Profvoetbal bepaalt beeld gekwelde scheidsrechter

Nederland heeft te weinig scheidsrechters. Bovendien kampen ze met een imagoprobleem. Het ‘Masterplan arbitrage’ moet daar verandering in brengen.

Het is een ongebruikelijk tafereel: veertien arbiters, van veertien verschillende sportbonden, gebroederlijk naast elkaar op dezelfde tribune. Hoe vaak ontmoet voetbalscheidsrechter Pieter Vink nou zijn ijshockeycollega Debby Hengst?

De scheidsrechters wisselden gisteren ervaringen uit op het congres ‘Fluitend het veld op’ in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy. Zo bleek bijvoorbeeld dat waterpoloërs die de arbiter tegenspreken, voor enkele wedstrijden kunnen worden geschorst. IJshockeyscheidsrechters daarentegen kijken niet vreemd op als zij voor ‘etterbak’ of ‘hufter’ worden uitgescholden. En in een rugbywedstrijd mag alleen de aanvoerder het woord tot de arbiter richten.

Bijna geen van de aanwezige scheidsrechters herkende het beeld van de arbiter die wordt overspoeld door kritiek en verwensingen. Hun uitwisselingen – voor enkele honderden vertegenwoordigers uit de sportwereld, onder wie de nieuwe staatssecretaris van Sport Jet Bussemaker – toonden vooral aan hoe zeer het profvoetbal ons beeld van ‘de scheids’ bepaalt.

Uit gisteren gepresenteerd onderzoek blijkt dat de wekelijks uitgezonden beelden van scheldende voetballers en hun coaches veel sportliefhebbers ervan weerhouden zelf het fluitje in de mond te nemen. Scheidsrechters kampen met een imagoprobleem. Ze vormen bovendien geen afspiegeling van de samenleving. En het merendeel houdt het na één of twee jaar voor gezien.

Om die reden sloegen de staatssecretaris en voorzitter Erica Terpstra van sportkoepel NOC*NSF de handen ineen. Samen met veertien bondsbestuurders stelden zij een plan op om de aanwas van arbiters te vergroten en hun werkklimaat te verbeteren. In het najaar start een wervingscampagne om 50.000 nieuwe scheidsrechters aan te trekken – bovenop de 110.000 die actief zijn in het American football, de autosport, basketbal, handbal, hockey, ijshockey, judo, korfbal, rugby, tennis, voetbal, volleybal, waterpolo en wielrennen.

De nieuwelingen worden twee jaar begeleid, maken kennis met verschillende culturen en krijgen weerbaarheidstrainingen om escalaties te voorkomen en de eigen emoties in bedwang te houden. Het ministerie van Volkshuisvesting, Welzijn en Sport (VWS) trekt tot 2011 zes miljoen euro uit voor het ‘Masterplan arbitrage’. Het streven is dat over vier jaar 90 procent van wedstrijden in competitieverband door gediplomeerde scheidsrechters wordt geleid.

Dat lijkt een ambitieuze doelstelling. Zeker voor de KNVB, waar zo’n 45 procent van de duels door gekwalificeerde arbiters wordt gefloten. Maar nog moeilijker blijkt het om iets aan het werkklimaat van de scheidsrechter te veranderen. „Scheidsrechter zijn moet leuker worden voor meer mensen”, zei Terpsta gisteren. „Er komt een publiekscampagne om mensen te wijzen op de positieve kanten van arbitrage.”

Maar op de vraag of zij voorstander is van sancties tegen coaches of spelers die zich schuldig maken aan verbaal geweld jegens scheidsrechters, keek zij weifelend naar de staatssecretaris. „Ik ben niet voor officiële maatregelen van bovenaf”, zei Bussemaker. In plaats daarvan pleitten beide vrouwen voor ‘betere registratie van incidenten’ en ‘gedragsafspraken’.

Dat er meer nodig is voor een groot en gekwalificeerd scheidsrechterscorps bewees het verhaal van Ruud Bruijnis. Zo’n vier jaar geleden lanceerde de directeur amateurvoetbal van de KNVB een masterplan om scheidsrechters te werven. Sindsdien werden 1.750 nieuwe arbiters aangetrokken, maar vertrokken er evenzoveel. Desondanks toonde Bruijnis zich opgelucht.