Franse student gelooft nergens in

Franse studenten zijn pessimistisch over hun land en over de politici. „We stemmen tegen en we kiezen de minst slechte kandidaat.”

Over de Franse verkiezingen kan studente Viviene Leray (19) kort zijn. „We zijn gedesillusioneerd”, zegt ze op een zonnig grasveld in Nantes, waar ze Engels en Chinees studeert. „We geloven nergens in.”

Vorig jaar, in haar eerste jaar, stond Leray met duizenden andere studenten op de barricades tegen het CPE, een arbeidscontract met een proefperiode van twee jaar. Met succes, de hervorming werd afgeblazen. Nantes was een van de haarden van het verzet. De wereld verbaasde zich erover dat de Franse jeugd de straat op ging voor behoud van zekerheid.

Hoe zijn de perspectieven nu? Leray zucht, legt haar sudoku op haar groene tas. Nee, zij verwacht niet dat ze na haar studie werkt vindt. De universiteit in Frankrijk is niet genoeg afgestemd op het bedrijfsleven, vindt zij. En de verkiezingen zullen ook niet veel veranderen. Behalve wanneer Olivier Besancenot wordt gekozen, de trotskistische kandidaat die principieel postbode blijft.

Leray zou wel op hem willen stemmen, maar zij vreest dat hij niet op kan tegen Nicolas Sarkozy, de rechtse kandidaat die „overal politie neerzet” en onder wie je „niet je mening kunt zeggen”. Daarom overweegt ze te stemmen op de centrum-rechtse kandidaat Bayrou, „de minst gevaarlijke”. Het wordt „zoals altijd”, zegt Viviene Leray. „We drukken via de stembus niet onze opinie uit. We stemmen tegen en we kiezen de minst slechte kandidaat.”

Leray behoort tot de drie miljoen kiezers tussen 18 en 21 jaar die in april en mei voor het eerst kunnen stemmen bij de presidentsverkiezingen. Haar sombere stemming is niet uitzonderlijk.

Frankrijk heeft de meest pessimistische jeugd van Europa, vertelt sociologe Anne Muxel, verbonden aan het onderzoeksinstituut Cevipof. Uit de politieke barometer die daar wordt bijgehouden, komt „een dubbele vertrouwenscrisis” naar voren – politiek en economisch – die bij de jongeren tot 31 jaar (14 procent van het electoraat) nog wat heviger is dan bij anderen. Zo ziet 63 procent van hen het economisch somber in voor Frankrijk. 62 procent gelooft dat links noch rechts de problemen zal oplossen.

„Het komt door de werkloosheid”, legt Muxel uit. „Een op de vier Franse jongeren is werkloos, meer dan waar ook in Europa.” Bij laagopgeleide jongeren scoorde de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen in 2002 het hoogst, 30 procent.

In Nantes zou je een positievere stemming verwachten dan elders in het land. De agglomeratie met een half miljoen inwoners aan de westkust heeft een relatief lage werkloosheid, ongeveer 7 procent. Extreem-rechts scoort er traditioneel lager, de sociale spanningen zijn relatief beperkt, al waren de studenten actief in de CPE-crisis. Het merendeel van de 32.000 studenten blijft na de studie in de omgeving. „Als ik hier weg ga, naar het buitenland bijvoorbeeld, moet het echt voor een interessante baan zijn”, zegt Maxime Naullet (23), informatica- en wiskundestudent en fan van de gematigde sociaal-democratische burgemeester van de stad, Jean-Marc Ayrault.

Samen met Charlotte Mary (20) neemt Naullet in het parkje bij de wetenschapsfaculteit de toestand door. Zij hebben goede kansen op de arbeidsmarkt, maar ze maken zich zorgen over het land, de spanningen in de banlieue, de verharding van de sociale verhoudingen. [Vervolg NANTES: pagina 4]

NANTES

‘Van Sarkozy raak ik net zo geflipt als van Le Pen’

[Vervolg van pagina 1] Ze hebben thuis onzekerheid leren vrezen. Naullets moeder is net aangesteld als directrice in een bejaardenhuis, en klaagt dat anderen haar chanteren omdat ze nog in haar proeftijd zit. De moeder van Mary is na een verhuizing al vier jaar werkloos. Maar Mary is geen voorstander van een actiever arbeidsmarktbeleid voor ouderen. „Dat gaat ten koste van onze plaatsen.”

Een paar tramhaltes verder, op de medicijnenfaculteit, zit een groepje vijfdejaars studenten uit te blazen bij een kopje koffie. De verkiezingen vinden ze belangrijk, maar hun examens, een week later, zijn nét even belangrijker. „Het gaat helemaal niet zo slecht met Frankrijk”, zegt Gaëtan (23). „Er zijn wel wat aanpassingen nodig, maar geen grote hervormingen.” Zijn vriend Fabien Fauvel (23) legt een verband met hun eigen situatie. Hij wil chirurg worden. „Onze toekomst is uitgestippeld.” Werken staat voorop, maar politiek leeft wel, meent hij. „Vraag maar aan onze extremist”.

Philippe Lacoste (23) neemt de handschoen op, hij is er aan gewend dat hij als Sarkozy-aanhanger zo wordt genoemd. Oké, Sarkozy heeft „een paar foutjes” gemaakt, vindt Lacoste – zoals toen hij zei dat hij de banlieue „met de Kärcher” wil ontdoen van criminelen. Maar hij heeft „wel een helder verhaal” en stelt „echte hervormingen” voor. Zoals het afschaffen van de 35-urige werkweek en het aanpassen van de pensioenen. Protest bij de andere studenten aan tafel. „Sarkozy is te radicaal, te bruut”, zegt Madelène Doriane (22). Ze is vorig jaar lid geworden van de PS om op Ségolène Royal te stemmen. Niet dat ze haar zo fantastisch vindt, maar „zij is de enige die Sarkozy kan tegenhouden”.

Het komt bij studenten in Nantes steeds terug: ze vinden de verkiezingen belangrijk, maar verwachten niet dat ze veel zullen veranderen. En wie niet vóór Sarkozy is, stemt tegen hem, juist omdat hij te veel wil veranderen. Elke andere kandidaat wordt beoordeeld naar het vermogen om Sarkozy in de tweede ronde te verslaan. „Van Sarkozy raak ik even geflipt als van Le Pen”, zegt biologiestudent Samuel Letouche (19). Hij voorspelt opstand in de banlieue als Sarkozy gekozen wordt. Hij hoopt er zelfs op. „Het kapitalisme is geen goed systeem, het is nodig dat de zaak in de fik gaat.”

Recht tegenover de faculteit, op een bankje voor management school Audencia, legt Clothilde Hallet (21) uit waarom haar opstandige landgenoten haar ergeren. „Ze verwachten dat je hun het voedsel in de hand geeft”, meent zij.

Hallet heeft twee jaar voorbereidende klassen gevolgd voordat ze toegelaten werd tot een van de meer gerenommeerde handelsscholen in het land. „Ik weet dat ik goed ga verdienen. Maar dat heb ik zelf bereikt.” De verkiezingen zullen niets veranderen, zegt ook Hallet, maar zij vindt dat niet erg. „Het is aan de mensen zelf om zich te redden.”