‘Onvoldoende inzicht in werk fiscus’

De Belastingdienst geeft onvoldoende inzicht in de wijze waarop zware fiscale fraudezaken worden afgehandeld en welke sancties buiten de rechter worden opgelegd.

Dit schrijft de Algemene Rekenkamer in een evaluatie van elf onderzoeken die de organisatie de afgelopen jaren zelf heeft gedaan.

De Algemene Rekenkamer deed in 2004 onderzoek naar fraudebestrijding en kwam toen met aanbevelingen voor de Belastingdienst. Nu constateert de Rekenkamer: „De blinde vlek omtrent de afdoening van alle zware fraudezaken is nog niet opgelost; nog steeds geeft de Belastingdienst geen kwantitatief inzicht in de wijze van afdoening van circa driekwart van de zware fiscale fraudezaken.”

De evaluatie is opgenomen in het jaarverslag van de Algemene Rekenkamer over 2006 dat vandaag is verschenen. De overheid volgt het overgrote deel van de aanbevelingen uit rapporten van de Rekenkamer op, vermeldt het jaarverslag.

„Ongeveer 87 procent van onze aanbevelingen wordt geheel of deels opgevolgd”, meldt het verslag. Als positief voorbeeld noemt de Rekenkamer de manier waarop het ministerie van Verkeer de aanbeveling van de Rekenkamer overnam om het toezicht op de Luchtverkeersleiding te verbeteren.

Het ministerie van Sociale Zaken is volgens de Rekenkamer achtergebleven bij de opvolging van aanbevelingen voor de bestrijding van uitkeringsfraude. Het ministerie geeft nog steeds onvoldoende inzicht in de kans dat overtreders van uitkeringsfraude betrapt worden. Ook zijn aanbevelingen over de premie-inning van werknemersverzekeringen niet overgenomen. Hierdoor zijn er risico’s voor de premieopbrengsten, aldus het evaluatierapport.

Het ministerie van VROM schiet tekort bij de uitvoering van aanbevelingen voor bodemsanering. Hierover concludeert de Rekenkamer dat de sanering van spoedeisende locaties waarschijnlijk niet haalbaar is. „Het beleidsdoel voor 2015 lijkt alleen gerealiseerd te kunnen worden als op grote schaal tijdelijke beheersmaatregelen worden getroffen.”

De Rekenkamer heeft 75 van de 87 eigen aanbevelingen onderzocht, in elf onderzoeksrapporten. De aanbevelingen hebben betrekking op verbetering van het functioneren en presteren van de overheid. Hierbij wordt gelet op ‘rechtmatig handelen’, het bereiken van de doelen en de vraag of dit op een doelmatige wijze gebeurt.

In het voorwoord van het jaarverslag schrijft de president van de Rekenkamer, Saskia Stuiveling, dat het Rijk bij de aanpak van complexe maatschappelijke problemen „systematisch en hardnekkig, keer op keer, dezelfde vermijdbare ontwerpfouten maakt”.

De president van de Rekenkamer stelt vast dat de beleidsambities en beschikbare tijd, mensen en middelen zelden met elkaar in evenwicht zijn. Hierdoor „gaapt er een kloof tussen beleidsambities en uitvoeringscondities.” Aldus gebeurt „aan de uitvoeringskant niet wat er móét gebeuren, maar wat er kán”.