Orgie van vertrouwen

Vandaag komt het boek Dit was Veronica uit van Auke Kok.

Daarin beschrijft hij hoe de Nederlandse popmuziek bij de tijd werd gebracht door een eenvoudige radiozender.

Beter goed gejat dan slecht bedacht: als dat motto voor iemand opging, dan wel voor de mensen van Radio Veronica. Ze jatten als de raven. Jingles en tunes, de Top 40, T-shirts als promotiemiddel, horizontale programmering: de methoden waarmee Nederland tussen 1960 en 1974 aan het swingen werd gebracht, kwamen uit Amerika. Soms uit Engeland, maar dan hadden de Britse piratenzenders ze van Amerikaanse Top Fourty-stations overgenomen, wat dus op hetzelfde neerkwam. Populaire muziek is één groot roversnest, en dat geeft ook allemaal niks, zolang het maar lekker klinkt. En dat deed Veronica, volgens erg veel Nederlanders.

Kennelijk snakte het qua rock-’n- roll achterlijke landje aan de zee in de jaren zestig naar een radio met (meer) tempo, met jeugdige en ontspannen types. Vergelijk de toestand van Nederlandse popmuziek in 1960 met die in 1970 en je begrijpt dat zich in de tussenliggende jaren een revolutie heeft voltrokken. Tot de start van Veronica klonk er nauwelijks rock-’n-roll in de Nederlandse ether. Elvis Presley was naar de mening van de verzuilde omroepen te vulgair om de opgroeiende jeugd aan bloot te stellen. Wie Elvis wilde horen in de jaren vijftig, was grotendeels aangewezen op bioscoopfilms. Willem van Kooten ging in de jaren vijftig naar de bokstent op de kermis in zijn woonplaats Hilversum: daar kon hij ‘Rock around the clock’ horen, het toch onschuldige rocknummer van Bill Haley. Onder zijn pseudoniem Joost den Draaijer beijverde Van Kooten, de peetvader van de Nederlandse dj’s, zich namens Veronica voor meer tienermuziek, zoals pop toen nog heette.

In 1960 duurde het dermate lang voordat een Amerikaanse plaat hier uitkwam, dat een Nederlandse artiest snel een hit kon scoren met een eigen versie. En kijk, in 1970 stond ‘Venus’ van het Haagse bandje Shocking Blue op de eerste plaats in het land waar de rockmuziek was uitgevonden. Ook George Baker Selection, Tea-Set en Golden Earring scoorden hoge noteringen in de Billboard Hot 100, als gevolg van de orgie van zelfvertrouwen die hier mede dankzij Radio Veronica was ontstaan.

In het kort was dat als volgt gegaan. Dj’s van Veronica spelden Amerikaanse poptijdschriften, ze imiteerden Engelse en Amerikaanse collega’s, en met die kennis oefenden zij druk uit op de platenbranche. Op alle mogelijke manieren – via pursers van de KLM bijvoorbeeld – legden ze de hand op nieuwe uitgaven uit Amerika, om die nieuwe platen zo snel mogelijk te kunnen draaien. Luisteraars holden naar de platenwinkel (gaaf! de nieuwe Sonny & Cher!), om nee te horen, platenwinkels belden met de distributeurs of deze eens wilde opschieten met de levering, distributeurs namen contact op met de fabrikant: een kettingreactie om de vaart erin te krijgen. Dj’s als Rob Out deinsden er niet voor terug Nederlandse platenmaatschappijen tijdens uitzendingen onderuit de zak te geven, om vervolgens na enig gemopper een import-plaat te draaien. Veronica wilde Europese primeurs, en kreeg ze.

Met zoveel woorden wierp de piratenzender zich op als hoeder van het ‘vaderlands product’. Nederlandse artiesten kregen al snel airplay, een gezellig babbeltje in de studio, er werden vruchtbare banden aangeknoopt met de platenindustrie. Bij publieke omroepen ging alles formeel, dus langzaam toe, en contacten met de platenbranche waren verboden. Vanwege de betrouwbaarheid van de Veronica Top 40 als overzicht van de best verkochte platen van dat moment wilden platenmaatschappijen hun primeurs maar wat graag aan Veronica geven, uiteraard in de hoop dat dit extra aandacht zou opleveren. Veronica promootte en kanaliseerde – al was er hooguit sprake van invloed, nooit van macht – en zo vormde de zeezender een belangrijk factor in de opmars van de Nederpop zoals wij die nu kennen.

Misschien vond de orgie van zelfvertrouwen de mooiste illustratie wel in de jingles die Nederlandse popartiesten ‘inzongen’ en inspeelden voor Veronica. Opnieuw een Amerikaans promotiemiddel. Na het jarenlang knippen en plakken van Angelsaksische jingles maakten de ‘Veronicanen’ begin jaren zeventig hun eigen, nogal sentimentele herkenningsklanken en dat deden zij echt heel goed.

De piratenzender, artiesten, managers, pluggers, producers: iedereen deed mee aan het ontluikende sfeertje van ‘ik oké, jij oké’, en het resultaat mocht er zijn. Volgens Van Kooten werd Nederland door Radio Veronica vanuit de Middeleeuwen de moderne tijd ingeloodst. Dit lijkt wat overdreven. Maar dat de piratenzender bewees dat je in een tijd waarin de televisie aan alle kanten triomfeerde nog veel kon losmaken met een eenvoudige radiozender: dat moet je die rovers toch nageven.