‘Manipulatie in zaak Eric O.’

Militairen hebben in de zaak Eric O. onder dwang valse getuigenissen afgelegd. De militairen waren met Eric O. op patrouille in Irak toen hij in 2003 een Irakees doodschoot. Advocaat John Peters heeft gisteren namens één van die militairen aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie, zo vertelde hij gisteravond in tv-programma Nova.

Eric O. is tweemaal vrijgesproken in deze zaak, zowel bij de militaire kamer van de rechtbank in Arnhem als in hoger beroep bij het gerechtshof. De rechter oordeelde dat Eric O. niet in strijd handelde met de geweldsinstructies voor Nederlandse militairen in Irak.

Volgens twee mariniers die bij het incident betrokken waren, wilden de officieren van het Korps Mariniers destijds onder geen beding dat de ware toedracht van het incident bekend werd. De advocaat heeft namens één van hen aangifte gedaan van dwang, bedreiging en het achterhouden van belastend bewijsmateriaal.

Eric O. loste op 27 december 2003 twee waarschuwingsschoten. De eerste in de lucht, de tweede in de grond, schuin voor een groep mannen. Daarbij werd een Irakese man dodelijk gewond, waarschijnlijk doordat de kogel afketste.

De twee mariniers die van het incident in december 2003 getuige waren, zijn oud-korporaal Ripson en sergeant-majoor Hoekendijk. De laatste vertelde op tv dat hij destijds een marinier heeft gesproken die zei dat Eric O. gericht op de groep zou hebben geschoten in plaats van in de grond.

Ripson was plaatsvervanger van Eric O. Hij zei in Nova dat een officier van de mariniers hem en zijn mannen bij elkaar riep en tegen hen zei: „Wat de marechaussee ook vraagt, zeg: dat weet ik niet meer, doe alsof je neus bloedt”.

Hoekendijk vertelde dat Eric O. hem vlak voor de rechtszaak heeft bedreigd. „Het was niet bepaald prettig hoe hij me benaderde: een tik op de borst, een priemende vinger, keek me doordringend aan”. Eric O. zou hem hebben uitgemaakt voor vuile verrader.