Woedend op een auto

Hoe is het om de dobermann onder de auto’s achteloos op de stoep te manoeuvreren in een straat waar je niet mag parkeren? Dat vraag ik me af. Ik zie het twee straatgenoten – mannen – regelmatig doen, ogenschijnlijk met groot genoegen.

De praktijk valt tegen. Ik heb me psychologisch toch goed voorbereid. Ik heb de folder van de fabrikant gelezen. „Volg je gevoel”, was het dwingende advies. „U wilt een wagen die een statement maakt. Stoer genoeg voor enkeldiepe modder, stijlvol genoeg voor kamerbreed tapijt. Een urban rebel.”

Deze tank maakt een burgerman tot stadsrebel. Dat is de belofte. Zoevend over asfalt kan hij zich avonturier in de savannen wanen. De brug die hij oprijdt, zou een ruige helling kunnen zijn. Een plas is een snelstromende rivier die hij met grote vaart moet nemen om niet door het water meegesleurd te worden. Pech voor die fietser. Een stadsrebel blikt niet achterom.

Eerst begrijp ik niet waarom al die voetgangers en fietsers zo boos naar me kijken. Zojuist was ik nog een van hen. Sommigen laten de middelvinger zien. Anderen schreeuwen. Terwijl ik geen aanleiding geef. Ik sukkel door de straten. Ik stop bij elk zebrapad. Ik snijd geen fietsers. Ik rijd zoals een stadsrebel onwaardig is.

Maar het maakt niet uit wat ik doe. De woede geldt de auto. Een auto die te veel plaats inneemt, een te grote schaduw werpt. Ik kan nog zoveel afstand houden tot de fietser voor me, hij kijkt altijd bang of nijdig om. Dat gevaarte achter hem intimideert. De bestuurder van die kolos kijkt op hem neer. Hij hoeft het gaspedaal maar even in te drukken.

Sport utility vehicles (SUV) en crossovers, zoals de gemotoriseerde bullebakken in het jargon heten, vormen een bedreiging voor mensen op twee benen of twee wielen. Daarom wekken ze agressie op.

Auto’s als de Opel Antara, de Land Rover Freelander, de Toyota RAV4, de Hyundai Sante Fe en de Volkswagen Touareg zijn ook veel te groot voor de stad. Ze verstoppen de centra. Ze benemen het zicht.

Dat verklaart waarom ze zo mateloos populair zijn. Hun marktaandeel in Europa is sinds 1998 tot 6 procent verdubbeld. Ze passen in een tijd waarin iedereen die het breed heeft, zich groot maakt. Dit is de tijd van de dikkerds, mensen met twee honden, moeders met stoepbrede terreinbuggy’s, fietsers met uitpuilende fietstassen, bejaarden met boodschappenkarren. Je bent zo groot als de ruimte die je inneemt ten koste van anderen.

Al deze nadelen van de Opel Antara gelden alleen voor buitenstaanders, niet voor inzittenden. Voor bestuurder en passagiers is deze auto het paradijs op wielen. Buitenstaanders mogen zich bedreigd voelen door deze tweetonner, binnen waan ik me onkwetsbaar. Ik kom in de verleiding hier en daar een duwtje uit te delen. Wat kan me gebeuren?

Deze auto vertroetelt me als de liefste vader. Hij doet mijn lichten aan als het weer betrekt. Bij de eerste druppels wist hij de ruiten. Hij verwarmt mijn stoel zodat ik bijna in een sluimer schuif. Maar als ik bij het parkeren te dicht bij een paaltje kom, piept zijn alarm me klaarwakker.

In deze vorstelijke auto zou ik met mijn gezin wel elke zondag over ’s heren wegen willen zoeven, luisterend naar Langs de Lijn uit zeven luidsprekers. Een ideale auto voor de meest verwende egoïst.

Mijn jongste zoon wijst me op een andere verdienste van de Opel Antara die in geen folder vermeld staat: „Papa, dit is de eerste auto waarin ik niet heb overgegeven.”

Dick Wittenberg

Dick Wittenberg is redacteur van NRC Handelsblad en huurt af en toe een auto van Greenwheels, een Peugeot 205.