‘In een boek ben je vrijer’

Na tien jaar ontwerpen maakten de architecten van VMX de balans op. Dat resulteerde in een origineel boek over de dagelijkse praktijk, over fouten en successen en de onkunde van de opdrachtgever.

VMX Agenda is het merkwaardigste boek over een Nederlands architectuurbureau sinds lange tijd. Het is alles wat de gebruikelijke architectuurmonografie niet is. Gewoonlijk worden boeken over Nederlandse architectuurbureaus, waarvan er jaarlijks vele verschijnen, gemaakt volgens een vast recept. De architect krijgt subsidie van het Stimuleringsfonds voor Architectuur en bijdragen van andere subsidiegevers en huurt daarvan een criticus of architectuurgeleerde in. Die schrijft, als een echte feestredenaar, een niet al te lange lofrede op het werk van het bureau. Die wordt dan in het boek afgedrukt en gevolgd door smetteloze mooi-weer-foto’s van de gebouwen en door ontwerptekeningen van de architect die meestal vergezeld gaan van beknopte, zakelijke beschrijvingen.

Voor VMX Agenda hebben de architecten van VMX, Leon Teunissen en de van oorsprong Ierse Don Murphy, het anders aangepakt. Zij gebruikten de hun verstrekte subsidies om, in het Engels, in ruim 300 pagina’s uitgebreid de wederwaardigheden te vertellen van hun bureau VMX sinds de oprichting in 1995. Dit Amsterdamse bureau werd bekend door verrassende gebouwen zoals de uit een lange hellingbaan bestaande fietsflat in Amsterdam en het gebouw van de Directie Noordzee met zijn vele ronde ramen in Rijswijk. Op een hoogstpersoonlijke, dagboekachtige manier schrijven de architecten – of beter gezegd: vertelt Don Murphy, want hij is hoofdzakelijk aan het woord – over alles waar een jong architectenbureau bij het bouwen in het Nederland van omstreeks de millenniumwisseling mee te maken kreeg: de ontmoetingen en besprekingen met opdrachtgevers en andere betrokkenen bij de bouw, de publicatie van een boek, personeelsperikelen op het bureau, de overwegingen om een gebouw zus te maken en niet zo, moeilijkheden bij de bouw, conflicten, compromissen, ergernissen, successen en mislukkingen.

VMX Agenda is opvallend openhartig over projectontwikkelaars in dure pakken en auto’s, maar ook over de missers van VMX zelf. Zo werkte het bureau eens lang aan een presentatie om ten slotte te ontdekken dat de ruimte waar ze hun werk moesten tonen veel te licht was om de zorgvuldig voorbereide lichtbeelden te zien. Zulke luchtige anekdotes worden afgewisseld door serieuze beschouwingen over bijvoorbeeld het Nederlandse architectuurklimaat met zijn architectuurnota’s en -instellingen. Het boek is goed geschreven, jargon is afwezig. Zo is VMX Agenda niet alleen de ongebruikelijkste maar ook de beste Nederlandse architectuurmonografie sinds lange tijd geworden.

In een restaurant in het oude Olympisch Stadion in Amsterdam legt Don Murphy uit wat hem bezielde om zo’n hoogstpersoonlijke monografie over zijn bureau te publiceren. „Ik beschouw het maken van boeken als onderdeel van ons werk”, antwoordt hij op de vraag waarom architecten vroeg of laat hun werk willen boekstaven. „Je bent dagelijks intensief bezig met het maken van architectuur, je beleeft er vreugde aan en natuurlijk ook leed. Dan heb je de behoefte om hierover te vertellen, en om een bijdrage te leveren aan het debat over het vak. Het schrijven van een boek bleek ook een goede manier om na te gaan wat we nu precies hebben gedaan in de tien jaar van ons bestaan.”

Over debat gesproken: aan het eind van VMX Agenda merkt u op dat de architectuurkritiek dood is in Nederland. Waar komt dat door?

„Dat heeft deels te maken met de aard van de Nederlandse architectuurmonografieën. Dat zijn door de manier waarop ze worden gemaakt toch eigenlijk bedrijfsbrochures of reclamefolders. Soms doen architecten nog een poging er een theorie in te ontvouwen, maar die verdient vrijwel nooit de kwalificatie theorie. Ook in de architectuurtijdschriften wordt zelden kritiek geleverd: meestal gaan de artikelen niet verder dan beschrijvingen van gebouwen. Dat is jammer, want kritiek kan je verder brengen. In de Angelsaksische cultuur is het in ieder geval veel gewoner om echte architectuurkritieken te schrijven.”

Moet VMX Agenda daarom worden gezien als een proeve van zelfkritiek?

„Nee, dat is overdreven, al hebben we onszelf niet gespaard en zijn we openhartig over onze missers en tekortkomingen. Maar we wilden wel iets anders maken dan de gebruikelijke architectuurmonografie. VMX Agenda is een anti-monografie. Het boek heeft geen gladde kaft met een blitse foto van een gebouw, maar is van kwetsbaar, wit papier met alleen maar enkele letters. En het bevat maar heel weinig foto’s en plaatjes en een grote hoeveelheid tekst.”

Is het wel verstandig om zo openhartig te zijn over jezelf, de opdrachtgevers en andere betrokkenen bij het bouwen? Bent u niet bang dat mogelijke opdrachtgevers u gaan mijden om niet te worden afgeschilderd als mensen die voortdurend mobiel telefoneren?

„Ik geloof niet dat we iemand belachelijk hebben gemaakt in VMX Agenda. We laten zien dat degenen met wie je te maken krijgt bij het bouwen gewone mensen zijn met ambities, deugden, tekortkomingen en eigenaardigheden. Het was ons streven om eens te vertellen wat er allemaal bij komt kijken als je goede architectuur wilt maken, als je bijvoorbeeld wilt dat een bedrijfsgebouw langs een snelweg niet een ontoegankelijke doos is maar ook publieke functies krijgt. Daar hoor je tijdens je opleiding nooit iets over. Als student moet je veel ontwerpen, maar je leert niet wat je allemaal moet doen om zo’n ontwerp gebouwd te krijgen, welke strategieën en tactieken je moet volgen. Daar is ons boek ook voor bedoeld. Met VMX Agenda wilden we ook laten zien hoe het was om in het Nederland van de jaren negentig te werken als jong architect. Heel de wereld keek toen toch naar Nederland als het land waar de relevantste architectuur werd gemaakt.”

Hoe hebt u VMX Agenda gemaakt?

„Voor het schrijven hebben we gewerkt met de tekstschrijver Olv Klijn. Met hem zijn we avonden lang door onze oude agenda’s gegaan en hebben hem verteld over alle ontmoetingen, vergaderingen, presentaties, telefoontjes enzovoorts. Dat werd allemaal op tape gezet. Klijns tekst is later verschillende keren bewerkt om er een lopend verhaal van te maken. Dat klinkt nu heel gemakkelijk, maar het was een langdurig werk.”

Wat is moeilijker: een gebouw maken of een boek schrijven?

„Architectuur is moeilijker. Bij het bouwen heb je van doen met veel meer betrokkenen met allemaal hun eigen wensen. Bij een boek kun je veel meer je eigen gang gaan, los van welstandscommissies, toekomstige gebruikers en opdrachtgevers met wier geld je werkt. Natuurlijk hebben we voor VMX Agenda wel besprekingen gehad met de uitgever en de grafisch ontwerpers, maar dat is toch niets vergeleken met al die vergaderingen die bij het bouwen komen kijken. Bij een boek neemt uiteindelijk toch de schrijver de beslissingen.”

In VMX Agenda schrijft u dat u zelden tevreden bent over de gerealiseerde gebouwen. Bent u wel tevreden met het boek?

„Niet helemaal, nee. Met VMX Agenda is het net als met onze gebouwen. Als die klaar zijn, zie ik allerlei gebreken, foutjes en dingen die ik toch anders had gewild. Maar misschien heb ik nog niet voldoende afstand genomen om VMX Agenda echt te kunnen beoordelen. Soms merk ik dat ik onze gebouwen beter ga vinden als ik ze lange tijd niet heb gezien. Zo was ik jaren geleden helemaal niet tevreden over ons appartementengebouw 3up2- down in Den Bosch. Maar toen ik het onlangs weer terug zag, vond ik het helemaal niet zo slecht. Sterker nog, ik vond het eigenlijk wel goed.”

Olv Klijn, Don Murphy en Leon Teunissen (red.): VMX architects: Agenda. 010 Publishers, 312 blz.€34,50