Koran verscheuren tegen Wilders’ populisme

Drie weken geleden liep een moslim het Binnenhof op. Hij had een koran in zijn handen. Voor het parlementsgebouw hield hij stil, zocht het midden van de koran op en scheurde hem, met moeite, in tweeën. Hij hield de rechterhelft omhoog, gooide deze weg, en vertrok met de linkerhelft. Dit was de ‘goede’ helft, aldus Geert Wilders, die kort tevoren in de media moslims had opgeroepen de kwade helft uit de koran te scheuren. Deze ene moslim zocht het centrum van de Haagse politiek op en gaf gehoor aan Wilders’ oproep. Zonder reactie. De foto die kunstenaar Jonas Staal van de performance maakte, toont hoe een enkeling op de achtergrond de andere kant uit kijkt. „Totale stilte omgaf de actie”, zei Staal later.

Hoe geef je als kunstenaar die onthutst is over de politiek, je kritiek weer? Door het spel mee te spelen. De koran-actie op het Binnenhof was geregisseerd door Staal, die met zijn Populistische ensceneringen populisme aankaart: „Een politicus roept maar wat, de media springen erop, en je hebt een kwestie. Het heeft niets te maken heeft met partijprogramma’s of wetsvoorstellen of de wil van het volk. En toch noemen ze dat politiek.” Door een moslim eenzaam met een halve koran te laten wapperen en afdruipen, laat Staal zien dat het weinig oplevert als een enkele moslim gehoor geeft aan zo’n oproep.

Een fotoverslag van Staals kunstoeuvre ziet eruit als een documentaire over terrorisme. Behalve doodsbedreigingen speelden ontplofte bomauto’s en dode vogels een rol in zijn kunst. Zelden zag kunst op straat er zo zwart en confronterend uit. Dat krijg je ervan als een kunstenaar Geert Wilders zijn ‘muze’ noemt. Toen Wilders twee jaar geleden de kranten haalde vanwege doodsbedreigingen, begon Staal een reeks bermmonumentjes voor de politicus. De politie raakte daar nogal van in de war. Waren het bedreigingen of juist steunbetuigingen? En zoals Staal had verwacht hapten de media toe: het leidde tot sensatie om niks.

Staal concludeert dat populisten die de elite verfoeien, zelf ook niet de stem van het ‘boze’ volk vertegenwoordigen. Maar de stilte rond zijn performances is niet bepaald hard bewijs te noemen. Het gaat hem ook niet alleen daarom. Staal is een geëngageerd kunstenaar, die met zijn acties op zoek gaat naar de pijn van deze tijd.

Staal zegt dat het probleem van nu lethargie is. De desinteresse die zijn recente performances omgeeft, ziet hij als symptoom voor deze levenshouding. Op tv zien we oorlogen en armoede, maar die raken ons niet meer. We doen goed voor de wereld als we er zelf niet te veel bij inschieten. De postcodeloterij noemt hij symptomatisch: we zijn niet meer tot een duidelijke, compromisloze moraal in staat. En zoals veel kunstenaars zoekt ook hij naar moraal en waarheid.

Je kunt Staal verwijten dat hij te modieus werkt, vanwege zijn voorliefde voor ‘hot items’. Toch is die kritiek niet terecht. Staal graaft wel degelijk naar de kern van ons menselijk bestaan. Hanecke en Houellebecq hebben een film of boek de tijd om het leven tot op het bot te villen en hun publiek diep depressief achter te laten, Staals middelen als beeldend kunstenaar zijn anders. Hij is enerzijds guerrillakunstenaar, die ‘vecht’ met de middelen die hij buit maakt op de openbare ruimte. Anderzijds lijkt hij op de performancekunstenaars die in de jaren zestig op straat contact zochten. Alleen wil Staal geen interactie of herovering op de publieke arena. Hij wil juist de onmacht aantonen om mensen te bereiken – niets schudt hen wakker.

Ook achteraf had Geert Wilders geen aandacht voor de actie. Ondanks pogingen tot telefonisch en e-mailcontact bleef hij de afgelopen week onbereikbaar voor een reactie.

www.jonasstaal.nl