Terugkeer naar een Vlaamse volksbuurt

De roman ‘De Pruimelaarstraat’ van de Vlaming Louis van Dievel kwam op de shortlist voor de Librisprijs terecht. „In dit boek reconstrueer ik mijn jeugd tussen ‘mensen met een hoek eraf’ zoals wij dat in Vlaanderen noemen.

De Vlaamse journalist en Schrijver Louis van Dievel (54) is het onbetwiste buitenbeentje op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Weinig mensen in Nederland zullen ooit van hem gehoord hebben. Zelf is hij er ook beduusd van: „Ik had toch zeker verwacht dat Dimitri Verhulst met een van zijn boeken genomineerd zou worden”, zegt hij in een Antwerps café.

In Vlaanderen geniet laatbloeier Van Dievel – pas in 2000 begon hij zijn gewelddadige, donkere misdaadromans te schrijven – meer bekendheid, omdat hij de vaste stem van het VRT-radiojournaal was en nieuwslezer bij de tv-zender VTM. Van Dievel heeft altijd willen schrijven, vertelt hij, maar kreeg de romans pas uit zijn vingers nadat hij een jarenlange drankverslaving had overwonnen.

De genomineerde roman De Pruimelaarstraat is de meest literaire in zijn bescheiden oeuvre. De voorgaande drie boeken staan vol expliciete seks- en geweldsscènes en werden als thrillers bestempeld, hoewel de auteur zelf de genre-aanduiding roman noir verkiest. Ook De Pruimelaarstraat heeft een thrillerelement: de serie lustmoorden die de bewoners van het kleine dorp Bonheiden in de jaren zeventig opschrikte.

Maar die gebeurtenissen vormen slechts het decor voor een roman over een twintigtal markante, soms wat achterlijke bewoners van deze volkswijk in de buurt van Mechelen. De kleinzerige kapelaan Peeters, de onhandige doker Van Camp, de botte metselaar Jean: met merkbaar schrijversplezier weet Van Dievel hun levens in evenzovele innerlijke monologen te vatten. Zo laat hij zien hoe hun wereld door de psychologische naschokken van de moorpartij uit elkaar dreigt te vallen.

„Uiteindelijk heb ik met dit boek mijn jeugd gereconstrueerd”, zegt de schrijver. Hij groeide zelf op in een zijstraat van de Pruimelaarstraat, op een steenworp afstand van de latere seriemoordenaar Staf van Eycken. „In mijn buurt woonden mensen met een hoek eraf, zoals wij dat in Vlaanderen zeggen. Ex-bajesklanten en godsdienstwaanzinnigen waren mijn buren. Toen ik jong was schaamde ik mij voor mijn eenvoudige afkomst, nu ben ik er trots op. Wel vond ik het vreemd om te zien dat toen ik in Bonheiden terug kwam, er zo weinig veranderd bleek. De cafés zijn nog precies hetzelfde. ”

Van Dievel ging na zijn middelbare school Italiaans en Engels studeren in Antwerpen. „Zo heb ik me losgerukt uit de Vlaamse klei. Om in mijn boek de taal juist te krijgen moest ik in mijn oude buurt in de kroeg gaan zitten. Ik was het dialect verleerd namelijk. ”

Staf van Eycken, alias de ‘vampier van Muizen’, herinnert hij zich als een „hele bange, stille jongen.” Van Dievel: „Ik heb hem per brief een paar vragen gesteld en met Kerstmis een kaartje gestuurd. Meer contact liet hij niet toe. Hij is ongeveer de langstzittende gevangene van België. Op zijn veertiende ging hij een verbeteringsgesticht in, daarna anderhalf jaar in het leger. Minder dan twee jaar was hij op vrije voeten. Toen hij 23 was, werd hij weer opgesloten.”

Feit en fictie zijn in De Pruimelaarstraat innig met elkaar verstrengeld. Hoezeer, werd duidelijk toen bij de verschijning nabestaanden van een van de slachtoffers Van Dievel van lijkenpikkerij beschuldigden. „Ik begreep ze wel”, zegt Van Dievel. „Ik had graag met die mensen willen praten, want het boek gaat niet over hun zus. In sommige personages zitten wel sporen van echt bestaande mensen, waarover ik verhalen heb gehoord. Maar veel heb ik aangevuld met mijn eigen fantasie.”

Louis van Dievel: De Pruimelaarstraat. Uitgeverij Houtekiet, 375 blz., 17,50 euro