Rioolkrokodillen

In het station van de New Yorkse ondergrondse op de hoek van de veertiende straat en de achtste avenue, waar de lijnen A, C en E stoppen, is iets bijzonders te zien. Het is een groot station. Ergens anders is het beginpunt van lijn L. Daar is niets bijzonders te zien. Bent u in de buurt, ga even kijken op de aangegeven plaats, op beide perrons, onder de trappen.

Op het ene perron heeft een krokodil zijn kop uit een putdeksel gestoken. Hij heeft een kind tussen zijn tanden en is duidelijk van plan de buit in het riool te sleuren. Een eindje verder is iemand bezig, van het plaveisel een aantal muntstukken bij elkaar te vegen. Op het hek dat de beeldengroep omsluit, zit een mannetje een dollarcent op te eten. Tegen een ijzeren pilaar is een telefoon bevestigd, maar als je beter kijkt zie je dat het een toestel is waarmee het publiek in de gaten wordt gehouden. Aan het plafond hangt een buitengewoon ingewikkelde videocamera.

Naar het andere perron, over de loopbrug. Onderweg kom je een agent tegen die een slapende dakloze bekijkt. Iemand zit op een lichaam dat weer op een bergje centen ligt. Een zeer dikke man geeft een kind een cent. Sommige pilaren hebben oren. Ergens in het schemer onder de trap verborgen zijn twee mannen bezig, een pilaar om te zagen. En ook hier weer een krokodil die een kind te pakken heeft.

Op een kleine koperen plaquette staan de naam van de maker en de titel van het kunstwerk: Tom Otterness, Life Underground, 2001. Er zitten maatschappijkritische bedoelingen achter, dat is wel duidelijk. De macht van het geld, de onverschilligheid van de rijken, de vanzelfsprekende armoede van de dakloze, de meedogenloosheid van de rioolkrokodil die we in alle lagen van de bevolking aantreffen, de alom aanwezige videocamera en het verborgen verzet dat aan een steunpilaar zaagt. Maar deze kritiek is niet grimmig, roept niet met de daarbij passende plechtigheid op tot revolutie. Er zit ook niets in van de guitigheid, de Mickeymouserigheid die veel Amerikaanse grappigheid eigen is. Otterness heeft zijn wereld van een afstand bekeken, de bespottelijke kanten allegorisch vastgelegd en in brons laten gieten.

Er staan meer beelden van Otterness in New York. In Battery Park, The Real World, dat ik beschrijf als een monsterachtige centenvreter. Hij heeft ook in Nederland geëxposeerd, beelden uit de sprookjeswereld; in Scheveningen met onder andere een grote halfabstracte figuur, de Haringeter. In kleinere kring is hij wereldbekend.

Kun je dit Life in the Underground en The Real World tot de geëngageerde kunst rekenen? Mij dunkt dat je daar wel een buitengewoon zwaartillende reactionair voor moet zijn. Maar die zijn er nu eenmaal, ook in New York. De kunstenaar staat in het telefoonboek. Ik belde hem op en vroeg of zijn werk reacties uit het publiek wekte. Jawel. Ook negatieve? Nauwelijks. En wat nog meer telt: degenen die zich niet met de strekking kunnen verenigen, blijven er in ieder geval met hun vingers van af.

Ik had Nederland verlaten kort nadat er weer een openbaar kunstwerk door onbekenden was gemolesteerd. Eerder was De Denker van Rodin al door bronsdieven van zijn sokkel getrokken. En vorig jaar hadden anoniem gebleven daders hun levenslust botgevierd op De Nachtwacht die in drie dimensies op het Rembrandtplein staat. Naar Nederlandse maatstaven gemeten zou het gebruikelijk zijn als er van tijd tot tijd zo’n handzaam mensje uit Life in the Underground van zijn voetstuk werd geslagen en meegenomen. Al zes jaar staat deze dubbele beeldengroep daar onbeschadigd.

Dat is één verschil met Nederland. Het andere is dat je in New York op straat veel kunst tegenkomt die op een of andere manier optimistisch en bereikbaar is. Bij ons staan de helden op een sokkel en hun omvang laat geen twijfel over hun belang. Daaraan is in New York ook geen gebrek. Maar behalve deze geweldenaren van vroeger zijn er de eigentijdsen, in alle vormen en hoedanigheden, en ze worden ongemoeid gelaten. Op het gebied van de openbare beelden kun je bij ons kiezen tussen heldenverering en vandalisme, afgezien dan van beelden als Het Lieverdje en zulke vertederingssculpturen. Kunstenaars, laat u eens inspireren door Otterness met zijn geldzakzitters en rioolkrokodillen. Wees op een andere manier actueel.