‘Hulpbudget niet bedoeld voor missies’

Minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) verzet zich tegen een uitbreiding van de gelden uit het ontwikkelingsbudget die worden uitgegeven aan defensieactiviteiten.

Dat heeft Koenders gisteren gezegd in de Tweede Kamer.

Koenders ontkent niet dat veiligheid een belangrijke voorwaarde is voor ontwikkelingssamenwerking, bijvoorbeeld in Afghanistan of Oost-Congo. Maar de bestaande trend, waarbij defensieactiviteiten steeds vaker rechtstreeks ten laste komen van het ontwikkelingsbudget, moet volgens de minister worden doorbroken.

Het ontwikkelingsbudget, dat in Nederland 0,8 procent van het bruto nationaal product bedraagt, dient naar het oordeel van Koenders ten goede te komen aan ‘echte’ ontwikkelingshulp. Daarbij denkt hij aan armoedebestrijding conform de ‘Milleniumontwikkelingsdoelstellingen’ van de Verenigde Naties. Koenders’ voorganger, oud-minister Van Aardenne (CDA), vond wél dat defensie-uitgaven ten laste mochten komen van het ontwikkelingsbudget.

Koenders deed zijn mededeling aan de vooravond van een ministeriële top van het Ontwikkelingscomité van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). Daarin moeten 22 donorlanden en de Europese Commissie volgende maand besluiten of er een verruiming komt van de criteria voor het uitgeven van ontwikkelingshulp aan de bevordering van veiligheid.

Koenders is tegen zo’n normverschuiving, zei hij gisteren. „In de hele wereld is tussen 2000 en 2005 zo’n 1.000 miljard dollar uitgegeven aan militaire zaken, tegen slechts 135 miljard aan ontwikkelingssamenwerking. Ik verzet mij tegen een ontwikkeling waarbij die balans ook nog eens in de militaire richting verschuift. Dan wordt ontwikkelingssamenwerking een piano zonder snaren”.

De VVD is het niet met de minister eens en waarschuwt voor de lopende kosten van de missie in Uruzgan. Die zouden kunnen oplopen tot 700 miljoen euro, zei Kamerlid Arend-Jan Boekestijn. Koenders zei dat de minister van Defensie zelf zijn tekorten kan oplossen, zonder de ontwikkelingspot aan te spreken.