‘Een goede foto biedt tegengif voor oorlog’

Al jaren riskeert oorlogsfotograaf James Nachtwey zijn leven om de ellende van anderen vast te leggen. Zijn meest recente werk komt uit Irak. „Als ik me ga uitspreken over mijn foto’s, ondermijnt dat mijn werk.”

James Nachtwey is moe. Heel moe. En dat is begrijpelijk. Want de beroemdste oorlogsfotograaf ter wereld is niet alleen uitgeput door alle ontberingen in conflictgebieden, hij is ook moe van alle vragen die hij telkens krijgt voorgelegd: Buit hij zijn medemens niet uit door ze te fotograferen in al hun ellende? Hoe verwerkt hij al dat leed? Is het niet onethisch om mooie beelden over gruwelijkheden te maken?

Gisteren gaf de Amerikaan, bij de opening van de tentoonstelling James Nachtwey –Testimony in fotomuseum Foam in Amsterdam voor de zoveelste keer antwoord op al die onvermijdelijke vragen. En hij deed het, gehuld in een kraakwit overhemd met een zwart vestje, zoals een ware Nachtwey betaamt: rustig, beschaafd, zijn antwoorden zorgvuldig afwegend en de vragen over zijn privé-leven subtiel ontwijkend.

Wie de ware James Nachtwey (1948) is, weten maar weinigen. In de beroemde documentaire War Photographer uit 2001 zegt CNN-correspondente Christiane Amanpour, die nauw met de fotograaf samenwerkte: „I have no idea what makes him tick.” Maar dat Nachtwey, die keer op keer zijn leven riskeert om het leed van anderen vast te leggen, een held is, valt niet te betwisten. Ondanks de vaak geuite bewering dat hij mensen zou exploiteren doordat hij hun ellende fotografeert.

„Een misverstand”, zegt hij zelf, enkele uren voor aanvang van de opening. „Ik snap die aantijgingen niet. Hoezo exploiteren? Oorlogsfotografen geven aan ingewikkelde politieke en sociale kwesties een menselijk gezicht zodat mensen de ellende van anderen kunnen zien en er iets aan kunnen doen.”

Een van de redenen om mee te werken aan de documentaire War Photographer was om het imago van de oorlogsfotograaf te verbeteren. „Christian Frei, de regisseur, heeft me echt moeten overhalen. Mijn leven lang heb ik geprobeerd om onzichtbaar te zijn. Nu stond ik ineens in het middelpunt van de belangstelling. Dat vond ik moeilijk.”

In de documentaire wordt de fotograaf op de voet gevolgd terwijl hij zich in verschillende brandhaarden begeeft. De beelden van een werkende Nachtwey worden afgewisseld met opnames afkomstig van een klein cameraatje dat boven op zijn fototoestel is gemonteerd. Daardoor kijkt de toeschouwer met Nachtwey mee wanneer hij als een bezetene afdrukt op het moment dat Palestijnse jongeren stenen gooien of een vrouw uit Kosovo in tranen uitbarst als haar zoon in een kist wordt thuisgebracht. „Ik wilde het verhaal dat achter de foto’s schuilt laten zien. Het is belangrijk dat mensen begrijpen wat de motivaties van een oorlogsfotograaf zijn.”

Nachtwey beschouwt zichzelf als iemand die pleit voor vrede. Met zijn foto’s biedt hij „het tegengif voor de oorlog”. Wel vindt hij het belangrijk hoe een fotograaf zich in zo’n oorlogssituatie gedraagt. „Je moet door de ander worden geaccepteerd. Je kan iemands verdriet niet van dichtbij fotograferen tenzij ze snappen wat je doet.” De mensen die hij fotografeert begrijpen heel goed wat hij doet. „Ze zien iemand die risico’s neemt om hun leven vast te leggen. Door mij toe te staan kunnen ze hun verhaal vertellen en een beroep op de rest van de wereld doen. Ik geef mensen een stem.” Het feit dat mensen bereid zijn om hun leed met de wereld te delen betekent volgens Nachtwey dat zij ergens nog hoop koesteren. „En dat geeft mij de moed om door te gaan.”

Als student raakte Nachtwey, die politicologie en kunstgeschiedenis studeerde aan Dartmount College in New Hampshire, geïnspireerd door foto’s van de oorlog in Vietnam en de burgerrechtenbeweging. Het was de aanleiding om fotograaf te worden. „Ik begreep wat de kracht van een foto kon zijn. De beelden uit Vietnam deden ons vragen stellen over leiderschap. Ons werd door politici en de militaire leiding van alles verteld, maar de foto’s vertelden een heel ander verhaal.”

Nu is Nachtwey zelf degene die met zijn beelden over de oorlog in Irak de kijker prikkelt. Wie de eerste zaal van de expositie binnenwandelt wordt geconfronteerd met een muur vol zwart-witfoto’s uit 2006 van gewonde Amerikaanse en Iraakse burgers en soldaten zonder ledematen of met half weggeschoten gezichten. Ze krijgen eerste hulp in de Amerikaanse veldhospitalen in Irak. In de afgelopen jaren maakte Nachtwey een uitgebreide serie, getiteld Military Hospitals, waarbij hij het leven van Amerikaanse soldaten volgde vanaf het moment dat ze gewond worden binnengedragen tot aan het revalidatiecentrum in hun eigen land. De aanblik van zijn meest recente foto’s, die zonder omlijsting naast elkaar hangen, is schokkend. „Ik heb het als één groot beeld gepresenteerd om te benadrukken hoe groot de chaos in zo’n hospitaal is. Zo’n medisch team staat continue onder hoogspanning, elk moment kan het misgaan.”

Dinsdag stemde een meerderheid in de Amerikaanse Senaat voor het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak eind maart 2008. Is Nachtwey blij met deze ontwikkeling? De fotograaf lacht kort en schudt bedachtzaam met zijn hoofd. Hij zwijgt lange tijd. En dan: „Als ik me ga uitspreken over wat je op mijn foto’s ziet, ondermijnt dat mijn werk. Mijn foto’s roepen vragen op. En dat is wat ze moeten doen.”

‘James Nachtwey – Testimony’ is te zien tot 20 juni in Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam. Tel. 020-5516500. Inl.: www.foam.nl