Het Chinese spijkerhuis

In China is het al weken in het nieuws, en sinds kort gaat het verhaal over ‘het spijkerhuis’ ook de rest van de wereld over. En vreemd is dat niet, want maar zelden komt je zo’n sterk symbool tegen.

Plaats van handeling is de snel groeiende Chinese industriestad Chongqing, bij ons misschien nog geen begrip, maar met 30 miljoen inwoners een van de grootste samenklonteringen van steden en voorsteden ter wereld. Ergens in die zee van huizen, torenflats, hijskranen, wegen en winkels die zo karakteristiek is voor de hedendaagse Chinese stad, gaapt een enorme bouwput, tien meter diep, met in het midden een soort fort op een hoge terp.

Het is het huis van de familie Wu, die weigert zich te laten onteigenen voor de bouw van een shopping mall. Eromheen – waar drie jaar geleden nog 280 huizen van buurtgenoten stonden – is alles afgegraven. Op foto’s zie je meteen waarom dat armoedige bouwsel op die hoop aarde een symbool van verzet heeft kunnen worden.

Het huis staat bekend als ‘het spijkerhuis’, een term die in China wel vaker gebruikt schijnt te worden voor woningen van mensen die weigeren plaats te maken voor een bouwproject, in de hoop zo een extra hoge afkoopsom te krijgen.

De burcht van de familie Wu lijkt ook wel wat op een roestige spijker die in een oude plank is blijven zitten. Het is in elk geval een perfect decor voor een eigentijdse opvoering van de klassieke tweestrijd tussen de kleine man en de macht.

De macht, dat zijn in dit geval de autoriteiten, de projectontwikkelaars, de oprukkende moderniteit en je zou kunnen zeggen het moderne Chinese kapitalisme. En de kleine man, dat zijn de lokaal bekende kungfu-meester Yang Wu en zijn vrouw Wu Ping, die – tot twee jaar geleden gas en water werden afgesloten – op de begane grond van hun huis een restaurant dreven. Ook zij strijden in de geest van het kapitalisme, zij het met nadruk op de rechten van het individu.

Yang Wu en zijn vrouw eisten volgens krantenberichten vervangende woonruimte op dezelfde locatie, dat wil zeggen op de begane grond in het nieuw te bouwen complex. Kon dat niet, dan wilden ze een vergoeding van 140.000 renminbi (13.500 euro) per vierkante meter, aldus de Financial Times.

Een stevige eis in een stad waar het gemiddelde huis minder dan 10.000 renminbi per vierkante meter kost. De burgemeester noemde het onredelijk.

Maar de Wu’s beriepen zich op de nieuwe wind die in China waait. Eerder deze maand nam het Chinese parlement een baanbrekende wet aan, die particulier eigendom van huiseigenaren en anderen in het officieel nog altijd communistische land moet beschermen.

Die wet wordt pas in oktober van kracht, maar de Wu’s vonden dat hun zaak toch alvast als testcase gezien moest worden. Op hun voorgevel hangt een spandoek met de tekst: particulier eigendom van de burger is onschendbaar.

En dat spreekt aan. De kwestie was het eerst opgepikt door Chinese bloggers, en daarna is het snel gegaan. Terwijl Yang Wu de afgelopen week in het lege huis bivakkeerde, stond zijn vrouw met grote bedrevenheid uur na uur de lokale, de nationale en de internationale media te woord. Zelfs de officiële staatstelevisie kon er niet omheen om over het spijkerhuis in Chongqing, en de onverzettelijkheid van zijn eigenaren, te berichten.

Dat de kwestie zo tot de verbeelding spreekt ligt niet alleen aan de opmerkelijke hardnekkigheid van de Wu’s en aan het fotogenieke beeld van hun bolwerk. Over onteigeningen bestaat in heel China grote onvrede.

Veel boeren en andere burgers die hun grond of hun huis moeten opgeven, hebben het gevoel dat er met hen wordt gesold. Protesten worden vaak hardhandig de kop in gedrukt.

In het mooie boek Will the boat sink the water? beschrijven de onderzoeksjournalisten Chen Guidi en Wu Chuntao een aantal gevallen van Chinese boeren die de moed hadden op hun rechten te staan. Daarmee haalden ze zich enorme problemen op de hals – in sommige gevallen moesten ze het met hun leven bekopen. Maar op hun bescheiden manier waren ze een bron van inspiratie voor anderen. Het boek is in China verboden, maar met miljoenen illegale exemplaren is het toch een bestseller.

Inspireren doet ook het geval van de koppige kungfu-meester en zijn vrouw. Ook als ze vandaag of morgen instemmen met een afkoopsom, en het huis zoals verwacht wordt weggebulldozerd, dan zal hun verhaal nog voortleven.

Achter de hekken rond de bouwput staan volgens de berichten niet alleen nieuwsgierige voorbijgangers te kijken, er komen ook mensen langs die zélf onteigend dreigen te worden, soms met mappen vol documenten onder hun arm, in de hoop er een journalist voor te interesseren.

Veel bekijks is er ook van het perron van een monorail die hoog langs de bouwput loopt. En als het ware op de derde rang zitten wij, de rest van de wereld, te kijken hoe het afloopt met dat kleine bolwerk in die grote kuil. Want het is mooi theater, deze acte in het spannende toneelstuk De Razende Opkomst van Kapitalistisch China.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.