Proefkonijnen fokken

Geheimhouding in de farmaceutische industrie pakt soms slecht uit voor de eerste proefpersonen, zo blijkt uit een vreemd artikel in het Journal of the American Medical Association.

Het stuk beschrijft twee ‘mislukte’ onderzoeken bij ruim zeshonderd mensen met twee verschillende vetstofwisselingsziekten die hartziekten veroorzaken. Het experimentele medicijn (onderzoekscode: LY518674) van het Amerikaanse bedrijf Eli Lilly veranderde cholesterolwaarden en andere markers in het bloed die wat over de vetstofwisseling zeggen. Maar de waarden schoven zo, dat het risico op hartziekten misschien wel hoger werd. LY518674 was een potentieel gevaar.

Meestal eindigen zulke artikelen met een discussie over de ziekte en behandeling. Hier schrijven ze echter: „Deze resultaten laten zien hoe belangrijk het is om resultaten van onderzoek bij patiënten snel en grondig in de wetenschappelijke literatuur te publiceren. (...) Door snelle publicatie kan de veiligheid van patiënten die aan de onderzoeken meedoen ook beter beschermd worden.”

LY518647 stimuleert een eiwit (PPAR-alfa) dat in de celkern een stel genen activeert die grote invloed op de vetstofwisseling hebben. Deze PPAR-agonisten waren ruim een decennium lang razend populair bij medicijnontwikkelaars, omdat ze invloed kunnen hebben op het cholesterolgehalte, op ouderdomssuikerziekte en op overgewicht. Allemaal Westerse welvaartsziekten die farmaceuten miljarden kunnen opleveren.

Farmaceuten hebben ontdekt dat bij ruim vijftig verschillende PPAR-agonisten die in de jaren zijn onderzocht, giftigheidsproblemen aan het licht kwamen. De onderzoekers citeren dit aantal uit een powerpoint-presentatie van de Amerikaanse Food and Drug Administration: „De ontwikkeling van bijna al die nieuwe PPAR beïnvloedende stoffen is gestopt zonder wetenschappelijke publicaties die de redenen voor beëindiging beschrijven.” Wat betekent dat veel meer mensen dan waarschijnlijk nodig was die pillen bij experimenten hebben geslikt.

Wim Köhler