Lichaam van Schalken bepaalt einde carrière

De carrière van toptennisser Sjeng Schalken is ten einde. Het lichaam wil niet meer. „Ik vind het jammer dat niet ikzelf maar mijn lichaam de beslissing heeft genomen.”

Koen Greven

Sjeng Schalken vergeleek zichzelf graag met een mammoettanker. Als de tennisser eenmaal de goede koers te pakken had, dan waren er maar weinigen die hem konden stoppen. Als de motor echter aan het pruttelen sloeg, duurde het vaak tijden voordat hij de juiste lijn weer wist te vinden. In de voorbije twee jaar probeerde de 30-jarige prof alles in het werk te stellen om ‘het schip’ weer te water te laten. Zijn inspanningen bleken tevergeefs. „Geen roofbouw meer. Het is over. Einde aan het monnikenwerk”, zei Schalken gisteren in Den Bosch. „Ik vind het jammer dat niet ikzelf maar mijn lichaam de beslissing heeft genomen voor het einde van mijn loopbaan.”

Schalken gaat de geschiedenis in als een van de meest succesvolle tennissers die Nederland ooit voortbracht. Bij de US Open van 2002 beleefde de baseliner het hoogtepunt van zijn loopbaan. Op de hardcourtbanen waar hij in 1994 als junior de titel veroverde, bleek ‘De Limburgse Muur’ door vrijwel niemand te stoppen. In het Arthur Ashe stadion speelde Schalken onder het toeziend oog van zijn trainer Willem-Jan van Hulst en zijn fysiotherapeut André van Alphen tegen Fernando González de partij van zijn leven. Zoals zo vaak was hij zijn tegenstander vooral mentaal de baas gebleven.

Tijdens de slopende partij toonde Schalken geen spoortje van vermoeidheid. Sterker nog, na het verlies in de vierde set sprintte hij naar de kant met een houding van ‘die vijfde set is voor mij’. En de vijfde set was voor Schalken. Voor het eerst – en naar gisteren bleek voor het laatst – stond hij in de halve finale van een grandslamtoernooi.

Pete Sampras, Andre Agassi, Lleyton Hewitt en Sjeng Schalken waren de vier namen die op het affiche van Super Saturday stonden. Schalken had zelfkennis genoeg om toe te geven dat zijn naam een beetje detoneerde tussen drie voormalige nummers één van de wereld. De lange prof legde het uiteindelijk af tegen een ontketende Sampras die een dag later in zijn laatste partij uit zijn loopbaan Agassi zou verslaan. Vorig jaar liet Schalken zijn gedachten nog eens terug gaan naar september 2002. Hij was er heilig van overtuigd dat Agassi en Hewitt weinig kans tegen hem gehad zouden hebben. „Maar ja ik had de pech dat ik op Sampras stuitte”, verzuchtte Schalken in zijn hoeve in het Belgische Kessenich.

Op de grote podia bereikte Schalken naast de halve finale in New York, vier keer de laatste acht. Driemaal op rij op het gras van Wimbledon (2002, 2003 en 2004) en eenmaal op de US Open (2003). Je kan het pech noemen of niet, maar drie van de vier kwartfinales gingen verloren tegen de latere kampioen. De nederlaag die het meeste pijn deed, leed Schalken echter in april 2003 tegen de modale Fransman Julien Boutter. Op het gravel van Monte Carlo verspeelde hij zijn kans om bij de toptien van de wereld te horen. Hoger dan een elfde positie op de wereldranglijst zou ‘de denker’ niet komen.

Schalken was een prof die door keihard werken het maximale uit zijn mogelijkheden wist te halen. Als geen ander was hij er zich van bewust dat het hem aan echte wapens ontbrak. Zijn matige opslag was zijn grootste handicap. Alleen door de ballen met uiterste precisie te plaatsen wist hij het gebrek aan snelheid enigszins te compenseren. Zijn fore- en backhand waren zo vast dat ze tot de beste van het circuit werden gerekend.

Nadat Schalken in 2002 brak met zijn coach Alex Reijnders, viel er een grote druk van zijn schouders. Sindsdien liet Schalken zich op de baan door niets en niemand meer vertellen wat hij moest doen. In het tweede deel van zijn loopbaan verloor hij zelden van mindere spelers. In totaal behaalde de Einzelgänger negen titels in het enkelspel. Jarenlang was hij – tegen wil en dank – kopman van het Nederlandse Davis-Cupteam. Het tennissen in een landenteam zag Schalken vooral als een verplicht nummer.

De Davis-Cupontmoeting in 2004 tegen Canada in Maastricht was het begin van het einde. Schalken bleek achteraf de ziekte van Pfeiffer onder de leden te hebben, maar kwam daar pas maanden later achter. De superprof beulde zijn lichaam in de hoop op een snel herstel daarna zó af, dat hij zichzelf sloopte. Een hernia was uiteindelijk het gevolg. Schalken koesterde lang de hoop dat hij zou kunnen terugkeren. De pijn in zijn linkerbeen ging echter niet meer weg. „Zo triest is het niet. Dat ik stop voelt ook als een verlossing”, zei hij gisteren. Als vader van een dochter neemt hij afscheid.