‘Participatietop’ mag niet mislukken van kabinet

De voorbereidingen voor de ‘participatietop’ die het kabinet organiseert, verlopen moeizaam. De werkgevers willen daar het ontslagrecht bespreken, de vakbeweging liever niet.

Dat de ‘participatietop’ er komt staat vast. Maar wanneer? „Mijn balboekje is nog leeg. Ik heb nog geen uitnodiging gekregen”, zegt Agnes Jongerius, voorzitter van de vakcentrale FNV.

Het kabinet kondigde in het regeerakkoord aan nog vóór de zomer een bijeenkomst te organiseren met werkgevers en werknemers om af te spreken hoe meer mensen deze kabinetsperiode hun weg naar de arbeidsmarkt moeten vinden. Maar bijna twee maanden later is er nog geen datum bekend en een agenda is er al evenmin. Dat terwijl alle ogen op de top zijn gericht, omdat in het regeerakkoord weinig concrete plannen staan om de arbeidsparticipatie te verhogen, terwijl de aantrekkende economie daar wel om vraagt. In de Tweede Kamer begon vorige week gemor hierover. De sociale partners lieten hun onrust over het gemis aan actie deze week blijken.

Minister Donner (Sociale Zaken, CDA), die gastheer zal zijn, wil tot nu toe maar weinig kwijt over de voorbereidingen. Duidelijk is wel dat de top veel weg zal hebben van het traditionele voor- en najaarsoverleg van het kabinet met de sociale partners. Daarop worden traditioneel afspraken gemaakt over zaken als de loonontwikkeling. De top wordt ook voorbereid door dezelfde ‘regiegroep’ onder leiding van een topambtenaar van Sociale Zaken.

Op aandringen van de oppositie stuurde Donner afgelopen dinsdag een brief naar de Kamer over de inzet van het kabinet. Maar daarin stond niet veel meer dan in het regeerakkoord. Volgens Donner moet de bijeenkomst met werkgeversorganisaties en vakcentrales vooral gaan over de „verschuiving van baan- naar werkzekerheid”. „Het gaat hier om arbeidsmarktbeleid, scholing en opleidingen, WW en flexibilisering”, schrijft Donner, „en de betekenis van het ontslagrecht daarvoor.” Een tweede ‘aandachtsgebied’ is „de bemiddeling van moeilijk bemiddelbare groepen naar de arbeidsmarkt, dan wel naar andere maatschappelijk nuttige taken”.

„Vooral de formulering over het ontslagrecht is listig”, zegt FNV-voorzitter Jongerius. De vakcentrales zijn zich ervan bewust dat het kabinet het ontslagrecht wél op de agenda wil zetten. Net als de werkgevers. Ook al is daar al ruim anderhalf jaar over gepraat, zonder uitkomst.

FNV, CNV en MHP vinden dat de onderhandelingen vooral moeten gaan over groepen werknemers die nu ‘langs de kant’ staan op de arbeidsmarkt, en die zonder hulp niet aan de slag komen, ook al trekt de economie aan en groeit het aantal vacatures met de dag. Hierover moeten volgens de vakcentrales „kwantitatieve afspraken” met de werkgevers worden gemaakt.

In een middellangetermijnadvies waar de sociale partners vorig jaar een bijdrage aan leverden in de Sociaal-Economische Raad, is al afgesproken dat de arbeidsdeelname de komende jaren fors omhoog moet. Nu werkt 72 procent van de beroepsbevolking, in 2025 moet dat 80 procent zijn. „Dat betekent 500.000 banen erbij”, rekent MHP-voorzitter Ad Verhoeven voor. Een flinke slag kan gemaakt worden als alle deeltijdwerkers (vooral vrouwen) wat meer uren gaan maken. „Dat levert een extra aanbod van zo’n 300.000 volledige banen op”, zegt FNV-voorzitter Jongerius. Om vrouwen te ‘verleiden’ meer te gaan werken, moeten kinderopvang en verlofregelingen verbeteren.

Andere zaken waarover de vakbeweging graag wil praten, zijn banen met toekomstperspectief voor jongeren, scholingsrechten voor alle werknemers, gesubsidieerde banen, het aan het werk houden van oudere werknemers, het bestrijden van discriminatie van ouderen en allochtonen bij sollicitaties en een betere begeleiding van zieke werknemers bij het zoeken van alternatief werk.

De werkgeversorganisaties staan welwillend tegenover het ‘zevenpuntenplan’ van de vakbeweging, maar vinden het wel „weinig ambitieus” (MKB-Nederland). Zij willen op de top ook nog andere zaken bespreken: een gematigde loonontwikkeling, lagere sociale premies en het hanteerbaar houden van verlofregelingen. En, niet te vergeten, versoepeling van het ontslagrecht.

Betekent dit nu dat de participatietop op voorhand gedoemd is te mislukken of misschien zelfs helemaal niet zal plaatsvinden? „Welnee”, zei CNV-voorzitter René Paas. „Er zijn bij deze top gewoon drie partijen betrokken die elk proberen invloed uit te oefenen op de agenda. Wij doen dat ook.”

Of het ontslagrecht nou wel of niet op de agenda komt, de participatietop gaat in elk geval door, verwachten ook de werkgevers. MKB-Nederland „ziet genoeg ruimte voor overleg” en kijkt „met vertrouwen” uit naar de ontmoeting. Die wordt volgens VNO-NCW wel „een stuk minder interessant” als er niet valt te praten over het ontslagrecht.

Dat het zo lang duurt voor er een datum en een agenda vastliggen, komt volgens Jongerius „omdat het kabinet zich er heel erg van bewust is dat deze participatietop móét slagen. Sociale Zaken wacht liever tot zeker is dat de sociale partners er samen wel uit komen.” Zij vat haar hoop samen in een leus: „We can work it out!”