Een vuist voor optimisme

De nieuwe plaat van rocker Jesse Malin heeft een positieve toon. Hij maakte een liedje voor zijn moeder, die blij werd van muziek. „Je bent een gezegend mens als de liefde voor kunst je de dagelijkse ellende kan doen vergeten.”

Met een korte windstoot wordt hij de hotel-lobby in geblazen. Bovenmaatse pet, grote sjaal, bleek gezicht: Jesse Malin ziet er uit als een Dickensiaans weeskind. En in stijl schreeuwt hij het uit: „Honger!”

Maar Malin is geen romanfiguur, hij is een rockster. Eén die het dankzij een hardvochtige manager twee nachten zonder slaap moest doen, en onderweg vanuit New York, acht uur op Heathrow heeft zitten wachten op een vlucht naar Amsterdam.

Zijn gitaar en koffers zijn in Londen kwijtgeraakt. Het radio-optreden waarvoor hij deze avond even in Nederland langswipt, zal niet door kunnen gaan.

Maar dit keer blijkt de man samen te vallen met de muzikant. Zoals Malin op zijn nieuwste, vorige week verschenen cd Glitter in the Gutter een vuist maakt voor optimisme, zo slaat hij zich nu opgewekt door de opeenvolging van tegenslagen. Zijn oplossing? Chinees eten om elf uur ‘s avonds, en een fles Heineken. Hij zegt: „Eindelijk bier”, en neemt een slok.

Jesse Malin (1968, New York) is een van de beter bewaarde geheimen van de Amerikaanse rockscene. Hij was vooralsnog bekend als ‘vriend van’: vriend van enfant terrible Ryan Adams, van de inmiddels overleden Clash-zanger Joe Strummer, van Jacob Dylan, Josh Homme (Queens Of The Stone Age), en last but not least, Bruce Springsteen. Afgezien van Strummer speelden allen mee op Malins nieuwe cd.

Glitter in the Gutter is zo’n plaat waarvan je meteen weet waar hij nodig is: zoals Gwen Stefani in de tienerkamer thuishoort en de meezingers van The Fratelli’s in de kroeg, zo zoekt Jesse Malin de blanke pit onder de ruwe bolster. Zijn rockliedjes zijn de romantische verbeelding van de rock‘n’roll-levensstijl: de passie voor drank, vrouwen en muziek.

Mannenmuziek, kortom. Hij kijkt beledigd. „Er zijn ook altijd veel vrouwen bij mijn optredens, hoor.”

„Maar natuurlijk heeft alle rock‘n’roll een seksuele oorsprong”, zegt hij tussen twee happen gebakken tofu door. „Of het nu seksuele frustratie is, van de soort ‘willen maar niks krijgen’, zoals bij de personages van Elvis Costello; of gefrustreerde homoseksualiteit, zoals bij Little Richard; of gepijnigde drift, zoals bij James Brown.

„Er is goede en slechte testosteron.

De verkeerde soort zie je bij de ‘cookie-monsterbands’, de Limp Bizkit-variant. Zij overdrijven het. Die zwetende mannenstijl lijkt meer op football dan op muziek. Goede testosteronmuziek kan ook hard zijn, maar dan is ze tegelijkertijd grappig, zoals The Ramones, AC/DC of Motorhead. Die hebben de juiste soort humor en zwierigheid.”

Jesse Malin heeft verschillende muzikale genres uitgeprobeerd. Op zijn twaalfde begon hij zijn carrière als zanger van de New Yorkse hardcoreband Heart Attack. In de jaren negentig zat hij in glamrockgroep D-Generation. Toen die uit elkaar viel, werd Malin solo-artiest.

Zijn nieuwe, derde soloplaat klinkt ruig, maar verzorgder dan eerdere cd’s. De rauwrafelige gitaren worden omlijst door een zilveren randje galm, en omgeven door strijkers. Pardon, synthesizers.

„Ik streefde naar de sfeer van de Britse muziek uit de jaren tachtig. Daarom hebben we geen Hammondorgel gebruikt, maar synthetische strijkers van de Moog-synthesizer. Anders werd het weer zo’n typisch jaren zestig, zeventig-geluid. Dit was mijn manier om een wat meer ‘concurrerend’ te werk te gaan.”

Concurrerend? „Ja, concurrerend met al die rommel die je tegenwoordig op de radio hoort, al die bands waar ik niet van hou. Het nieuwe werk is sneller, strakker en bondiger.” Hij kijkt ironisch. „Ik probeer mee te tellen.”

Malin hield drie jaar pauze tussen zijn vorige cd en de nieuwe. „Dus ik had mijn huiswerk goed gedaan. Ik heb zelfs zo grondig aan de demo’s gewerkt dat ik last kreeg van ‘demo-itis’. Dat is een kwaal van muzikanten die zich zo hechten aan hun demo’s dat ze ze blijven draaien. Tot de producer wanhopig uitroept: ‘Als ze zo geweldig zijn, breng dan je demo's uit!’.”

Zijn nieuwe plaat werd optimistisch – tegen de klippen op. Glitter in the Gutter gaat over de manieren waarop mensen het hoofd boven water houden, in tijden van malaise.

„Die hoopvolle toon is nieuw voor me. Het is een reactie op de doemsfeer die de laatste jaren in mijn land hangt. Iedereen is bang. Bang voor aanslagen, ziekte, economische neergang, de platenindustrie die instort. Ik vind: fuck angst, laten we het leven vieren. Niet dat het een feestplaat is geworden. Dit is slechts wat tegengas.”

Zo gaat het nummer Broken Radio over Malins moeder. Ze was een ‘haarborstelzangeres’, zegt hij. Als ze in de auto haar favoriete liedje op de radio hoorde, zong ze mee uit volle borst. „Dankzij die drie minuten kon mijn moeder haar sores overstijgen: haar scheiding, haar suffe baantje. Dat liedje maakte haar dag! Je bent een gezegend mens als de liefde voor kunst je de dagelijkse ellende kan doen vergeten.”

Op Glitter in the Gutter staan allerlei verwijzingen naar media als radio, tv en satelliet. „Ik ben een grootverbruiker van film, tv, boeken, muziek. Ik wil weten wat er speelt. Als ik de deur uit ga heb ik een notitieboekje bij me om de conversaties van mensen om me heen op te krabbelen. Gewoon om te weten hoe mensen praten. Daarom kijk ik ook naar programma’s op tv die ik eigenlijk helemaal niet wil zien. Ik zou natuurlijk ook uitsluitend films van Fassbinder kunnen bekijken en boeken van Salinger lezen. Maar ik wil weten wat er speelt in de cultuur. Daarom kijk ik trouw naar CNN en tv-programma’s als Desperate Housewives bijvoorbeeld. Als schrijver is dat nuttig.”

De huidige internethausse is volgens Malin niet alleen maar gunstig. „Mensen zijn ervan overtuigd dat de technologie ons verder brengt. Inderdaad heeft internet veel voordelen voor muzikanten; het maakt onbekende muziek toegankelijk voor het publiek. Maar er is ook een keerzijde. Ik ben in de rock’n’roll verzeild geraakt als punkrocker, als outsider. Ik koos deze muziek omdat dit het pad is voor de ‘zwarte schapen’. En nu? Iedereen zit op internet en zegt: ‘Hi, wil je mijn vriend zijn? Laten we vrienden worden!’ Dat kleffe MySpace-gedoe haalt het hele mysterie weg.

„Ik wil graag een plaat kopen

in de platenwinkel. Want wie weet kom ik een heel andere plaat tegen, of ik word verliefd, of ik begin een band met iemand. Ik wil niet thuis zitten met mijn computer. Ik ga naar concerten om me in de menigte te storten. Ik wil zweten en risico’s nemen.”

Hij bestelt een extra portie groenten. Zit Malin op een gezondheidstrip? „Ik doe mijn best om onderweg wat fatsoenlijks binnen te krijgen. Als tegenwicht, want ik drink graag en veel. Maar afgezien van wat hasjcake in Amsterdam hou ik me verre van drugs. Ik moet er niet aan denken om iets in mijn neus te stoppen wat door een of andere vent is fijngehakt en vermengd met weet-ik-wat.” Hij kijkt tevreden. „Ik ben niet zo rock’n’roll'. Ik heb zelfs geen tatoeages. Ik wil me aan niets vastleggen voor zo lang. Ik ben ook niet getrouwd.”

Het nummer Broken Radio nam hij op met Bruce Springsteen. Ze kennen elkaar van liveoptredens waar Springsteen spontaan kwam meespelen met een paar van Malins liedjes. „Toen hij hoorde dat ik een cd ging opnemen, bood hij aan om mee te doen. Ik had hem een bandje gestuurd met Broken Radio erop en hoorde vervolgens niets van hem. Tot hij plotseling belde. Ik ben naar New Jersey gegaan, en in zijn huisstudio hebben we het liedje opgenomen.

„Dat is het mooiste aspect van mijn vak. Ik verdien er geen cent mee. Maar het feit dat ik met sommigen van mijn helden kan praten op voet van gelijkheid, van zanger tot zanger, dat maakt alles goed.”

‘Glitter in the Gutter’ is uitgebracht door Bertus. Jesse Malin komt later dit jaar optreden.