Pistolen zijn niet toegestaan

Overal in Europa spelen groepen Balkan Beats, een mix van joodse klezmer, Oost-Europese volksmuziek en moderne beats. Volgende week is Amsterdam aan de beurt. „We profiteerden van het feit dat Milosevic dagelijks in het nieuws was.”

Balkan Beat Box noemen ze zich. Maar met de Balkan hebben ze bar weinig uitstaan. Ori Kaplan en Tamir Muskat zijn geboren in Israël en wonen in New York. Daar hebben ze hun groep aangevuld met muzikanten uit de hele wereld.

En toch, in hun muziek waar hiphop en klezmer, ska en polka naadloos in elkaar overlopen, hoor je de Balkan. Schallende zigeunertrompetten snellen langs, flarden van Bulgaarse koren waaien voorbij en in de verte klinkt een Servisch bruiloftsorkest.

Deze avond speelt Balkan Beat Box in popcentrum Doornroosje, Nijmegen. Het is hun laatste optreden in een Europese tournee die de band de afgelopen twee maanden naar Duitsland, Frankrijk, Nederland en Oostenrijk voerde. In januari nog deden ze Israël aan, in april zullen ze door Amerika toeren.

Balkan Beats is populair – en Balkan Beat Box is niet de enige band die op de golven van het succes mee surft. Van Nijmegen tot New York, van Genua tot Gent; elk weekeinde vinden er Balkan Beats party’s plaats. Daar drinkt en danst men, op die opmerkelijke mix van traditionele joodse en Oost-Europese volksmuziek en moderne beats.

Het is een ware hype, zegt Robert Soko desgevraagd. De in Berlijn woonachtige Bosniër is een Balkan Beats-discjockey van het eerste uur, samen met dj Shantel uit Frankfurt. Robert Soko stelde bovendien de verzamelserie Balkan Beats samen.

Vanuit Oost-Europa, met name Berlijn, heeft de Balkan-hype ook het westelijk deel van Europa veroverd. In Nederland wordt zij vertegenwoordigd door onder andere de Amsterdam Klezmer Band, Hoppa Collective en dj Tommi. In Paradiso treedt een aantal van hen volgende week op, samen met het beroemde twaalfkoppige orkest van de Servische trompettist Boban Markovic.

Inmiddels is de rage ook buiten de clubs opgemerkt. Zo houdt het Koninklijk Concertgebouw Orkest binnenkort een heuse Balkanbruiloft.

Ook in Nijmegen speelt Balkan Beat Box voor een uitverkochte, opgewonden zaal. De sfeer is uitgelaten en vriendelijk; de mensen springen op en neer, zwaaien met hun armen en zeggen sorry als ze vervolgens tegen je drankje aan stoten. En iedereen is voor vrede.

Zanger/drummer/dj Tomer Yosef leidt de show. Energiek springt hij over het podium, agressief keert hij zijn ontblote borst naar het publiek, een dreigende mohawk op zijn hoofd. „Peace”, roept hij regelmatig – maar als ik niet beter wist, zou ik denken dat hij ruzie zoekt.

Het publiek, afkomstig uit de alternatieve scene, danst en drinkt. Het valt grofweg in twee delen uiteen. Mannen, die vroeger van ska en punk hielden, herkennen in Balkan Beats de ritmes en de chaos van weleer. Vrouwen vallen meer voor het multiculturele karakter van de muziek.

Russendisko wordt de crossover van traditionele feestmuziek en moderne beats ook wel genoemd. Of polkapunk. Of speedfanfare. Die laatste benaming geeft het tempo goed aan; rusten doet men zelden, of het moet tijdens een riedeltje reggae zijn.

Maar Balkan Beats is de

bekendste benaming. Die term bekt lekker, al dekt ze dus niet altijd de herkomst van de muziek. Immers, de 350 kilometer lange bergketen die de naam Balkan draagt, begint bij de Timokrivier in Servië en eindigt in de Zwarte Zee bij Roemenië. Het gebied Balkan omvat de landen Albanië, Bulgarije, Bosnië, Griekenland, Kroatië, Macedonië, Montenegro, Servië, Slovenië, en een deel van Turkije en Roemenië. Hongarije, Israël of Polen behoren officieel niet tot de Balkan.

Dj Robert Soko claimt de term Balkan Beats te hebben bedacht. Dat gebeurde in een café in Berlijn, waar hij naast Balkan Beats ook met de naam Balkan Beast op de proppen kwam. Uiteindelijk koos hij voor het vriendelijker klinkende ‘beats’ voor zijn verzamel-cd’s. Rijk is hij er niet van geworden, lacht hij. „Ik heb alleen patent op het logo, niet op de naam.”

Ik spreek de discjockey enkele uren voor zijn optreden in Minus One, in het Vlaamse Gent. De club, die onlangs werd geopend, bevindt zich in een kelder op een naargeestig bouwterrein, buiten het stadscentrum. Ook deze clubeigenaar heeft besloten mee te doen aan de Balkan-hype; iedere maand wil hij een Balkan-avond organiseren. Dj Soko bijt het spits af, volgende maand is Boban Markovic aan de beurt.

Wie enkele jaren geleden voorspelde dat Joegoslavische volksmuziek de dansvloeren in West-Europa en Amerika zou veroveren, zou recht in het gezicht zijn uitgelachen – niet in de laatste plaats door de Joegoslaven zelf.

Een goede verklaring heeft Soko dan ook niet voor de razendsnelle groei van het genre. Het heeft te maken met de open en tolerante houding van de stad Berlijn, zegt hij, „het grootste platform voor culturele diversiteit in Europa”. Het heeft ook te maken met de komst van vele vluchtelingen naar de Duitse hoofdstad tijdens de oorlog in Bosnië. „Op het hoogtepunt van de crisis telde Berlijn 30.000 vluchtelingen”, aldus Soko.

Gek genoeg heeft Balkan Beats ook veel te danken aan het geweld in voormalig Joegoslavië. „We hebben maximaal profijt getrokken van het feit dat Milosevic en zijn Joegoslavië dagelijks in het nieuws waren. Dat wekte de interesse in onze muziek. Mensen beschouwen het als iets heel exotisch.”

Soko’s levensverhaal kent een even stormachtig verloop als dat van de Balkan Beats. In 1989 verliet hij, negentien jaar oud, zijn geboorteplaats Zenica in Bosnië. Dat was drie jaar voor de oorlog uitbrak. Hij belandde in Rotterdam, waar hij voor malafide Joegoslavische aannemers werkte. Toen hij verliefd werd op een Duitse vrouw, vertrok hij naar Berlijn, waar hij taxichauffeur werd.

Evenals vele andere vluchtelingen heeft Soko een gemengde afkomst: hij heeft een Kroatische vader, een Servische moeder en groeide op in centraal Bosnië, „tussen de moskeeën en de moslims”. Dat beïnvloedde volgens eigen zeggen zijn latere muziekkeuze. „Al die verschillende culturen zijn mij met de paplepel ingegoten.”

In Berlijn begon hij met een aantal lotgenoten Joegoslavische avonden te organiseren, „uit rebellie tegen die belachelijke oorlog die ons ongevraagd uit elkaar dreef.” Daarom hingen ze een groot portret van de Joegoslavische leider Tito aan de muur, vierden ze vergeten communistische feestdagen als de Dag van de Republiek, terwijl ze oude Joegoslavische volksliedjes draaiden, gemixt met punk, ska en hiphop.

De film Underground van

de Bosnische regisseur Emir Kusturica is een grote inspiratiebron voor Soko – en niet alleen voor hem. De film, die in 1995 een Gouden Palm in Venetië won, werd een culthit. De filmmuziek, van Goran Bregovic, een uit Sarajevo gevluchte Bosniër, droeg aan die status bij. Soko: „We zagen dat de Duitse meisjes er graag op dansten.”

Vanaf dat moment ging het bergopwaarts. Sinds drie jaar rijdt de discjockey niet langer op de taxi maar leeft hij van zijn optredens. En Goran Bregovic? Die reist tegenwoordig met zijn wedding & funeral band over de hele wereld.

Hoewel Underground het verhaal van Joegoslavië vanaf de Tweede Wereldoorlog vertelt, blijven vooral de bruiloftscènes je bij: vol kleurige, absurdistische en wrede taferelen. De getuige schaakt de bruid, het eten op tafel is niet dood, het bruidspaar danst met een koffer vol bankbiljetten in de hand en terwijl de priester op zich laat wachten, tettert het orkest onverdroten voort, staande op een levensgrote ronddraaiende suikertaart.

Zo gek zie je het zelden, maar misschien herinneren toeristen, die in de jaren zestig en zeventig massaal Joegoslavië bezochten, zich nog een Balkanbruiloft. In het straatje Skadarska bijvoorbeeld, in het centrum van de Servische hoofdstad Belgrado, dat met zijn vele cafés en restaurants geliefd was onder westerse toeristen en Servische bruidsparen.

Toen ik als correspondent voor deze krant in Belgrado arriveerde, eind jaren negentig, waren de toeristen al lang uit Skadarska verdwenen. Angst voor geweld en oorlog had hen naar andere oorden gevoerd. Je kon het hen niet kwalijk nemen; een paar straten achter het beroemde straatje met zijn lieflijke restaurants rookten de puinhopen van het ministerie van Defensie nog na. In datzelfde voorjaar hadden ‘slimme’ Navo-bommen de gevel uit het ministerie geslagen; uit de kapotte ramen wapperde vuilgrijze vitrage. Het leek alsof een enorme vuist door het dak van een poppenhuis had geslagen.

Maar in Skadarska werd nog wel volop getrouwd. Vanuit mijn appartement, om de hoek, kon ik ieder weekeinde het feestgedruis horen; het gelach en gelal, het gezang en geschreeuw. Maar vooral klonken de zigeunerorkesten die werden ingehuurd om de feesten op te fleuren; hun koperwerk knalde over de kinderkopjes.

Servische bruiloften betekenen big business voor de zigeunerorkesten; beschonken bruiloftsgasten stoppen bankbiljetten in de trompetten en trombones of plakken de briefjes met wat spuug op het voorhoofd van de muzikant. De avond eindigt steevast hetzelfde; met de bruid en de bruidegom op de tafel en met de spelende zigeuners aan hun voeten.

Gewelddadig kunnen die bruiloften ook zijn; soms vuren de gasten uit vreugde hun pistolen af in de lucht. Dat gebeurt niet in Skadarska, dat midden in het drukbevolkte centrum van Belgrado ligt, maar wel in de buitenwijken en op het platteland. (Jaren later kreeg ik antwoord op de prangende vraag of niemand ooit gewond raakte. Een Servische krant maakte gewag van twee inzittenden van een klein vliegtuigje die werden geraakt toen ze per ongeluk boven zo’n feest vlogen.)

Zo’n Balkanbruiloft heeft het Koninklijke Concertgebouw Orkest niet in gedachten. Het orkest hoopt op een feestelijke doch rustige avond. Het hoopt ook dat burgemeester Job Cohen van Amsterdam die avond enkele bruidsparen in de echt wil verbinden – pistolen zijn niet toegestaan.

Opmerkelijk is wel

dat de hype van de Balkan Beats op de Balkan zelf, met name in Bosnië en Servië, nauwelijks aanslaat. Daar luisteren de jongeren juist naar westerse muziek: naar trance, drum ‘n bass, hiphop. DJ Soko, die al vaker in Servië draaide, ondervond het aan den lijve; de dansvloer bleef leeg.

„Deze muziek herinnert hen aan wie ze zijn en waar ze zijn: Serviërs in Servië. Ze zitten gevangen in een uitzichtloze situatie. Jonge Serviërs willen daar helemaal niet zijn, ze willen toetreden tot de EU, reizen naar de Verenigde Staten. Ze willen zich een van ons voelen.”

Hij begrijpt het wel; zelf wil hij ook niet terug naar Bosnië. Het ouderlijk huis in Zenica staat er nog, maar hij heeft er niets te zoeken. De economische vooruitzichten zijn er te slecht, de sfeer te bekrompen, de mensen te kleingeestig. Het is er zo anders dan in Berlijn. Soko lacht: „Geloof me, mijn mentaliteit is in de afgelopen achttien jaar drastisch veranderd.”

Contrabanda: Balkan Beats & Gypsy Grooves, vrijdag 6 april, Paradiso, Amsterdam; Goran Bregovic wedding & funeral band, dinsdag 24 april, Concertgebouw, Amsterdam.