Zou je een baby doden?

‘Emotieloze’ mensen kiezen in fictieve situaties vaker voor het algemeen belang.

Al vervult die beslissing normale mensen met afschuw.

Het is oorlog, en je zit ondergedoken in een kelder. Vijandelijke soldaten doorzoeken alle huizen met de opdracht iedereen te doden. Je hoort ze dichterbij komen. Dan begint je pasgeboren baby te huilen. Je smoort het gegil met je hand. Om jezelf en je medevluchtelingen van de dood te redden, moet je je baby zo lang smoren dat hij stikt. Doe je dat?

De meeste mensen zouden het niet doen, of er lang over twijfelen. Terwijl het rationeel gezien beter is dat je vele mensenlevens redt ten koste van eentje. Maar naast ratio spelen emoties een belangrijke rol bij het nemen van morele beslissingen. Dat lieten de Amerikaanse hersenonderzoeker Antonio Damasio en zijn collega’s recentelijk zien in het vakblad Nature (online). Mensen die door een hersendefect weinig emoties voelden, namen hardere beslissingen, zo stelden ze vast.

Aan het onderzoek deden dertig mannen en vrouwen mee. Zes van hen hadden een hersendefect aan de onderkant van hun voorhoofdskwab. Dat gebied, de ventromediale prefrontale hersenschors, is belangrijk bij het beleven van emoties. Vooral sociale emoties, zoals schaamte, medeleven, of schuldgevoel, voelden deze mensen nauwelijks. De andere deelnemers hadden een hersendefect in een hersengebied dat niet met emotie te maken had, of geen defect.

De onderzoekers legden de deelnemers fictieve situaties voor. Sommige plaatsten hen voor een persoonlijk moreel dilemma (‘Zou je iemand die toevallig naast je staat van een brug duwen om een trein te stoppen die anders vijf mensen zal overrijden?’), andere voor een onpersoonlijk moreel dilemma (‘Zou je een wissel omzetten om een voortdenderende trein niet vijf, maar slechts een persoon te laten overrijden?’).

Bij dilemma’s waar gevoel en verstand sterk conflicteren, namen de ‘emotieloze’ mensen vaker dan de anderen een beslissing die goed was voor het algemeen belang, al hield die beslissing in dat ze iets goedkeurden dat normale mensen met afschuw vervult.

Toch was de moraal niet helemaal verdwenen bij die patiënten. Wanneer de gevoelsmatige beslissing niet sterk conflicteerde met de logische, kwamen hun antwoorden overeen met die van de andere deelnemers (Bijvoorbeeld bij: ‘Zou je als ongewenst zwangere van vijftien na de geboorte je baby in een vuilnisvat dumpen om overal van af te zijn?’). Ook bij de niet-morele en de onpersoonlijke scenario’s waren deelnemers het met elkaar eens in hun beslissingen.