Een brutaal pretsmoel

Ko van Dijk heeft de reputatie een bombastische, melodramatische acteur te zijn geweest. Maar uit een aan hem gewijde dvd-box is te zien dat hij in de eerste plaats een briljant acteur was die alles kon.

Twee vermoeide voeten – sjok, sjok, gaan ze. Meer zien we niet, en toch weten we meteen dat dit de voeten zijn van een man die aan het eind van zijn krachten is. Langzaam zet hij een paar stappen, weg van de camera, en dan zien we ook de twee koffers die hij torst, de verfomfaaide koffers van een handelsreiziger die thuiskomt zoals hij al zijn leven lang is thuisgekomen, na een lange tocht langs de vaste adressen waar hij vroeger altijd zo vlot zaken had gedaan. Er is echter één groot verschil met al die vorige keren. Voor het eerst ontbreekt hem de energie om nog langer de joviale succesfiguur uit te hangen. „Het ging niet”, stamelt hij tegen zijn vrouw, verbaasd om zijn eigen woorden. „Het ging gewoon niet.”

Toen de AVRO in 1967 een tv-registratie maakte van Dood van een handelsreiziger, was Ko van Dijk een energieke acteur van 51. Maar in die hoofdrol wist hij al zijn vitaliteit weg te spelen en werd Willy Loman, een man die minstens tien jaar ouder was en de ontluistering niet langer kon onderdrukken. Soms, in de flashbacks met zijn twee zonen, kon hij nog even de notoire praatjesmaker van weleer laten zien, met zijn onverzettelijk optimistische geloof in de American dream. Dan welde die bronzen toneelspelersstem diep uit zijn buik op, vervuld van vreugde om de grootse visioenen van een topverkoper. Tot hij weer terugviel in de wanhopige onzekerheid van de mislukkeling die Loman blijkt te zijn geworden. Afgedankt, versleten en steeds minder in staat zichzelf moed in te spreken.

Dood van een handelsreiziger, in de versie van het toenmalige Nieuw Rotterdams Toneel, is een van de hoogtepunten in de tiendelige dvd-box Ko van Dijk, een hommage. Er staat in totaal 35 uur televisie op, inclusief een bewonderende documentaire die zondagavond tevens te zien is in AVRO’s Close Up. Het project is het gevolg van de 65ste verjaardag van theaterproducent Joop van den Ende. Zijn omgeving meende hem geen beter cadeau te kunnen geven dan deze box over de acteur die ’s mans eerste grote theateridool was.

Ko van Dijk (1916-1978) heeft

na zijn dood een reputatie gekregen die vooral gebaseerd is op het feit dat zijn werk zelden of nooit meer te zien is. Zijn naam is synoniem geworden voor bombast, voor melodramatisch misbaar, voor een loze acteerstijl die voorgoed is weggevaagd – en maar goed ook, luidt dan de conclusie. Al in de jaren negentig werd ergens een jonge acteur geciteerd, die tijdens een repetitie door de regisseur werd gemaand iets meer expressie ten beste te geven. „Ja zeg, ik ga daar een beetje staan kovandijken”, had de jongeman gezegd. En in een toneelrecensie stond in diezelfde tijd te lezen dat er gelukkig nergens meer wordt geacteerd „op die ouderwetse, galmende, Ko van Dijk-achtige manier”.

De acteur die bij zijn dood in deze krant werd omschreven als „een magisch en onontkoombaar toneeltalent”, was dus ouderwets en galmend geworden. Er was nauwelijks meer dan vijftien jaar voor nodig geweest om zijn roem te laten verschrompelen.

Maar kijk nu, op deze box, naar Mooi weer vandaag van David Storey, in 1971 bij de Haagse Comedie gespeeld door Ko van Dijk en Paul Steenbergen. Twee heertjes van Haagse snit, secuur en gedistingeerd, die tevreden in het zonnetje zitten en met elkaar converseren. Ze doezelen maar wat en zeggen niet veel meer dan dat het vandaag „niet te warm, niet te koud” is. Hooguit zou het hoedje van Ko van Dijk iets kunnen verraden: het is eigenlijk net iets te klein voor zijn grote hoofd, maar lachwekkend is het niet. Hij draagt het met waardigheid. Pas na een minuut of twintig – de kijker begint zich af te vragen wat deze uitwisseling van gemeenplaatsen te beduiden heeft – komt het ijselijke moment waarop Van Dijk onverhoeds aan Steenbergen vraagt: „Hoe lang ben jij hier dan al?” Er staan tranen in zijn ogen. Opeens is er, heel even, geen maskerade meer. Deze mannen zitten in een kliniek. De conversatie is hun façade; de enige manier waarop ze hun bestaan draaglijk kunnen houden, is te doen alsof ze hier volledig uit vrije wil van de buitenlucht genieten.

De twee acteurs, de grootste van hun tijd, spelen op de vierkante millimeter. Subtieler kan niet. Ze zijn ijl, bijna ontstegen aan hun omgeving, ware het niet dat die omgeving telkens weer nadrukkelijk van zich laat horen. „Van een werkelijk contact komt eigenlijk weinig meer terecht”, zegt Ko van Dijk op weemoedige toon. Iedere andere acteur zou het daar wellicht bij hebben gelaten. Maar hij stoot na die tekst nog even een kort, vreugdeloos lachje uit, onderwijl zijn tranen verbijtend. Toneelrecensenten zijn gauw geneigd het woord ontroerend te gebruiken. Voor dit moment bestaat geen ander woord.

Toch moet het werkwoord

kovandijken ergens vandaan zijn gekomen. Misschien van de machtige boer Bonte, die hij tot kort voor zijn dood speelde in de tv-serie Dagboek van een herdershond (niet in de box, want al eerder op dvd uitgebracht). Af en toe wordt op de televisie nog wel eens een scènetje met die boer herhaald – en daar is dan de Ko van Dijk van het grote gebaar, het pathos, het kolossale orgel dat alle registers opentrok. Als een regisseur dat van hem verlangde, was hij maar al te graag bereid daaraan tegemoet te komen. Zoals hij ook ooit, toen hij op een grammofoonplaatje een verhaaltje van Carmiggelt voorlas, liet horen hoe een hond om aandacht jengelde, alsof het dier wilde zeggen: „Lawe nou lól gaan maken!” Hij sprak die woorden zo gulzig en vergenoegd grommend dat ze zich makkelijk laten verstaan als zijn eigen motto: natuurlijk kon op het toneel waarachtige kunst ontstaan, maar het was óók lol maken. Hartstochtelijk, intens lol maken.

Het ligt voor de hand de gretige, razendsnel schakelende komediant vooral te herkennen in de komedies die in de box zijn opgenomen, zoals De man, de vrouw, de moord, Oscar en Liefde half om half. Maar nog bezienswaardiger is hij in Shakespeare’s Een midzomernachtsdroom, anno 1963 bij de Nederlandse Comedie, als Spoel de wever, die met een brutaal pretsmoel plannen maakt voor de toneeluitvoering die koning Oberon van hem en zijn vrienden verwacht. En daarna, als hij door een betovering een ezelskop draagt die zijn gezicht geheel verbergt. Hij heeft geen expressie meer over, lijkt het. Tot hij, met zijn handen in zijn zakken, zijn broek omhoog trekt. Meer niet, maar het zegt alles.

Ko van Dijk, een hommage. Tiendelige dvd-box. €36,95.Close Up, zon 1/4, Ned.2, 18.55-19.55u.