hebt die man natuurlijk nodig.”

Onafhankelijkheid was dus niet goed, maar afhankelijkheid dan wel? Winnie werd steeds verwarder in haar antwoorden. De psychiater hield haar voor dat ze zich te veel door anderen liet beïnvloeden. Een vrouw uit de zaal riep: „Wat wil je nou zelf?”

Winnie kwam er niet uit. Ze zuchtte en greep naar haar hoofd. „Ik ben vaak bang dat ik faal als vrouw”, riep ze uit. „Ik baar geen kind, dus moet ik carrière maken, anders faal ik daar ook in.”

Na afloop dacht ik vooral: hoe moet dat nu verder met Winnie? Geen onbelangrijke vraag, maar voor een debat ‘in de publieke ruimte’ te mager.