Arabische weg voor Israël onbegaanbaar

De Arabische top herbevestigde gisteren in de Saoedische hoofdstad Riad zijn vredesaanbod aan Israël van 2002. Maar de Israëlische premier Olmert blokkeerde meteen de weg naar echte onderhandelingen.

Verpakt in lof over „het opmerkelijke leiderschap” van de Saoedische koning Abdullah heeft de Israëlische premier Olmert de weg naar echte onderhandelingen over het Arabische vredesinitiatief meteen geblokkeerd. Nog voor de ditmaal eensgezinde Arabische top in Riad dat plan – Israëls terugtrekking uit alle bezette Arabische gebieden, een Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad en een oplossing voor de Palestijnse vluchtelingen op basis van VN-resolutie 194 in ruil voor vrede – had herbevestigd, trok Olmert, gesteund door de VS en Europa, krachtig de handrem aan.

„Absoluut niet”, was zijn antwoord op de vraag of hij bereid is te onderhandelen over de deling van Jeruzalem en over het in resolutie 194 vastgelegde recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen die in de oorlog van 1948 zijn gevlucht. Was de toenmalige Israëlische premier Barak in 2000 nog bereid dat voor Palestijnen en de Arabische top heilige ‘recht op terugkeer’ te erkennen, voor Olmert is dat een onbegaanbare weg. „Dit is een morele kwestie van de hoogste orde”, zei hij gisteren. „Ik denk niet dat wij ooit verantwoordelijkheid voor het ontstaan van het vluchtelingenprobleem zullen nemen.”

Hij weet zich gesteund door de VS en de EU die de Arabische top hadden opgeroepen het vijf jaar oude vredesplan op essentiële onderdelen af te zwakken. Maar dat was voor de Arabieren een onbegaanbare weg. Ná principe-acceptatie kan worden onderhandeld, maar geen voorwaarden vooraf, was de consensus in Riad. „We hopen dat de Israëliërs hebben geleerd dat de weg om vrede te krijgen is vrede te sluiten, niet te dicteren wat jij wilt”, zei een hoge functionaris van het Saoedische ministerie van Buitenlandse Zaken.

Voor de bijna vier miljoen Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en Israël en de vier miljoen Palestijnen in de omringende buurlanden is de erkenning van het recht op terugkeer een ononderhandelbare eis. Natuurlijk kan een deel van het probleem financieel worden geregeld, werd in Riad erkend, maar geld is niet genoeg. Dat grote aantallen Palestijnen niet willen terugkeren, doet aan de eis van historische en psychologische genoegdoening niets af.

Olmert volgt de lijn van generaties Israëlische politici en historici. Voor Israël was de strijd in 1948 een „oorlog voor onafhankelijkheid” en geen koloniale veroveringstocht. Het recht op terugkeer erkennen zou inhouden dat verantwoordelijkheid wordt aanvaard voor wat joodse historici als Benny Morris, Ilan Pappe en Avi Shlaim „de etnische zuivering van Palestina” noemen.

Andere bij voorbaat onbespreekbare punten in het Arabische vredesinitiatief zijn voor Israël het ontruimen van de Westelijke Jordaanoever en het delen van Jeruzalem met de regering van de staat Palestina. Volledige terugtrekking van alle 400.000 kolonisten is ondenkbaar voor Israël. Daar komt bij dat de impopulaire Olmert niet beschouwd wordt als een premier die zelfs de kleinste nederzetting ontruimd kan krijgen.

Olmert signaleerde gisteren „een revolutionaire verandering” in de Arabische opstelling tegen Israël, namelijk dat zij „zich beginnen te realiseren dat Israël niet het grootste van al hun problemen is”. Maar in Riad waren de afgelopen dagen geen bewijzen van die stelling te vinden. „Israël is de grootste bedreiging voor iedereen in de regio”, verwoordde de Saoedische functionaris de Arabische gevoelens. „Het probleem van de Israëlische bezetting van Palestijns en Syrisch land is niet verminderd, maar het is juist vergroot doordat de de Arabische massamedia de Israëlische wreedheden rechtstreeks aan de Arabische burgers overbrengen. Dit raakt ons veel meer dan veel mensen denken”, zei hij.

De Palestijnen waren opgetogen over de eensgezindheid waarmee de Arabische wereld opkomt voor hun belangen. Het was ook voor het eerst dat leiders van de fundamentalistische regeringspartij Hamas op een Arabische top met alle egards werden ontvangen. Hamas onderhoudt warme banden met het Saoedische koningshuis, maar het werd op grote afstand gehouden door Jordanië en Egypte. Hamaspremier Haniyeh, leider van de in Mekka gesmede regering van nationale unie met Fatah, zat nu met de koning en de president aan tafel en gebruikte de top om de talrijke geldschieters te bedanken.

In Riad werd de opmars van Hamas als het ware formeel bevestigd. In ruil daarvoor mocht Haniyeh zijn bedenkingen tegen het vredesplan niet met een tegenstem tot uiting brengen. Het voormalige hoofd van de Israëlische Mossad Efraim Levy trok daaruit een conclusie die diametraal op die van Olmert stond. Niet alleen moet het Arabische initiatief serieus en open worden besproken door Israël, Jeruzalem moet de blokkades op contacten met Hamas direct opheffen „en rechtstreeks met de vijand” gaan praten. In Riad werd de afgedwongen medewerking van Hamas gepresenteerd als nieuw stapje richting erkenning van Israël. Ook volgens Levy is het een signaal dat er met Hamas wel degelijk valt te onderhandelen over langdurige vrede. „Het water testen is beter dan onze jongens opnieuw naar de loopgraven en tunnels van de Gazastrook sturen”, adviseerde Levy.