Herhalingen in het polderland

Gerbrand Bakker: Perenbomen bloeien wit. Cossee, 142 blz. € 16,90. Ook verschenen als luisterboek: 2 cd’s. Luisterduur ca. 145 min. € 14,95

Gerbrand Bakker moet eigenlijk zijn Gouden Ezelsoor, de prijs voor het bestverkochte debuut, inleveren. Perenbomen bloeien wit wordt weliswaar gepresenteerd als een nieuwe versie van een jeugdboek, maar dat valt in de praktijk tegen. Natuurlijk zijn er verschillen met de uitgave van zijn eigenlijke debuut uit 1999, maar dan gaat het toch om enkele alinea’s, het uiterlijk van het boek (dat in een vergelijkbaar jasje is gestoken als Boven is het stil) en het etiket: dit ‘jeugdboek’ is nu voor volwassenen geschreven. Vooral die laatste aanpassing roept vragen op. Waarom moest dit verhaal een roman voor volwassenen worden? Wordt het zo meer waard? En aangezien de calvinistische polderthematiek overeenkomt met die van Boven is het stil: is die Libris-genomineerde roman dan net zo gemakkelijk tot een jeugdboek te transformeren als Perenbomen bloeien wit kennelijk tot volwassen literatuur?

De twee verhalen zijn samengesteld uit vergelijkbare ingrediënten: een tweeling, een dode broer, homoseksualiteit, de relatie tot de vader en een afwezige moeder. De personages zijn allemaal wat jonger, maar het drama, het auto-ongeluk, de polder: ze komen in beide boeken voor.

Is Perenbomen bloeien wit dan een ander boek nu het voor volwassenen is geschreven? Nee. Er is wat uitgehaald, er is iets toegevoegd, maar een wereld van verschil maakt het niet. Neem bijvoorbeeld het perspectief van de hond die het drama van de blinde zoon die zelfmoord pleegt duidelijk moet maken. Deze manier van vertellen lijkt bedoeld te zijn om de waarheid te verzachten, maar het is eigenlijk een overbodige truc. Misschien niet voor het kinderboek – waarin het hondenperspectief de waarheid op een wat indirecte manier duidelijk kan maken. Maar daarmee wordt het drama niet indringender.

Eén kort hoofdstuk vanuit het perspectief van de hond, heeft het karakter van een niet ter zake doende kunstgreep. En daar lijdt de roman toch al aan. De drie invalshoeken op het familiedrama (de tweeling en Gerson, de broer die na een auto-ongeluk blind wordt en een milt mist) worden niet overtuigend uitgewerkt. In plaats van dat zaken door deze manier van vertellen effectief worden weggelaten, is er juist herhaling en te veel uitleg. Een passage over taal en waarneming is zelfs ronduit langdradig. ‘We ontdekten dat het verdomd moeilijk is iets te zeggen zonder een toespeling te maken op zien.’ Waarna anderhalve bladzijde lang voorbeelden volgen waar de auteur een beetje prat lijkt te gaan op zijn vondsten (‘Niemand kroop meer door het oog van de naald’, et cetera). Bij het luisterboek is dat nog met enkele alinea’s bekort, maar in het boek wordt zelfs nog een geestig bedoelde woordspeling met oogappeltje gemaakt.

Wie Perenbomen bloeien wit leest ná Boven is het stil, zal vermoedelijk enigszins teleurgesteld zijn en kan zich afvragen of Bakker een ‘one-issue-auteur’ is. Ook geeft dit boek met terugwerkende kracht een andere kijk op het ‘debuut’ Boven is het stil. Perenbomen is als jeugdroman dus geslaagder: het accent ligt dan meer op het verhaal dan op de kunstgrepen. Misschien is het een goed idee om van Boven is het stil ook een jeugdroman te maken.