Ook libertair Amerika voor vrij wapenbezit

Progressief Amerika heeft steeds minder schroom om zich vóór wapenbezit uit te spreken. Deze week liep een assistent van een bekende Democraat met geladen pistool de Senaat binnen.

Tom Palmer is geen lid van de National Rifle Association (NRA). Zal hij nooit worden ook. Jagen, laat hij het netjes zeggen, is geen bezigheid die bij hem past.

Hij is directeur onderwijs bij een libertaire denktank, hij woont in het welvarende deel van Washington, hij is openlijk homo. En de NRA is verwant met de Republikeinen – niets voor hem. President Bush deprimeert hem, al jaren. Neem de „vreselijke” wijze waarop terreurverdachten burgerrechten zijn ontnomen. „Daar vecht ik tegen met alles wat ik heb.”

Toch was dezelfde Tom Palmer leider van een groepje inwoners van Washington – een van de gewelddadigste steden van de VS – dat onlangs een baanbrekende gerechtelijke uitspraak afdwong: het verbod op de aankoop van wapens in de Amerikaanse hoofdstad moet verdwijnen. Met vijf andere stadsbewoners maakte Palmer er voor de rechter een principieel punt van dat mensen zich in Washington, dat al dertig jaar een van de strengste anti-wapenwetten van het land heeft, niet met een vuurwapen kunnen verweren als zij thuis worden belaagd.

„Aan die betutteling komt gelukkig een einde”, zegt Palmer (50), die zijn grijzende haren een gewaagd rood-bruin kleurtje heeft gegeven.

Palmer werd 25 jaar geleden burgeractivist. In San Jose, Californië, liep hij hand in hand met een andere man. Hij werd bedreigd, het liep hoog op. Hij hoorde zichzelf zeggen: „Nog één keer of ik schiet.” Hetero’s realiseren zich volgens hem niet hoe vaak homo’s te maken krijgen met serieuze bedreigingen.

„Het debat over wapenbezit wordt altijd gevoerd door mannen. Maar vrouwen en homo’s zijn veel vaker dan mannen slachtoffer van geweld.”

Palmer laat zich niet alleen door persoonlijke motieven drijven. „Justice is not just us.” Een overheid die het hem onmogelijk maakt een wapen te gebruiken, beperkt zijn burgerlijke vrijheden op onaanvaardbare wijze. Daar draait het voor hem om. Dat vindt hij net zo erg als de wens van conservatieven op een verbod van porno. „De essentie van dit land is vrijheid, dat is mijn drijfveer.”

Zijn overwinning – de uitvoering laat op zich wachten omdat het stadsbestuur in beroep is gegaan – staat niet op zichzelf. In de hele VS staan wetten en regels onder druk om wapens gecontroleerd uit te geven dan wel te verbieden.

Zo lijkt een debat tot een afronding te komen dat Amerika verdeeld hield sinds de moorden op Martin Luther King en Bobby Kennedy in 1968 (zie ‘Wapens en doden’). Amerika kiest voor traditie, zeggen aanhangers van wapenbezit.

Zoals de kolonisten zonder wapens nergens waren gekomen, zo gelooft een meerderheid van de huidige bevolking in de trits God, guns and guts. Wapens zijn geen gevaar, wapens schrikken gevaarlijke mensen af: dat is de leidende gedachte.

Steeds meer progressieve spreken zich vóór vrij wapenbezit uit, beaamt Palmer. Het werd deze week op onverwachte wijze bevestigd: een medewerker van de Democratische senator Jim Webb werd door de politie aangehouden omdat hij met een geladen wapen ’s ochtends het gebouw van de Senaat inliep. Een overtreding: zolang het beroep in Palmers zaak loopt is de oude wet van kracht. Tekenend was de luchtige wijze waarop Webb – bekend van zijn verzet tegen de oorlog in Irak – zelf reageerde: hij gelooft heilig in vrij wapenbezit „om mijzelf en mijn familie te verdedigen”.

Palmer is een libertair; hij werkt op het libertaire Cato Institute. Tekenend is de samenstelling van de groep klagers in de rechtszaak: van een aandelenhandelaar uit het welgestelde Georgetown tot en met een buurtactivist in North-East Washington, waar armoede en geweld hand in hand gaan.

Zonder blikken of blozen zegt Palmer dat de criminaliteit daar zo groot is omdát mensen geen wapens mogen bezitten. In Georgetown is de politie er meteen als mensen bellen, zegt hij. „Maar in de slechte buurten moeten ze uren wachten op een agent. Zij missen – méér dan wie ook – de bescherming van een wapen.”

Volgens hem hebben Europeanen een vertekend beeld van de criminaliteit in de VS. Hij kijkt het bezoek met een schuin oog aan. „Ik ga nu iets gevaarlijks zeggen. Als je de zwarten uit de statistieken haalt, ligt de criminaliteit op hetzelfde niveau als in Europa.” Hij bedoelt? „Geen bijbedoelingen. Ik wijs op de feiten.”

Maar heeft Palmer, die woont en werkt in de beste buurt van de stad, niet gemakkelijk praten? De politie van Washington, net als bij voorbeeld de Republikeinse burgemeester van New York, Michael Bloomberg, blijven vóór beperking van de wapendistributie. Het is volgens hen het beste middel tegen geweldscriminaliteit.

„Commissarissen en burgemeesters”, zegt hij, „willen de indruk wekken dat ze opstaan tegen de criminaliteit. Daarom is dit is hun favoriete soundbite. Maar dat door een wapenverbod minder criminaliteit ontstaat, is nog nooit bewezen.”

Hij is de eerste om te bekennen dat wapenbezit om de Amerikaanse ziel draait. Zelf werd hij opgevoed door een moeder die stelselmatig twee wapens in huis had, waarvan één onder haar bed. Een gewoonte die hij doorgeeft. Toen zijn nichtje uit Colorado onlangs 16 werd en een auto van haar ouders cadeau kreeg (in Colorado mag je vanaf je 16de rijden), kocht hij een wapen voor haar. „Anders rijdt ze angstig rond. Dat zou ik nooit kunnen accepteren.”